*

 

Tijd om eens wat aardigs te zeggen

James Kennedy − 27/12/08, 00:00

opinie Eén van de dingen die ik nog steeds vervelend vind aan het wonen in Nederland is het gebrek aan beleefdheid en complimentjes. Nederlanders zijn heel direct en onomwonden als ze kritiek willen spuien, maar ze zijn zwijgzaam als iemand anders goed werk levert.

Dat werd recent nog eens duidelijk uit een onderzoek door bureau Pluimen, een cadeau-internetsite: Bijna eenderde van de werknemers laat zijn leidinggevende (bijna) nooit merken dat diens inspanningen op prijs worden gesteld. Ze hopen dat hard werken en loyaliteit aan het bedrijf voldoende zijn om hun waardering te tonen. Tegelijkertijd wil bijna 90 procent dat hun werkgever hen jaarlijks wel een teken van waardering geeft in de vorm van complimenten, een kerstpakket of een bonus. Anders gezegd, Nederlanders houden van waardering en complimentjes, maar zijn daar zelf niet scheutig mee.

Ik kom uit het middenwesten van de Verenigde Staten waar mensen elkaar de hele dag door prijzen. Mijn dochter werd op haar lagere school vaak aangemoedigd met de woorden Great job! en You can do it! Als je niet meedoet, denken mensen dat er iets mis is met je. Dan ben je in hun ogen een soort Scrooge, de gierigaard uit A Christmas Carol van Charles Dickens, verstoken van vriendelijke woorden of gebaren.

Zelfs kritiek komt daar verpakt volgens de zogenaamde sandwich methode: eerst complimentjes, dan kritiek, dan afsluiten met complimentjes. Maar Nederlanders hebben daar meer moeite mee. Zoals een rector van een Westfries Lyceum eens schreef over zijn leerlingen: „Ze zijn wat nuchter, komen recht voor hun mening uit. Ze zien vaak wellevendheid als bedrog en beleefdheid met een bijbedoeling van strooplikken.”

Ik heb me vaak afgevraagd waarom Nederlanders dat zo moeilijk vinden. Noord-Europeanen staan over het algemeen niet bekend om hun warme instelling. Zou dit veroorzaakt kunnen worden door het weer? De kille gemoedsstemming die zich van sommigen meester maakt tijdens donkere en koude dagen heet bij ons in Amerika Seasonal Affective Disorder (afgekort SAD, oftewel: gedeprimeerd). Maar hoe zou je dan de zonnige instelling van Sarah Palin kunnen verklaren, de gouverneur van Alaska, John McCain’s kandidaat voor het vice-presidentschap in de jongste race om het Witte Huis? Zij overlaadde Nicolas Sarkozy met complimentjes toen een Canadese komiek haar belde en deed alsof hij de Franse president was.

Of misschien is deze stijfheid geworteld in het calvinisme? Volgend jaar, als we de 500-ste geboortedag van Calvijn vieren, zullen Nederlanders stilstaan bij zijn invloed. Misschien zijn Nederlanders – gelovig of niet – nog steeds culturele calvinisten, van hun nuchterheid tot hun karigheid. Calvijn zag niets in vleierij: „We moeten altijd de gebreken zien en benoemen in zowel jong als oud, en geen fouten bedekken met de mantel der liefde en vleierij, opdat mensen niet immuun worden voor vermaning en tucht.” Calvijn geloofde ook dat mensen beter een sobere inrichting van de kerk en de eredienst konden nastreven, opdat zich bij hen niet het idee zou postvatten dat zij God voor zich konden winnen door een aankleding met pracht en praal.

Nog waarschijnlijker is dat deze houding is gegrond in één van de belangrijkste verworvenheden van de Verlichting: gelijkheid. Mensen die gelijkwaardig zijn kunnen elkaar eerlijk de waarheid zeggen, zelfs als het pijn doet. Ze hoeven anderen niet naar de mond te praten of lege complimentjes te geven. Vrije mensen die op gelijke voet met elkaar omgaan bakken geen zoete broodjes, maar kunnen de ander direct vragen wat ze nodig hebben. Complimentjes geven lijkt dan een teken van ondergeschiktheid en ongelijkheid; het suggereert dat de ander belangrijker of – nog erger – beter is dan jij.

Hoe dan ook, deze houding heeft mij ook beïnvloed. Toen ik pas begon als hoogleraar in Nederland deed ik mijn uiterste best om studenten te bemoedigen of hen te complimenteren wanneer ze hard hadden gewerkt of met een interessant idee op de proppen kwamen. Ik doe dat nu veel minder. Ik schrijf geen beleefde brieven meer en verpak mijn kritiek niet in complimentjes, zoals ik dat heb geleerd in mijn jeugd. Ik val direct met de deur in huis. Maar dat maakt het bestaan wel schraler.

Misschien kunnen we in deze tijd van feestvieren, familie en goede voornemers eens proberen om onze waardering voor anderen en hun werk te uiten en niet altijd verwachten dat ze het wel weten dat je om hen geeft. Soms willen anderen het ook uit je eigen mond horen.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />