Sinds het Pieterpad een kwarteeuw geleden in gebruik werd genomen, heeft het wandelen in Nederland een grote vlucht genomen.
De driedeligdikke Van Dale weet nog van niks, maar op internet fladderen werkwoorden als pieterpatten en pieterpadten al lustig in het rond. Veel Nederlanders weten dat de naam van het wandelpad niets te maken heeft met Sint Petrus, maar dat het loopt van het Noord-Groningse Pieterburen naar de Zuid-Limburgse Sint Pietersberg. Vandaar.
Een kwarteeuw geleden werd het langste en inmiddels bekendste langeafstandwandelpad (LAW) van Nederland in gebruik genomen. Dat gebeurde min of meer geruisloos, zonder de tamtam die tegenwoordig steeds vaker wordt gemaakt bij de presentatie van een nieuw pad.
Dat is in 1983 met het Pieterpad niet het geval. Dat komt er bij toeval, omdat twee oudere dames hun lust tot wandelen niet kunnen bedwingen. Toos Goorhuis-Tjalsma, predikantsvrouw uit Tilburg, en Bertje Jens, uit Groningen: dikke vriendinnen die gewoon zin hebben in een ’stevige, avontuurlijke onderneming’. Of, zoals de laatste het tegen Trouw later uitdrukt: „Ik wil ook wel eens iets beleven.”
De twee doen ervaring op in het Zwarte Woud: een route van 240 kilometer, spulletjes op de rug, overnachten in een Gasthof of – ’als het niet anders kan’ – in een heus hotel, en de volgende dag maar weer zien hoe ver je komt. Terug in Nederland zoeken ze soortgelijk avontuur, maar na een vierdaags VVV-arrangement van Arnhem naar Harderwijk zijn ze er gauw op uitgekeken. Waarom stippelen ze zelf geen lange wandelroute uit, vragen de twee zich af. En zo gebeurt: niet Groningen-Tilburg, zoals eerst het idee is, maar Pieterburen-Pietersberg.
Toos hanteert de topografische kaart met vaste hand, terwijl Bertje vooral geniet van dier en plant en een dagboek bijhoudt. Toos bepaalt de richting; ze gaat doelgericht te werk, ’niet zomaar voor het lieve vaderland weg’. Zij is ook degene die de beschrijving voor haar rekening neemt. Bertje zou hopeloos verdwalen, als zij de kaart moest lezen: ze verheugt zich vooral op het wandelen. „Ik dacht: we gaan aan iets groots beginnen. We gaan naar Maastricht!”
En zo trekken die twee samen van noord naar zuid. Zonder overmatige kennis van goede wandelpaden of routebeschrijvingen. Maar wat maakt het uit? Toos heeft een stencil in gedachten, alleen voor de familie. Het loopt anders. In 1980 vraagt ze het Nivon of deze organisatie van natuurvrienden soms belangstelling heeft de route uit te geven.
Wim van der Ende, dan net begonnen bij het Nivon, ziet haar binnenkomen met haar aantekeningen in de hand. De voormalig leraar aardrijkskunde moet er maar eens naar kijken. Om een LAW te worden moet een wandelroute altijd in twee richtingen beschreven worden. Ook zijn er nog een paar knelpunten op te lossen, zoals enkele oversteken over de Gelderse rivieren. Het kost Toos en Bertje uiteindelijk een jaar extra. Zonder morren lopen ze het pad opnieuw, van zuid naar noord; dan kan de tekst gedrukt worden. In 1983 is de hele routebeschrijving klaar en in vier deeltjes gedrukt: eenvoudig, zonder kleur en met een minimum aan achtergrondinformatie.
Het dan nog 465 kilometer lange Pieterpad is niet de eerste wandelroute van het Nivon, er liep er al een door Drenthe en een door Overijssel. Maar dit is wel het eerste pad over een heel lange afstand. En dan nog van de ene kant van het land naar de andere kant. Sociaal geograaf en fotograaf Van der Ende is meteen verkocht en de samenwerking die groeit met Toos Goorhuis, blijft bestaan tot haar dood in 2004.
De ’dames van het Pieterpad’, zoals Toos en Bertje worden genoemd, hebben iets in gang gezet. Sinds hun pad in gebruik is genomen, heeft het wandelen over langere afstanden in ons land een enorme vlucht genomen; voor die tijd voert het sportieve wandelen de boventoon, wandelen voor een ’’blikkie’, zoals Van der Ende het noemt. Vandaag wordt het jubileum gevierd in kasteel Vorden, halverwege het pad dat gedurende een kwart eeuw iets gegroeid is en nu 485 kilometer lang is. In al die jaren hebben Wim van der Ende en Toos Goorhuis (na verloop van tijd opgevolgd door haar zoon Maarten) gewerkt om het pad te verbeteren en te verfraaien. De routebeschrijving verschijnt in twee delen, die steeds meer achtergrondinformatie bevatten. De gidsjes worden een bestseller. Op internet komt een website met actuele informatie over veranderingen in de route. Wandelaars wisselen hun ervaringen uit en dragen knelpunten aan. Ook worden steeds meer hotels, campings en particuliere slaapplekken vermeld op de site en in de boekjes. Eigenaren van hotels en pensions zien een nieuwe markt in de rugzakkers die hun dorp passeren, in bakkerijen worden Pieterpadkoeken verkocht, restaurants bedenken een Pieterpadlunch en op steeds meer horeca-adressen verschijnen stickers en bordjes met het opschrift dat wandelaars daar welkom zijn.
Het Pieterpad met z’n wit-rode verfstreepjes wordt een begrip. Al heeft Nederland inmiddels zo’n 7000 kilometer aan langeafstandswandelpaden (LAW’s), het Pieterpad staat symbool voor de explosieve groei in het wandelen. Met vriendinnenclubjes, met z’n tweetjes of twee stellen trekken wandelliefhebbers over het pad. Ze lopen af en toe in de weekeinden, een paar vakanties achtereen of aan één stuk. En soms maar een enkele etappe.
Het Pieterpad is niet het mooiste LAW van Nederland. De route is nu voor ruim vijftig procent onverhard en dat vinden veel lopers nog lang niet genoeg. Van der Ende geeft ze gelijk. „Maar de weegschaal begint al door te slaan naar de goede kant. Wij zijn keihard bezig om steeds meer knelpunten op te lossen. Zo is de route bij Coevorden, waar je heel lang over een industrieterrein liep, verlegd. Tussen Zelhem en Montferland komt een grote omloop.”
Aanvankelijk werd het Pieterpad vooral gebruikt als trainingstocht voor buitenlandse avonturen. Inmiddels kiezen velen het als vakantiebestemming. En wie het eindpunt op de Sint Pietersberg nadert, denkt al aan een volgend pad. Wandelen is gewoon leuk. ’Wij leren Nederland zo kennen’, lees je vaak in dagboeken op internet. ’Je komt op plekken waar je anders niet zo makkelijk komt.’ En zelfs na pijnlijke blaren en dikke regenbuien is de meest gehoorde reactie na een tocht: ’Wat is Nederland toch mooi!’
Volgens Wim van der Ende heeft zo’n miljoen mensen in 25 jaar het Pieterpad (of een deel ervan) gelopen. Is dat niet een te ruime schatting? „Grondige metingen zijn er niet. Ik ga uit van de verkoopcijfers van de gidsen. In 2005 stond de teller bij het Nivon op 200.000, waarbij de eerste tien jaren (de eerste editie in vier delen) niet zijn meegeteld. In het hele jaar 2005 werden 130.000 dagtochten gemaakt, gemiddeld 3,5 mensen deden met één gids. Verder weten we dat de veerman over de Maas bij Afferden in de maand augustus van 1994 bijna 500 Pieterpadters overzette. Het pad telt 28 etappes, maal een kleine 500 wandelaars maakt dat er zo’n 14.000 mensen in één maand op stap waren. Maal 12 maanden maal 25 jaar. Rekening houdend met de seizoenen zit ik er met een miljoen niet ver naast. Bedenk dat wandelaars per persoon per dag zo’n 70 euro uitgeven aan openbaar vervoer, zie je welke economische uitstraling het wandelen heeft. En het mooie is dat wij er maar heel weinig reclame voor hoefden maken. Het pad sprak aan. We kwamen altijd boekjes tekort. Het zou best kunnen dat de meeste plannen om het te gaan lopen, op verjaardagspartijtjes en in kroegen zijn ontstaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.