*

 

Vogelaar moet vooral ontstoppen

Cees van der Laan − 24/10/08, 11:23

Voor de tweede keer maakt minister Ella Vogelaar een ronde langs de veertig door haar uitgekozen achterstandswijken. Wat voegt haar project nou eigenlijk toe aan wat de gemeenten toch al in de wijken deden? Verslaggever Cees van der Laan ging in haar kielzog mee twee Haagse wijken in.

  • Minister Vogelaar, op bezoek in de wijken Transvaal en Schilderswijk, ontmoet een jonge bewoner op de markt. (FOTO WERRY CRONE, TROUW)
    Minister Vogelaar, op bezoek in de wijken Transvaal en Schilderswijk, ontmoet een jonge bewoner op de markt. (FOTO WERRY CRONE, TROUW)

Het oude volksbuurtmuseum in de Haagse Schilderwijk staat in de steigers. Het museum dat ooit onder veel belangstelling werd geopend is dicht, definitief. Binnenkort opent Culturalis, een centrum voor cultuur, hier zijn poorten. Het Volksbuurtmuseum was ooit bedoeld om de gerenoveerde Schilderwijk een lift te geven, dat zal met Culturalis niet anders zijn. Een volksbuurt wordt de Schilderwijk niet meer genoemd, ook niet meer een probleemwijk (’Dat is te negatief’). Tegenwoordig heet zij in de terminologie van de ambtenaar en politicus een krachtwijk en dat kan als de plannen succes hebben veranderen in ’prachtwijk’.

„Het is oude wijn in nieuwe zakken”,, schampert de Turkse heer die samen met ’Schilderswijk TV’ opnamen maakt als minister Vogelaar het pand van Culturalis verlaat. Hij bedoelt te zeggen: de wijk wordt al dertig jaar gepamperd. De wijk duizelt van de overheidsloketten, welzijnsinstellingen, gesubsidieerde clubs, gesubsidieerde culturele verenigingen en gesubsidieerde belangenorganisaties, die allemaal de mensen willen helpen en ondersteunen. Wat kan Vogelaar daar aan toevoegen?

We lopen met de minister naar het Johan de Witt College, iets verderop. De medewerkers van een kleine, rommelige supermarkt op de hoek zien er uit alsof ze uit een film over de taliban zijn weggelopen. Vogelaar bezoekt niet deze winkel, maar wel supermarkt Tanger, met een eigenaar die alleen maar kansen zag in de wijk en flink investeerde.

Een groep opgewekte mensen verzamelt zich in een zaaltje van het Johan de Witt College: ambtenaren, vertegenwoordigers van bedrijven, scholen, hulporganisaties, enkele Haagse wethouders en minister Vogelaar. Ze ondertekenen een ’intentieakkoord’ om wijkbewoners zeven dagen per week scholingsmogelijkheden te bieden. Ze noemen het initiatief ’Campus Tenierplantsoen’, naar een centraal gelegen parkje met een kinderboerderij. Vanwege het onderwijsaspect is ook Marja van Bijsterveldt aanwezig. ,,Er is enthousiasme. Dat kan bergen verzetten,’’ zegt ze. De gedragscode van de intentieverklaring vermeldt als eerste: ,,We zeggen geen nee tegen elkaar’’.

Is dit één van de voorbeelden van de ’wijkaanpak’ van Vogelaar? De aanwezigheid van de minister doet dat wel vermoeden. Wat zegt de Haagse wethouder Bert van Alphen daarover. ,,We zien de rol van de minister vooral als aanjager van plannen en ideeën die er al waren. Ze breekt door bureaucratie heen. Door haar rol ontstaan brede, integrale plannen, in plaats van één plan dat uit één koker komt. Daarvan hebben we er genoeg’’. Een voorbeeld is deze campus en een brede school, die alle partijen zo graag willen, vertelt de wethouder.

Het nieuwe initiatief –een programministerie– creëert ook nieuwe bureaucratie én aanloopproblemen. Vogelaar zwaait de scepter over afdelingen, verspreid over zeven ministeries. Dat is geen sinecure. In het gezelschap van Vogelaar loopt haar ’account-manager Den Haag en Rotterdam’ mee, een soort verbindingsofficier tussen deze twee grote steden en de afdelingen van de zeven ministeries –tenminste als het gaat om de wijkaanpak. ,,Dan vraag ik aan iemand van Binnenlandse Zaken om een notitie voor Vogelaar te schrijven. Nou, dat is voor zo’n ambtenaar wel even slikken. Maar het gebeurt.’’

Den Haag heeft voor de aanpak in de Schilderwijk een ’projectmanager’ benoemd. Zijn visitekaartje vermeldt zijn speciale opdracht: ’deconcentratie’. Hij moet op een aantal plaatsen de bureaucratie doorbreken en heet daarom in de taal van de Hofstad ook wel ’ontstopper’. Heeft hij al geld van Vogelaar gezien? Nee, zegt hij. De adviseur van de gemeentesecretaris: ,,Het geld is nog niet helemaal rond.’’ Hij voegt er aan toe: ,,Het goede van Vogelaar is dat ze dynamiek in het proces brengt.’’

We wandelen over de Haagse Markt, broeinest van culturele dynamiek en zakendoen, op de grens van Schilderswijk en Transvaal. Vogelaar lacht en praat met iedereen die haar aanspreekt. Haar ’programmadirecteur wijken’ vertelt hoe ze moet trekken en duwen om alle neuzen van ministeries, corporaties en gemeenten dezelfde kant op te krijgen.

In haar vorige baan, bij de taskforce jeugdwerkloosheid, was dat eenvoudiger. Veertigduizend jongeren aan een baan helpen is concreet, dat begrijpt iedereen, dat wil ook iedereen, zegt ze. Met de wijkenaanpak ligt dat moeilijker. Het is minder concreet en het vereist veel uitleg en doorzettingsvermogen.

Om te meten of haar aanpak werkt heeft Vogelaar de ’outcome-monitor Krachtwijken’ ingesteld. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meet de effecten op de thema’s wonen, leren, werken, veiligheid en integratie.

Daarnaast is er de ’Leefbaarometer’. Die geeft gemeenten en provincies online-informatie over de leefbaarheid in buurten en wijken. Ook is er een ’outputmonitor’, waarmee de minister de voortgang van de uitvoering van plannen kan volgen. Achter deze ’meters’ gaan ambtenaren schuil, die al die data moeten verzamelen. De Algemene Rekenkamer oordeelde begin deze maand niet ongunstig over Vogelaars’ aanpak, maar vroeg zich wel af of alle uiteindelijk verzamelde gegevens wel duidelijk maken of de beoogde doelen worden bereikt.

In een woonwinkel van woningcorporatie Staedion ontvangt directeur Krzeszewski Vogelaar en haar delegatie. Hij vertelt over de nieuwbouwplannen en de initiatieven om Transvaal leefbaar te maken en te houden. Die plannen waren er al voordat de minister van de krachtwijken begon. De ’wijkbeheerder’ vertelt dat hij en zijn collega’s de ogen en oren van de buurt zijn. Als er problemen zijn, nemen ze contact op met de ’sociaal beheerder’ van Staedion of de wijkagent. ,,Wij hebben heel korte lijnen.’’ De ’rayonmanager Transvaal’ van Staedion vertelt dat ambtenaren aanvankelijk de plannen voor een brede school dwarsboomden. ,,Het kon niet volgens de regeltjes hè, dat een corporatie een schoolgebouw zou financieren.’’ De Hindoestaanse zakenman vertelt Vogelaar dat hij plannen heeft voor een ’Little India’. ,,Daar komt geen cent subsidie bij.’’

Eindelijk, aan het einde van de dag, treffen we de burgers van Transvaal, in een kleine ruimte aan de Paul Krugerlaan, die zichtbaar gebukt gaat onder verloedering en achterstallig onderhoud. Het onderwerp is bewonersparticipatie. Die heeft de grote belangstelling van de minister. Ze heeft er ook veel geld voor vrijgemaakt. ,,Ik zal altijd tegen een gemeente zeggen: hoe je het doet maakt mij niet uit, maar het móet met de bewoners.’’

Een Hindoestaan stelt zich voor als ’wijkambassadeur’, net als de ’wijkbeheerder’ een soort ogen en oren van de wijk die zaken aan bevoegde instanties meldt en terugkoppelt naar de bewoners. Joke van den Boomen van de ’Haagse Hopjes’ klaagt dat ze geen structurele subsidie van de gemeente krijgt, terwijl haar stichting, die containers met speelgoed op pleinen neerzet, zo succesvol is in de wijk. Een ambtenaar meldt zich als ’krachtwijk-medewerker’. ,,Het komt in orde, Joke, we moeten alleen nog een stukje structureel subsidiegeld bij een welzijnsorganisatie weghalen. Daarna komt het naar jou.’’

Vraag blijft of de wijkenaanpak iets toevoegt aan wat er al op dit gebied gebeurt. De bureaucratie lijkt te worden doorbroken, maar Vogelaar creëert die op haar beurt ook weer. De stapel beleidsintenties groeit met de dag. Haar programma-directeur vertelt dat de zaken soepeler lopen, sinds de minister zelf ook geld heeft. Vogelaar zelf zegt vooralsnog tevreden te zijn. Goede voorbeelden vindt ze de komst van de ’Campus Tenierplantsoen’ en een sportveldje achter Culturalis. Volgend jaar gaat ze weer op bezoek in de Schilderwijk en Transvaal om te kijken of haar aanpak succes heeft. Dat doet ze met alle veertig wijken. ,,Als het niet lukt, vilt de Tweede Kamer mij levend.’’

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />