*

 

Om het geweld in Congo te stoppen is meer druk op Rwanda nodig

31/10/08, 00:00

Laten de beelden van met huisraad en zakken overladen Congolezen, hun kinderen en geiten ons niet onwillekeurig denken: daar gaan we weer?

Vluchtende Afrikanen, honger en ellende. Toch verdient het oplaaien van een van de meest wrede conflicten ter wereld alle aandacht en internationale inspanning, om erger te voorkomen. Noodhulp alleen, zoals ook de EU opnieuw toezegt, is onvoldoende.

Congo, een land bijna zeventig keer zo groot als Nederland, was niet lang geleden de spil van wat zo treffend de ’Afrikaanse Wereldoorlog’ is genoemd. In aantallen (meest indirecte) slachtoffers – ongeveer vijf miljoen sinds 1998 – het bloedigste conflict na de Tweede Wereldoorlog.

De pogingen tot vredesakkoorden en halfbakken staakt-het-vuren ten spijt, dreigt het weer te escaleren. In de kern zijn alle oorzaken waardoor het in 1998 misging, nog aanwezig. De Rwandese genocide van 1994 ijlde in al haar wreedheid lang na in Congo. Deze heeft geleid tot een wanordelijk strijdtoneel van Congolese regeringstroepen, Rwandese Hutu-milities en rebellengroepen met die van (Tutsi en Congolees) generaal Laurent Nkunda voorop.

Daarbij doet een uitleg in het Hutu-Tutsi-schema geen recht aan de complexiteit van het conflict, veeleer draait het hier om macht en de kostbare grondstoffen in de regio.

Tussen die partijen zit Monuc, de VN-missie voor Congo, met de Darfur-missie nog in opbouw, de grootste VN-missie ter wereld. Ondanks een krachtig mandaat is Monuc tekortgeschoten. Grote groepen burgers zijn onvoldoende beschermd, en volgens oud-commandant en Nederlander Cammaert is slordig omgesprongen met de onpartijdige status van het VN-leger. Meermaals trokken de blauwhelmen gezamenlijk op met het Congolese leger, zodat ze het vertrouwen van de bevolking dreigen te verliezen.

De diplomatieke druk op de partijen moet flink worden opgevoerd. Ook al ontkent Rwanda betrokkenheid bij de huidige gevechten, iedere oplossing voor dit gruwelijke conflict kan niet zonder een constructieve opstelling van Rwanda. In eerdere akkoorden beloofde president Kagame mee te werken aan de ontwapening, en misschien zelfs terugkeer, van de Rwandese Hutu-milities. Dat zou een belangrijke angel uit het conflict halen.

Groot-Brittanniƫ en de VS, en ook Nederland, zouden hier als partners en donoren van Rwanda een rol in kunnen spelen.

Hard onderhandelen, het liefst met een gezaghebbende bemiddelaar uit de eigen regio, is de enige uitweg uit deze hel.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />