De financiële crisis wordt voelbaar in het bedrijfsleven. Werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes voorziet ontslagen, maar vreest geen massale werkloosheid. „Nederlandse ondernemingen hebben veel vlees op de botten.”
„Ja, ik maak me zorgen om het Nederlands bedrijfsleven”, zegt Bernard Wientjes, voorman van werkgeversorganisatie VNO-NCW. „Deze teruggang in de economie is heel bijzonder. Er zijn geen modellen voor te bedenken en economen staan voor een raadsel. Dat er een recessie aankomt lijkt zeker, maar hoe diep die zal zijn, weet niemand.”
Wel weet Wientjes dat Nederlandse bedrijven de komende maanden de teruggang in de economie gaan voelen. Dat blijkt uit de winstwaarschuwingen die verschillende bedrijven op dit moment afgeven. En bedrijven zien zich gedwongen het aantal tijdelijke arbeidskrachten terug te brengen. Wientjes verwacht dat in de komende maanden ook andere sectoren zich gedwongen zien het personeelsbestand aan te passen aan lagere omzetten. „Bijvoorbeeld ondernemingen in de retail. Als consumenten straks de hand op de knip houden, worden ook deze bedrijven gedwongen mensen te ontslaan.”
Maar voor massale werkloosheid vreest Wientjes niet. „In sommige sectoren, denk aan de maakindustrie, is er nog steeds een enorm tekort aan personeel. Mensen die hun baan verliezen, kunnen daar zo aan de slag.”
Hoewel het Nederlands bedrijfsleven zeker een klap zal krijgen door de economische teruggang, denkt Wientjes dat onze ondernemingen beter bestand zijn tegen moeilijke tijden dan bedrijven in omringende landen. „Zij hebben meer vlees op de botten. De afgelopen jaren is de Nederlandse economie harder gegroeid dan de economieën in de ons omringende landen. De staatsschuld is relatief laag. Bedrijven hebben daarvan geprofiteerd.”
Bovendien vindt Wientjes dat de Nederlandse politiek tot op dit moment adequaat heeft gereageerd op de financiële crisis. Het plan van minister Maria van de Hoeven van economische zaken om 80 miljoen euro extra kredietgarantie beschikbaar te stellen voor het midden- en kleinbedrijf, vindt hij een goed idee. Ook hebben de ministers en de ondernemingsorganisaties, onder meer VNO-NCW, LTO-Nederland en MKB-Nederland, een werkgroep in het leven geroepen. Daarin wordt gekeken naar eventueel zwarte scenario’s waar Nederlandse bedrijven de komende maanden mee te maken kunnen krijgen. „De bouwsector heeft nu genoeg werk, maar de orderstroom droogt op. De overheid zou bijvoorbeeld projecten naar voren kunnen halen.”
Wientjes sluit niet uit dat ook buitenlandse staatsfondsen, zoals de China Investment Corporation, een rol kunnen spelen bij het financieren van Nederlandse bedrijven. „Die indianenverhalen over staatsfondsen vind ik onterecht. Dat politieke beweegredenen ten grondslag liggen aan hun investeringen, geloof ik niet. China bijvoorbeeld heeft simpelweg veel liquiditeit. Dat geld moeten ze investeren. Bovendien profiteert China van de investeringen in Europese en Amerikaanse bedrijven. Immers, de Chinese export is sterk afhankelijk van deze markten.”
Dat de Franse president Sarkozy de buitenlandse staatsfondsen ’roofdieren’ noemt en onder meer om die reden een eigen ’staatsfonds’ in het leven heeft geroepen, vindt Wientjes onzin. Sarkozy wil het staatsfonds gebruiken om Franse bedrijven die in nood verkeren, te hulp te schieten. Het geld voor het fonds, dat zo’n 200 miljard euro moet beheren, leent Frankrijk op de kapitaalmarkt. „Wat Sarkozy doet, riekt naar protectionisme en dat is in het verleden – kijk ook naar de crisis van de jaren dertig – niet productief gebleken. Bovendien, waar gaat Sarkozy dat geld lenen? Bij de Chinezen? China is inmiddels één van de weinige landen die nog over genoeg kapitaal beschikken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.