Het verzet tegen de G7 neemt toe, niet alleen in Europa. Hoogste tijd voor een nieuwe vorm van ’multilateralisme’.
Het overleg van de zeven rijkste landen ter wereld (G7) heeft zijn langste tijd gehad. De macht van de G7 is volstrekt niet toereikend om de huidige mondiale economische crisis het hoofd te bieden.
Afgelopen weekeinde kwamen de vier Europese leden van de G7 bijeen. Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië slaagden er niet in een passend antwoord te vinden op de crisis.
Het feit dat zij gevieren bijeenkwamen, was op zich een slecht teken voor de Europese samenwerking. De andere Europese landen, Spanje voorop, lieten weten zich buitengesloten te voelen. De bijeenkomst van de vier Europese landen, zonder de overige drie G7-leden, moet ook gezien worden als een nieuw signaal van verval van de G7.
Aan de vooravond van de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, eind deze week in Washington, heeft Robert Zoellick, topman van de laatste instelling, het G7-overleg maar eens ten grave gedragen.
De G7 is volgens hem niet langer effectief en zou moeten worden vervangen door een nieuw overleg, waarin naast de huidige G7-landen (de Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Canada en Italië) ook Brazilië, China, India, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika en Saoedi-Arabië deelnemen.
Deze G14 moet als stuurgroep fungeren en de huidige G7 vervangen. Zoellick –die topdiplomaat was onder drie Republikeinse presidenten en onderhandelaar was voor de VS in de zogeheten Doha-handelsronde– vindt dat de nieuwe Amerikaanse president, wie dat ook mag worden, met deze nieuwe vorm van multilateralisme zal moeten werken. Zeker in het begin van de periode-Bush waren multilateralisme, internationale samenwerking, in de VS smerig woorden. De regering-Bush ging van start zonder echte buitenlandpolitiek, de internationale instituten als IMF en Wereldbank, maar ook de Verenigde Naties, werden vooral als inbreuk gezien op de soevereiniteit van landen. IMF, Wereldbank en VN werden door de regering-Bush niet al te serieus genomen.
In de nieuwe wereldorde van Zoellick wordt nog altijd uitgegaan van de absolute soevereiniteit van de staat. Wat echter dient te binden, is een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid. De nieuwe G14 moet volgens Zoellick geen dichtgetimmerde club worden, maar van samenstelling kunnen veranderen als de problematiek daarom vraagt.
Als de G14 wordt gevormd, ontstaat een groep die goed is voor 70 procent van het bruto mondiale product, de optelsom van alle geproduceerde goederen en diensten. Bijna 60 procent van de wereldbevolking leeft in die nieuwe G14 en de groep bevat de grootste vervuilers en de grootste gebruikers van brandstoffen. Heel belangrijk is ook dat de grootste spelers waar het gaat om de wisselkoersen, bijeen zijn.
Het nieuwe multilateralisme als gevolg van de gewijzigde machtsverhoudingen in de wereld, moet ook in de Wereldbank zichtbaar worden. Zoellick heeft de voormalige Mexicaanse president Ernesto Zedillo gevraagd met voorstellen te komen voor een vernieuwde structuur van de Wereldbank.
Overigens dankt Zoellick zijn toppositie aan het oude denken dat hij nu opzij zet. De Amerikanen en de Europeanen maken decennia lang de dienst uit bij IMF en zusterinstelling Wereldbank. De VS benoemt de topman van de Wereldbank, Europa mag de IMF-president voordragen. De huidige crisis zal door de andere landen bij de IMF-jaarvergadering worden aangegrepen om dit automatisme opnieuw ter discussie te stellen. Dat betekent niet dat Zoellick zelf ter discussie staat. De voormalige Amerikaanse topdiplomaat stelt zich niet op als verdediger van de Amerikaanse belangen. Zijn voorstel om de huidige G7 te vervangen door de G14, gaat voor een deel zelfs tegen het Amerikaans belang in. De G7 werd in hoge mate gedomineerd door de VS. In een nieuw mondiaal forum zal de Amerikaanse macht zeker verwateren .
Als Zoellick zijn denktrant doortrekt, ontkomt hij er niet aan ook de machtsverhoudingen in het Internationaal Monetair Fonds bij te stellen. Met 17,1 procent van de stemmen hebben de VS nog altijd een blokkerende stem, omdat voor besluitvorming 85 procent van de stemmen noodzakelijk is.
Voor Zoellick staat vast dat strikt vasthouden aan het eigen belang van de staat de crises (milieu-, economische en voedselcrisis) niet oplost. Er zal over de heg gekeken moeten worden.
Die gedachte is overigens niet nieuw. Michel Camdessus, oud-topman van het IMF bracht deze week nog maar eens in herinnering dat na de Aziatische crisis en die in Latijns-Amerika, een herschikking van de macht in de wereld en aanpassing van de G7 ook aan de orde was.
Toen het beter ging met de economie verdween het plan voor een nieuwe G7 weer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.