*

 

Waar blijft de excuses voor de kredietcrisis?

Sanderijn Cels en Patrick Field − 24/12/08, 00:00

Stel je voor, een bomvolle perszaal in Washington, zoals gebruikelijk bemand door het journalistenkorps. Alleen is deze keer het podium weggehaald en zitten op de eerste rij normale burgers: Joe’s en Jane’s uit het hele land. Sommigen van hen zijn getroffen door faillissementen of hebben hun huis moeten verkopen, anderen hebben hun baan of spaargeld verloren.

  • (Trouw)

Henry Paulson, de minister van financiën, komt binnen, samen met Chris Dodd, het hoofd van het Banking Committee van de Senaat, en het Congreslid Barney Frank. Ze worden gevolgd door de drie voormalige topmannen van Lehman Brothers, Freddie Mac en Fannie Mae. Ben Bernanke, voorzitter van het stelsel van centrale banken, sluit de rij.

Paulson schraapt zijn keel en dan, tegen alle verwachtingen in, maakt hij zijn excuses aan het Amerikaanse volk (zie ’Excuses’ op linkerpagina).

Dit zal waarschijnlijk niet gebeuren. Ondanks oproepen in de media om excuses aan te bieden, weigeren betrokkenen om een knieval te maken. Richard Fuld van Lehman Brothers zei bijvoorbeeld dat hij zich afgrijselijk voelde over wat er met zijn bedrijf gebeurd was, maar dat hij de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken toch echt deelde met onder meer de leden van het Congres. Veel andere spelers hebben zich op dergelijke wijze geuit: het is rot allemaal, maar voor excuses moet u niet bij mij zijn.

Waarom wordt er gezwegen?

Waarom niet gewoon sorry zeggen?

Een excuus aanbieden lijkt immers een vrij eenvoudige handeling. Je geeft je fout toe, je betuigt spijt, je erkent het leed van de slachtoffers, je neemt de verantwoordelijkheid voor je misstap en je neemt maatregelen om herhaling te voorkomen. Het komt er natuurlijk op aan geheel oprecht te zijn, zonder al te veel slagen om de arm. Het juiste optreden vergt een mate van kwetsbaarheid en nederigheid. Zonder dat wordt het excuus niet als moreel ervaren.

Maar in het geval van de huidige crisis zijn de zaken zo simpel niet. Hoe verder die zich ontwikkelt en hoe meer we erover weten, des te ingewikkelder het aanbieden van geslaagde excuses wordt. Zomaar even sorry zeggen is er inmiddels niet meer bij.

De complicaties beginnen al bij de vraag wie er precies verantwoordelijk is en zich derhalve zou moeten excuseren. Het antwoord hierop is de afgelopen maanden in hoog tempo gepolitiseerd. Is dat de regering-Bush, die de vrijemarktfilosofie aanhing en zodoende ruim baan gaf aan funeste bancaire praktijken? Of is er niks mis met die filosofie en treft de blaam louter individuen op Wall Street, die zich verrijkt hebben door hun cliënten uit te wringen?

Zijn Amerikaanse politici verantwoordelijk, vanwege wetten die te ruime kredietverlening mogelijk maakten? Of gaat het ook om internationale spelers, ook in Nederland, die zich met gevaarlijke vormen van kredietverstrekking hebben ingelaten of die zaken hebben gedaan met discutabele instellingen?

De lijst sleutelfiguren is eindeloos. Iedereen die erop prijkt, is gedeeltelijk verantwoordelijk voor de crisis en loopt derhalve het risico dat een persoonlijk excuus uit zijn mond weinig voldoening geeft – een te klein doekje voor het bloeden. En als iemand bij zijn knieval zijn beperkte rol in de gang van zaken duidelijk maakt, dan is dat al snel dodelijk: zeggen dat je heus de enige schuldige niet bent, wekt immers de indruk dat je je eronderuit probeert te draaien.

Bovendien zijn veel potentiële schuldigen van rol verwisseld. Dezelfde mensen die een hand hadden in het creëren, of het niet voorkomen, van de crisis, zijn nu degenen geworden die het tij trachten te keren. Ze zijn rovers en redders tegelijkertijd.

De Amerikaan Chris Dodd bijvoorbeeld nam als hoofd van het Banking Committee donaties aan van ’foute’ banken als Freddie Mac en Fannie Mae, maar werpt zich nu op als redder in nood aan wie de toekomst van de financiële sector gerust kan worden toevertrouwd.

Ook de lijst adressanten is onderhand eindeloos geworden. Hoe langer de crisis duurt, des te meer slachtoffers er komen. Dus aan wie moet de verontschuldiging worden gericht?

Het antwoord op deze vraag is eveneens politiek gekleurd. Volgens sommigen gaat het louter om de belastingbetalers, die hun eerlijk verdiende centen nu moeten afstaan om foute financiële instellingen te redden. Volgens anderen draait het vooral om de slachtoffers van de malafide hypotheek- en kredietverstrekkers die faillissement moeten aanvragen. Volgens weer anderen gaat het om de mensen die hun baan of hun spaargeld kwijtraken als gevolg van de recessie.

Wie zich slechts bij een van deze groepen excuseert, loopt het risico dat anderen zich gepasseerd voelen en furieus reageren. Maar wie ze allemaal adresseert, loopt het risico dat zijn verontschuldiging aan waarde inboet, omdat het nu eenmaal lastig is om het leed van iedereen voldoende te erkennen. Want hoe doe je de gehele samenleving recht aan?

Een laatste complicatie betreft de uitvoering van het excuus – hoe het wordt gebracht. Die wordt geacht oprecht te zijn. Maar in deze situatie is de kans groot op ’reactieve devaluatie’: als iemand wordt gewantrouwd, wordt alles wat uit zijn mond komt ook gewantrouwd, hoe oprecht de spreker ook is.

Er zijn weinig mensen in Washington of op Wall Street die nog echt worden vertrouwd, laat staan als een moreel baken worden gezien. Een excuus van een van hen wordt daarom waarschijnlijk opgevat als een berekenende manier om de reputatie van de organisatie of de eigen loopbaan te redden.

Ondanks deze praktische complicaties moet er wel een excuus komen van de Amerikaanse hoofdrolspelers. Er zijn immers ethische grenzen overschreden: men heeft te veel winst willen maken met te weinig oog voor de consequenties in de samenleving. Zelfverrijking heeft geprevaleerd boven maatschappelijke verantwoordelijkheid; er is financieel huisgehouden zonder mededogen met anderen. De gevolgen daarvan zijn groot; er zijn wereldwijd talloze mensenlevens ontwricht.

Uitgerekend hierin schuilt de waarde van een verontschuldiging: die geeft aan dat er normen zijn geschonden en dat die hersteld moeten worden, omdat zonder het hooghouden van die normen beschaving ophoudt te bestaan. Een excuus drukt waarden uit die een beschaafde samenleving bijeenhouden, zoals in dit geval het hebben van oog voor de behoeften – en de portemonnee – van anderen, niet alleen die van jezelf.

Daarnaast is een excuus waardevol omdat het de slachtoffers van de crisis rehabiliteert. Miljoenen mensen worden vernederd, met name in de Verenigde Staten, omdat voor het oog van de buurt hun huis te koop wordt gezet en hun bezittingen worden weggehaald, of omdat ze tot hun schaamte hun kinderen niet meer fatsoenlijk kunnen onderhouden.

De crisis ontneemt hun hun waardigheid – als kostwinnaar, ouder, buurtbewoner, of, in de woorden van de filosoof Avishai Margalit, als lid van de Family of Man.

Door de Joe’s en Jane’s op de eerste rij van de perszaal te plaatsen, zonder dat er op hen wordt neergekeken, wordt een moment gecreëerd waarop alle mensen die zich als slachtoffer met hen verwant voelen, hun zelfrespect kunnen herwinnen. Ze worden behandeld als volwaardige medemensen, die beter verdienen dan door het leven te gaan zonder huis of inkomen.

Ten slotte laat een excuus zien dat er, ondanks de complexiteit van de wereldeconomie, toch een cultuur bestaat van verantwoordelijk leiderschap. Natuurlijk valt de wirwar aan economische processen buiten de reikwijdte van iedere leider; elk aansprakelijkheidsmechanisme schiet tekort.

Het is onmogelijk om iemand geheel verantwoordelijk te houden voor wat er is gebeurd, en het is ook onmogelijk om op basis hiervan redelijke schadeclaims te berekenen. Want waar eindigt de aansprakelijkheid? Volgens veel economen bestaan er verbanden tussen bijvoorbeeld de wurgcontracten in de Amerikaanse hypotheek- en kredietmarkt en de wereldwijde recessie. Wie dus voor ’iets’ de schuld op zich neemt, zit al snel aan ’alles’ vast.

Maar juist omdat de concrete kwestie van individuele aansprakelijkheid niet opgelost kan worden, is de morele daad van de collectieve verontschuldiging des te belangrijker. Daarin wordt namelijk uitgedrukt dat er sprake is van een gezamenlijke betrokkenheid op morele principes, zoals mededogen en respect, en dat er in de economie, hoe geglobaliseerd en ingewikkeld die ook is, niet zonder moreel kompas wordt gehandeld. Een excuus herstelt zo het vertrouwen in leiders en instituties; zonder dat vertrouwen kan een samenleving niet behoorlijk functioneren.

Het aanbieden van excuses is daarom uit moreel oogpunt van groot belang. Ethische normen worden onderschreven, slachtoffers worden gerehabiliteerd en maatschappelijk vertrouwen wordt hersteld. Al is het aanbieden ervan in praktische zin uiterst gecompliceerd en wellicht zelfs tot mislukken gedoemd, het is nodig om het toch te doen.

mailIcon print |