Schoolprestaties zijn een stukje van de waarheid, zo bleek gisteren tijdens het Trouw-Onderwijsdebat. Ze moeten scholen vooral aanzetten tot zelfreflectie.
„Als het nou heel erg slaapverwekkend wordt, dan stel ik als een goede leraar wel een vraag over seks”, aldus gespreksleider Cees Grimbergen aan het begin van het Trouw-Onderwijsdebat, gisteravond in Hogeschool Domstad in Utrecht.
Maar de seksvraag bleef uit: het onderwijsdebat was geanimeerd genoeg. Inzet waren de vragen: wat is een goede school? Maar ook: wat zegt de Trouw-bijlage Schoolprestaties, die gisteren voor de twaalfde keer verscheen, over de kwaliteit van het onderwijs?
Volgens staatssecretaris Marja van Bijsterveldt, die het debat opende, haalt een goede school ’eruit wat erin zit als het om het talent van onze kinderen gaat’. Maar hoe doet een school dat precies?
Het kan zijn, zegt Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad, dat het voor sommige kinderen heel goed is om een vmbo-opleiding niet in vier maar in vijf jaar af te ronden. Een hoog percentage zittenblijvers (één van de criteria waarop de onderwijsinspectie en in haar kielzog Trouw scholen ’afrekent’) hoeft niet per se te wijzen op een slechte school.
In plussen, minnen en cijfers alleen kan de kwaliteit van een school niet worden samengevat, daarover is iedereen het wel eens. De Schoolprestaties zijn ’een stukje van de waarheid’, zegt Paul Scharff, rector van het Libanon Lyceum in Rotterdam. „Ze meten niet de tevredenheid van 1100 leerlingen.”
Maar dat stukje waarheid moet wél boven tafel komen, vindt Paul Jungbluth, onderwijssocioloog van de Universiteit Maastricht. Hij verbaast zich erover dat scholen zélf hun prestaties niet veel meer meten. „Iemand die autobanden verkoopt, wil toch ook weten hoe goed zijn eigen banden zijn?” Scholen hoeven die gegevens wat hem betreft niet per se openbaar te maken, maar ze moeten wel tot zelfreflectie én -kritiek leiden.
Leonard Geluk, wethouder onderwijs in Rotterdam, vindt dat schoolprestaties wel openbaar moeten zijn en dat scholen zelf actiever verantwoording moeten gaan afleggen aan ouders en leerlingen. Hij stimuleert het Rotterdamse onderwijs om met een lokale, eigen ’ranking’ te komen. „Scholen kunnen dan zelf besluiten hoe ze zich presenteren en profileren.”
De transparantie, die ontstaan is door Schoolprestaties, heeft ook een nadeel, zegt rector Scharff. „Vroeger hadden de school en de leraren status. Nu worden we door vergrootglazen bekeken en van alle kanten beoordeeld. Dat ondermijnt ons gezag wel.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.