*

 

’Geef vissers geen quota, maar zeedagen’

Jeroen den Blijker − 24/10/08, 00:00

De quota in het Europese visserijbeleid hebben hun beste tijd gehad, zegt hoogleraar Rijnsdorp. In plaats daarvan moeten vissers een aantal zeedagen per jaar krijgen. Veel duurzamer, stelt hij.

  • Van boven naar onder (Trouw)
    Van boven naar onder (Trouw)

Het Brussels visserijbeleid is aan revisie toe. Quotering van de visvangst moet daarbij overboord, ten gunste van zeedagen. Dat betoogde prof. dr. Adriaan Rijnsdorp gisteren bij zijn inauguratie tot buitengewoon hoogleraar duurzaam visserijbeheer aan de Wageningen Universiteit.

Volgens hem heeft het systeem van vangstbeperking, waarop het gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU is gefundeerd, verdere afkalving van de visbestanden voor bodemvissen – schol, tong, maar ook kabeljauw – niet weten te voorkomen.

Bij quotering mag een visser een bepaalde hoeveelheid vis, bijvoorbeeld kabeljauw, aan wal brengen. „Is dat quotum eenmaal vol, dan schakelt de visser over op een andere vissoort. Maar iedere kabeljauw die dan als bijvangst wordt gevangen, mag niet worden aangeland en wordt dus overboord gezet.” Zonde, vindt Rijnsdorp, want de vis is wel dood en verdwijnt bovendien uit de boeken. „Dat maakt het vaststellen van een visbestand moeilijk.” Voor een goed visserijbeleid is dat laatste onmisbaar.

 De bijvangst van visserij is een groot probleem, vooral in de platvissector. Volgens het Wereld Natuur Fonds wordt voor iedere kilo gewenste platvis als schol of tong 0,8 kilo aan ongewenste vissoorten gevangen.

De nieuwe hoogleraar duurzaam visserijbeheer stelt daarom voor het systeem volledig te vervangen door zeedagen. „Die krijgt de visser van de overheid voor de verschillende vissoorten, aan het begin van het jaar”, zegt Rijnsdorp.

„Afhankelijk van visgebied en seizoen moet de visser dan een bepaalde hoeveelheid zeedagen inleveren om te mogen vissen. Vist hij bijvoorbeeld op tong in een gebied waarvan bekend is dat er veel tong zit, dan zal hij daarvoor meer zeedagen kwijt zijn dan wanneer hij elders vist. De visserijdruk neemt hierdoor af, evenals de vissterfte.”

Rijnsdorp denkt dat de kottervissers niet staan te juichen bij zijn voorstel. „De vissers zijn gewend aan vangstquota. Die bepalen ook hun bedrijfsvoering. Ze weten wat ze investeren en schatten de opbrengsten.” Een systeem van zeedagen is wel duurzamer. Dat moet de vissers ook aanspreken, denkt Rijnsdorp.  

In zijn kritiek op het instrumentarium van het gemeenschappelijk visserijbeleid staat de wetenschapper niet alleen. Die discussie wordt ook gevoerd binnen de ICES, de International Council for the Exploration of the Sea, waarin wetenschappers uit EU-landen Brussel ieder jaar adviseren over het visserijbeleid. Hij is een van de Nederlandse vertegenwoordigers in dit orgaan. Rijnsdorp: „Ik denk dat er binnen een paar jaar nieuwe voorstellen tot duurzaam bestandsbeheer volgen. Mijn voorstel is een bouwsteen voor die discussie.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />