*

 

Odetta Holmes Felious 1930-2008

Door: redactie − 10/12/08, 00:00

Zoals Miriam Makeba - 9 november overleden - dé stem was van de anti-apartheidsbeweging in Zuid-Afrika, zo was Odetta in de VS hét stemgeluid van de Burgerrechtenbeweging. Voluit heette ze Odetta Holmes Felious – het eerste naar haar echte vader, die overleed toen ze zes was; Felious naar de tweede man van haar moeder.

Maar als artiest gebruikte ze alleen haar voornaam. In 1963 was ze erbij tijdens de mars naar Washington van Martin Luther King. Ze zong ’O freedom’. Ze was er opnieuw bij toen King in 1965 demonstreerde voor stemrecht voor zwarten.

Odetta liep toen alweer jaren mee. Ze was op de laatste dag van 1930 in het racistische diepe zuiden van de VS geboren, verhuisde naar Californië, merkte daar dat Los Angeles toch ook niet geheel vrij van racisme was – ze mocht als zwart kind niet naar de school vlakbij, maar moest met de bus naar een school verderop – en ontdekte daar op haar tiende dat ze kon zingen.

Ze kreeg een degelijke klassieke muziekopleiding, maar pas toen ze de folkmuziek ontdekte, kwam ze muzikaal gezien thuis. Eindelijk een muzieksoort waarin ingewikkelde dingen simpel worden gezegd, vond ze. Dat beschouwde ze als de hoogste vorm van kunst.

Ze maakte in 1956 een eerste plaat: ’Odetta sings ballads and blues’. De jonge Bob Dylan (1941) hoorde die en werd geïnspireerd door het vitale, persoonlijke van haar muziek en studeerde haar nummers in. De muziekcriticus van de New York Times noemde haar in 1960 „de meest glorieuze nieuwe stem in de Amerikaanse folkmuziek”. Het was een grote stem: ze kon van (voor een vrouw) heel laag tot heel hoog komen. Harry Belafonte droeg veel bij aan haar roem: hij had haar te gast in zijn tv-show en zong samen met haar ’There’s a hole in my bucket’, dat een hit werd.

Ze begeleidde zichzelf op gitaar (die ze ’Baby’ noemde), droeg het haar kort en had een uitstraling van grote waardigheid. Daarmee vormde ze een rolmodel voor latere vrouwelijke folkartiesten, zoals Joan Baez, Tracy Chapman en Joan Armatrading. Maar waar die ook veel eigen songs zingen, dook Odetta de archieven in om oude muziek van de vergetelheid te redden. De liedjes die gevangenen zongen, en negerslaven – op school had Odetta geleerd dat ze zongen ’omdat ze zo gelukkig waren’. De woede die uit de teksten spreekt was ook nu actueel, vond ze. Bovendien vond ze dat zwarten hun historische erfenis moesten kennen.

Ze is altijd blijven optreden, ook toen ze ouder werd. In 1999 kreeg ze uit handen van president Clinton de ’National Medal of Arts’.

Ze had graag gezongen bij de inauguratie van Barack Obama tot president van de Verenigde Staten, op 20 januari aanstaande., en verheugde zich er al op. Maar ze kreeg nier- en hartproblemen. Op 2 december overleed ze in New York, 77 jaar oud.

Twee clips uit de jonge periode:

Water Boy

Oh what a friend we have in Jesus

En een clip toen ze op oudere leeftijd was:

Midnight Special (2005)

mailIcon print |