De hockeybond wil volgend seizoen in de hoofdklasse een winterstop van vijf maanden instellen. De clubs zijn daar niet blij mee. In januari volgt overleg.
In sommige teamsporten is het heel praktisch geregeld, ook internationaal. De WK’s en EK’s handbal zijn altijd in december, zodat behalve in die periode de nationale competities gewoon kunnen doorgaan. Bij volleybal zijn de World League en andere internationale kampioenschappen altijd buiten de periode van de nationale competities gepland. Internationale en landelijke activiteiten sluiten bij die sporten naadloos op elkaar aan.
Bij hockey is dat niet zo. Hockeyers spelen jaarlijks het toernooi om de Champions Trophy en daarnaast zijn er nog de WK’s en EK’s. De Europese verplichtingen vallen nog wel zo te organiseren dat ze geen Europese competities in de wielen rijden, maar de data van de andere twee evenementen flipperen door de jaren heen.
De reden is simpel. Bij een buitensport als hockey worden grote evenementen bij voorkeur onder zomerse omstandigheden gespeeld. Als de Champions Trophy in Europa plaatsvindt, gebeurt dat in onze zomer –en zonder overlast voor de competitie–, maar zodra het evenement of het vierjaarlijkse WK ten zuiden van de evenaar wordt afgewerkt, vallen die zomerse dagen in andere maanden.
In 2009 organiseert Australië de Champions Trophy en daarvoor hebben de Aussies eind november/begin december geprikt. Het WK in 2010 is aan India toegewezen. Daar moet je in juli of augustus ook niet zijn, dus wordt het maart. Het Nederlands elftal reist in november 2009 naar Australië, keert terug als de Hollandse winterstop begint en tegen de tijd dat de clubs gewoonlijk het veld weer opzoeken, staat het WK in India op de rol. In het voorgestelde competitieschema betekent dat opschorting van de competitie begin november (er moet ook voorbereidingstijd zijn) en een hervatting in april. De competitie loopt in dat schema uit tot eind juni, waarna de play-offs beginnen.
Begrijpelijkerwijs staan de clubs bij dit schema niet te juichen. Ze hebben daarom bij de bond geprotesteerd, want ze vrezen een verlies aan kantine-inkomsten en doorlopende loonkosten voor buitenlandse spelers die ook in de maanden dat ze niet spelen moeten worden doorbetaald. Bovendien moeten overgangsklasseteams die zich voor de play-offs hebben geplaatst, bijna twee maanden wachten voor ze tegen de nummers laatst van de hoofdklasse aan de bak kunnen.
Het zal niet gemakkelijk zijn een oplossing voor het gerezen probleem te bedenken. Enkele genoemde alternatieven zijn onmiddellijk afgeschoten. Die variëren van het sturen van een B-team naar de Champions League tot een veredelde noodcompetitie. Het eerste voorstel is zinloos als de andere landen wel met hun sterkste teams opdraven; daarin zitten immers veel spelers uit de Nederlandse competitie. Bovendien zit bondscoach Michel van den Heuvel niet op een internationale afgang te wachten –hoe ingecalculeerd ook. Over een niet serieus te nemen competitie valt evenmin te praten: juist de competitie is de core business van de clubs en die geef je niet lichtzinnig weg.
In januari volgt daarom overleg tussen de hockeybond en de Hoofdklasse CV, het belangenorgaan van de clubs. Dat overleg wordt meteen een testcase voor de relatie tussen de bond en Hoofdklasse CV. Deze is enkele maanden geleden opgericht als belangenorganisatie om in gesprekken de bond gezamenlijk sterker te staan. Toen Hoofdklasse CV van zijn bestaan kennisgaf, liet de bond prijzend weten het nieuwe fenomeen positief te benaderen. Het overleg in januari is derhalve mede een mooi meetmoment om te zien hoe de verhoudingen werkelijk liggen: coöperatief of confronterend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.