*

 

Een warmer welkom voor de windmolen

Van onze redactie economie − 30/10/08, 00:00

Hoe krijg je omwonenden zover dat ze hun verzet staken tegen windmolens die staan gepland voor de komende jaren? Die vraag staat vandaag centraal op een congres van het ministerie van Vrom. Burgers als eigenaar van molens, is dat de oplossing?

  • Leden van de Vereniging Windvogel, met uiterst rechts voorzitter Dick van Elk, met twee kleinkinderen. Op de achtergrond de Gouwevogel in Gouda, een van de molens van de vereniging. (FOTO WERRY CRONE, TROUW)

Door windmolens een persoonlijk en menselijker imago te geven wordt een deel van het maatschappelijk verzet tegen turbines weggenomen. Dat kan door bewoners aandeelhouderschap aan te bieden, zodat zij een molen beschouwen als een stukje eigendom. Een windmolen aankleden met een plaatselijk symbool, zodat hij in de ogen van bewoners een regionale functie krijgt, kan ook al helpen om verzet te verkleinen.

Dat staat in een onderzoek in opdracht van het ministerie van Vrom, dat vandaag wordt gepresenteerd op een congres in Amsterdam voor ontwikkelaars van windenergieprojecten. De bijeenkomst is helemaal gewijd aan het vergroten van draagvlak voor windturbines op land. De Vrom-onderzoekers enquêteerden 1000 Nederlanders. Omwonenden van turbines, initiatiefnemers van windenergie en mensen zonder directe betrokkenheid.

Vrom heeft veel belang bij een warmer welkom voor nieuwe windmolens. Uit een inventarisatie die het ministerie in september vrijgaf bleek namelijk dat het merendeel van windprojecten vastloopt door tegenwerking van bedrijven, lokale bestuurders en bewoners (met duizenden verenigd in het Nationaal Kritisch Platform Windenergie). Burgers vrezen overlast door herrie, ongelukken, landschapsvervuiling. Angst voor een negatief effect op huizenprijzen leeft eveneens.

Twee derde van de 214 lopende projecten op land, goed voor 4400 megawatt groene energie, dreigt te mislukken door maatschappelijk verzet. Het kabinet denkt na over meer turbines op zee, maar wil molens op land blijven bouwen. Volgend jaar moeten er 165 nieuwe turbines verrijzen en tussen 2011 en 2020 nog eens 600 à 700. Om dat voor elkaar te krijgen wordt druk gezocht naar manieren om de band tussen mens en machine te verbeteren.

Het vandaag gepresenteerde onderzoek geeft aan waar kleine oplossingen kunnen liggen om wat meer burgerliefde te creëren voor witte wieken in het landschap. Lespakketten op school, ontwerpwedstrijden en adoptie van een molen worden aanbevolen.

Veruit de meeste Nederlanders staan positief tegenover groene energie, blijkt uit het Vrom-rapport. Maar om de hoek een windmolen? Dat leidt tot twijfels. Opvallend is dat de felste tegenstanders van windenergie met 13 procent de kleinste groep is, tegenover 23 procent windmolenfans die turbines geweldig vinden. De middenmoot, die redelijk positief of neutraal is, laat zich bijvoorbeeld op inspraakavonden echter het snelst overtuigen door de tegenstanders. De tegenstanders weten met hun sterke geluid ook gemeenteraden te overtuigen, staat in het rapport.

Tegenstanders van windmolens stellen dat zij minder dwarsliggen als ze vanaf het begin kunnen meedenken en -praten over locaties en het voorkomen van geluidsoverlast. „Er zijn juist te veel mogelijkheden om bezwaar in te dienen”, zegt een geïnterviewde in het rapport. „Als een molen aan de eisen voldoet zou meteen een bouw- en milieuvergunning moeten worden toegewezen.”

In oktober nam de Raad van State al maatregelen tegen beroepsklagers. Zij moeten aantonen dat zij meer doen dan procederen alleen. De Vrom-onderzoekers concluderen: „Initiatieven hebben de meeste kans van slagen als bewoners niet het idee hebben dat alles al is beslist.” Het ministerie verkiest een charmeoffensief voor de windmolen vooralsnog boven het doorbouwen met oogkleppen op.

mailIcon print |