Als hij in de auto zit komt Jan Boonstra uit het Zuid-Hollandse dorp Reeuwijk regelmatig langs de ’Windvogel’. Dat is een beetje zijn molen, vindt hij.
De kleine, witte tweewieker met een vermogen van 80 Kilowatt staat in het naastgelegen Bodegraven. In 1994 werd de turbine geplaatst door de gelijknamige windmolenvereniging, de Windvogel, waar Boonstra lid van is. „Als ik hem zie staan denk ik vaak: hij doet het nog steeds, dat oude besje.”
Boonstra betaalde eenmalig de lidmaatschapskosten van 50 euro en legde vrijwillig een lening in, met als doel de bouw of aankoop van nieuwe molens mogelijk te maken. Dat deden velen met hem, waardoor de Windvogel, de Gouwevogel in Gouda (600 kilowatt), de Volhouder in Halsteren (75 kilowatt) en de Amstelvogel in Oudekerk aan de Amstel (2 megawatt) kon aankopen.
Volgens de Windvogel leggen leden gemiddeld een lening van 800 euro neer, met zicht op zo’n 5 procent rente. „We kopen gewoon molens, het is zo simpel als het klinkt”, zegt voorzitter Dick van Elk. Wel zijn subsidie en leningen onontbeerlijk. Zo kostte de Amstelvogel 2,25 miljoen euro, waarvoor de vereniging een hypotheek kreeg bij het ASN-Groenfonds.
In het nieuwste proefproject van de Windvogel, begonnen in oktober, kunnen 120 burgers als mede-eigenaar van een windmolen ’zelf hun energie opwekken’. Daarvoor sloot de vereniging een deal met Eneco, dat alleen diensten verzorgt. Eneco levert groene stroom en verrekent het verbruik van klanten met de stroom die ’eigen molens’ opwekken. Dus: wek je veel op en verbuik je weinig? Dan verdien je het meest. Energiebelasting en btw hoeft niet over de ’eigen stroom’ te worden betaald en dat zou tot 150 euro per lid kunnen besparen.
Dat geldt als investeringspot voor nieuwe verenigingmolens. Alleen met veel burgers als aandeelhouder kan het concept succesvol worden. Volgens Van Elk heeft deze democratische vorm van windenergie de toekomst. „Het is tastbaar voor mensen. Zo krijg je maatschappelijk draagvlak voor meer windmolens op land, die veel goedkoper zijn dan op zee.”
Inmiddels heeft de Windvogel, begonnen in de kerkgemeenschap van Reeuwijk, bijna 1200 leden in heel Nederland, vooral in de buurt van de molens die eigendom zijn van de vereniging. Samen wekken de turbines jaarlijks ruim 5,5 miljoen kilowattuur op, genoeg om 1600 huishoudens van stroom te voorzien. Er bestaat in Nederland een handvol coöperaties als de Windvogel, waar burgers door lidmaatschap investeren in groene energie. „Het voordeel is de helderheid”, zegt Van Elk. „Als lid weet je welke molens jouw vereniging heeft en waar ze staan. Dat is heel anders dan groene energie afsluiten bij een energiebedrijf, waarbij niet inzichtelijk is waar de energie nu eigenlijk wordt opgewekt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.