Het is een hele geruststelling dat Marokkaanse Nederlanders verontwaardigd hebben gereageerd op het ’bizarre’ en ’onacceptabele’ optreden van de Marokkaanse overheid, die vorige week veertig tot vijftig imams uit Nederland heeft teruggeroepen voor overleg over godsdienstzaken.
Het protest tegen deze gang van zaken betekent dat zij geen inmenging dulden in hun geestelijke vrijheid en het betreuren dat hun voorgangers, de imams dus, die schijn wel op zich laden door naar Rabat af te reizen.
Het is ook te bizar voor woorden dat een overheid, in de persoon van een minister, maar hoeft te kikken om het voor elkaar te krijgen dat een legertje imams prompt hun kudde in de steek laat, zonder hun schapen van hun vertrek, of het doel van hun reis op de hoogte te stellen. Zelfs als de Marokkaanse overheid de nobelste bedoelingen heeft met deze consultatie, bijvoorbeeld omdat zij zich zorgen maakt over het radicalisme, dan nog is het een vergaande inmenging in de geestelijke vrijheid van Marokkaanse Nederlanders, die krachtens hun herkomst veroordeeld zijn tot een dubbele nationaliteit.
De kwestie drukt ons met de neus op twee problemen. Het eerste is dat er in een land als Marokko niet zoiets bestaat als een scheiding van kerk en staat. De overheid daar bemoeit zich voluit met de geestelijke zaken van haar onderdanen en schroomt niet om daar imams op aan te spreken. Vergelijk het met een Nederlandse minister die geestelijken aanspreekt op de inhoud van hun boodschap, ook als ze die boodschap in Canada of Zuid-Afrika verkondigen. Voor ons is dat al honderden jaren ondenkbaar.
Het tweede probleem is dat het aantal Marokkaanse Nederlanders dat het inmiddels tot imam heeft gebracht, dun gezaaid is. Daarmee is de Marokkaanse gemeenschap vaak aangewezen op Marokkaanse imams en als die er vervolgens blijk van geven niet ongevoelig te zijn voor instructies uit Rabat, dan komt de geestelijke vrijheid akelig in het geding. Terecht maakt de Tweede Kamer zich daarom zorgen over deze kwestie: ook Marokkaanse Nederlanders moeten zich in alle vrijheid kunnen ontplooien zonder beduchtheid voor de lange arme arm van het vroegere vaderland.
Maar het onbehaaglijkste in deze zaak is toch de geheimzinnigheid. Imams die zonder opgaaf van redenen afreizen naar Marokko en een Marokkaanse overheid die zich in nevelen hult. Van die geheimzinnigheid moeten we zo langzamerhand af, als van een giftige bron van geruchtvorming. Het is hoopgevend dat de Marokkaanse gemeenschap er inmiddels net zo over denkt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.