*

 

Kamer buigt zich over AWBZ

Karen Zandbergen − 30/10/08, 00:00

Boodschappendiensten, huiswerkondersteuning en uitjes verdwijnen geleidelijk uit de AWBZ. Wie moet die hulp aan ADHD-kinderen, demente bejaarden en gehandicapten opvangen?

  • (\N)

Is de samenleving er collectief verantwoordelijk voor dat zware MS-patiënten kunnen studeren, mensen met artritis naar het museum kunnen en gehandicapten kunnen reizen? Moeten de gemeenschap daar, via de belastingen, voor betalen? Of ligt de verantwoordelijkheid van die begeleiding bij ouders, kinderen, buren en geliefden?

Die principiële vragen liggen vandaag voor in de Tweede Kamer. Boodschappendiensten, huiswerkondersteuning en weekendjes weg verdwijnen volgend jaar geleidelijk uit de AWBZ. Die zorgwet is in 2003 namelijk onbedoeld uitgebreid naar ondersteuning bij het deelnemen aan het maatschappelijke leven en sindsdien flink gegroeid. Dus rest de vraag: wie vangt de gedragsgestoorde kinderen, demente bejaarden en gehandicapten op, nu de AWBZ met een bezuiniging van 800 miljoen euro terug gaat naar zijn kern?

Staatssecretaris Bussemaker beloofde afgelopen zomer aan een ongeruste Kamer dat ze goed zou kijken hoe deze mensen worden opgevangen, voordat ze rigoureuze stappen neemt. De uitkomst is inmiddels duidelijk. Het is niet langer een overheidstaak mensen met lichte beperkingen te laten participeren. Mensen met zwaardere beperkingen krijgen ondersteuning zodat ze zoveel mogelijk zelfredzaam zijn, maar de gemeenschap is er niet langer voor om hen te helpen bij deelname aan de samenleving.

Daardoor verliezen naar schatting van het ministerie 60.000 mensen recht op begeleiding. De overige 160.000 die activerende of ondersteunende begeleiding krijgen, zullen er voor het grootste deel op achteruitgaan in het aantal uren. CDA-Kamerlid Jan de Vries noemt het „een herschikking van verantwoordelijkheden”. Zijn PvdA-collega Agnes Wolbert is het met de strekking eens. „Ik vind dat je niet voor alles wat je overkomt aan hoeft te kloppen bij de overheid. De AWBZ moet er zijn voor zelfredzaamheid”.

De derde coalitiepartner, de ChristenUnie, legt de verantwoordelijkheid elders. „Het onderwijs moet zo zijn toegesneden dat het voldoende steun kan geven aan alle kinderen zonder AWBZ-hulp. En bijvoorbeeld het openbaar vervoer moet toegankelijk zijn voor iedereen”. Zo moet de hele samenleving er volgens Esmé Wiegman op zijn ingericht om alle mensen mee te laten doen. Daar kunnen vrijwilligersorganisaties een grote rol in spelen.

De linkse oppositie en de PVV bestrijden dat mensen in hun eigen netwerk voldoende hulp kunnen vinden om van hun leven meer te maken dan overleven. Ook de gemeenten zijn daar niet gerust op. „De druk op mantelzorgers is al groot”, weet Leen Verweij, wethouder WMO in Barneveld. „Juist bij de mensen waar het over gaat, is het moeilijk mensen te vinden die ze kunnen begeleiden”. Zeker nu iedereen moet werken. Hij is erg benieuwd waar de ChristenUnie al die vrijwilligers vandaan gaat halen.

CDA en PvdA zijn niet bang voor een veel grotere hulpvraag bij gemeenten, onderwijs en andere instanties. Als mensen zelf verantwoordelijker worden gemaakt, kloppen ze niet meer aan voor hulp die ze zelf moeten regelen. Maar, eisen beide fracties, dan moeten de nieuwe criteria wel heel goed doordacht zijn en moet het indicatieorgaan er klaar voor zijn.

Bussemaker wil al volgend jaar de strengere criteria in laten gaan. Ze heeft 150 miljoen euro achter de hand, voor als het spaak loopt bij jeugdzorg, scholen en gemeenten. Fijn, zegt Verweij, maar wat heb je aan een zak geld als je niet weet wat je moet verwachten. Zorgboerderijen weten niet of ze mensen moeten ontslaan, mantelzorgers niet of ze veel meer tijd kwijt zullen zijn. „De centrale vraag is: Welke kwaliteit samenleving willen we, en wat hebben we er voor over. Daar zou ik toch een stuk voorzichtiger mee omgaan”.

mailIcon print |