*

 

Jenaplan: Alles draait om de kring

Harriët Salm − 16/12/08, 00:00

Ouders van kinderen van bijna vier jaar staan voor een belangrijke keuze: naar wat voor basisschool stuur ik mijn kind? Eerste deel van een serie in de krant en op de website van Trouw. Vandaag: jenaplanschool De Ieme in Veghel.

  • Danique Stoks (11 jaar) stapte twee jaar geleden over naar De Ieme. ¿Op een jenaplanschool mag je veel meer samenwerken, het is hier daardoor veel gezelliger.¿ (FOTO KOEN VERHEIJDEN)
  • (Trouw)

Het is dinsdagochtend en in elk van de negen groepen op de openbare basisschool De Ieme (130 leerlingen), een jenaplanschool in Veghel, zitten de kinderen in een kring. Zo begint hier iedere schooldag. Niets bijzonders, lijkt het, want dat is op veel scholen zo. Maar de leerkrachten van De Ieme zien het anders.

Op de meeste – lees: niet-jenaplanscholen – dient het kringgesprek alleen om even bij te praten met de kinderen over hoe het weekeinde was, over een nieuw paar schoenen of wat de kinderen zelf ook maar bezighoudt, zeggen de leerkrachten hier. Daarna begint het lesprogramma pas. Op een jenaplanschool is de kring juist het vertrekpunt van de les, een wezenlijk onderdeel van het onderwijs.

In een van de lokalen neemt Jurel (10) het woord. „We zijn gisteren met een groepje van school bij de politie geweest en het was heel leuk. We mochten oude cellen zien en ook een oude wc. En we mochten een blaastest doen.” Gegiechel. Daarop vraagt haar juf: en hoe ga je hiervan verslagleggen? „Ik denk... een werkstuk”, zegt Jurel.

De kring is een leermiddel, zeggen ze op de jenaplanschool. Er worden boeken besproken, thuisgebakken koekjes verdeeld met recept, zelfs powerpointpresentaties vertoond. De leerlingen leren er hun doelen te formuleren, informatie te presenteren en naar elkaar te luisteren, zegt leerkracht Sanne Vulders (26).

Ook een eindje verderop, waar de leerlingen uit groep 1 en 2 in de kring zitten, wordt niet over koetjes en kalfjes gesproken, al zijn deze 4- en 5-jarigen snel afgeleid. De leerkracht spreekt hier op de vroege ochtend over emoties. Ze laat plaatjes zien van gezichten en de kinderen wordt gevraagd of de persoon blij, boos, verdrietig of wat anders is.

Wie is ook wel eens boos?, vraagt ze. Amy steekt haar vinger op. „Ik ging met Mabel naar de zolder en toen hadden we ruzie”. De juf: „En hoe heb je dat opgelost, Amy?” Amy: „Dat weet ik niet meer.” Soms los je dingen op door met elkaar te praten en het dan weer goed te maken, houdt de juf Amy voor.

Een van de andere kinderen in de kring meldt zich, maar blijkt niet met boosheid bezig. „Ik weet wie er in de winter jarig is”, meldt ze. En na een korte pauze, volgt triomfantelijk: „Sinterklaas”. Ook anderen blijken door dit onderwerp aangestoken, want de een na de ander meldt óók jarig te zijn in de winter. De juf laat ze uitpraten, maar keert dan toch behendig terug naar een nieuw plaatje: nu lacht het mannetje. „Hoe voelt hij zich, denken jullie?”

In kringgesprekken worden ook de vele uitstapjes die de kinderen op deze school maken, uitgebreid besproken, vertelt directeur Marionne Lommen (40). Die excursies, of het nu een bezoek aan brandweer, bank of politie is, of aan een museum, maken al evenzeer een wezenlijk onderdeel uit van jenaplanonderwijs. „De kinderen moeten mensen worden binnen de maatschappij, wij gaan dus met ze naar buiten om ze daarop goed voor te bereiden.”

Met de opgedane informatie gaan ze op school aan het werk. Kinderen werken aan projecten, maken presentaties of werkstukken. De school hangt er vol mee. Aan een muur is de plattegrond van de Himalaya kunstig nagebootst, dat is de groep die zich met India bezighoudt. Even verderop ligt een tafel vol Afrikaanse trommels en andere muziekinstrumenten: daar staat dat continent enkele weken centraal.

Van middelbare scholen waar de kinderen naartoe gaan hoort Lommen dat juist deze activiteiten haar leerlingen iets speciaals meegeven. „Onze kinderen lopen voorop als er voor een goed doel iets georganiseerd moet worden, ze zitten snel in de redactie van de schoolkrant, ze hebben een grote maatschappelijke betrokkenheid. Daarin ligt onze extra bijdrage als jenaplanschool.”

Naast deze ’aandacht voor de buitenwereld’ onderscheidt het jenaplanonderwijs zich bovendien door de ’stamgroepen’. Dat zijn klassen met kinderen uit drie groepen, dus drie leeftijdsgroepen en niveaus. Kinderen komen als jongste binnen in een groep, en worden dan geholpen door de oudsten. „Prettig voor kinderen die altijd de beste zijn van hun leeftijdsgenoten, dat zijn zij dan niet ten opzichte van de ouderen. En van de oudsten wordt dus ook wat verwacht: ze moeten de jongeren helpen. Het geeft ze verantwoordelijkheidsgevoel en maakt de kinderen zelfbewust.”

Wereldoriëntatie, stamgroepen, excursies: het klinkt mooi, maar komen de leerlingen ook aan leren toe? Lommen verzekert van wel. „We hebben in het verleden wel een beetje het geitenwollensokken-imago gehad als jenaplanscholen. Dat is echt verleden tijd. De kinderen leren hier gewoon de basisvaardigheden: taal, rekenen, spellen, enzovoorts. Dat staat voorop.” Er is een leerlingvolgsysteem en de kinderen worden geregeld getoetst. „Gaat het niet goed: dan nemen we stappen, zoals met ouders gaan praten, om te bekijken hoe we de leerling verder kunnen helpen.”

In de klas van Sanne Vulders zitten de kinderen twee uur later opnieuw in de kring, om werkstukken te bespreken. Danique Stoks (11) schreef over het boeddhisme. „Ze geloven in reïncarnatie, dat je ziel terugkomt na de dood”, vertelt ze. Gelooft ze daar zelf in? Danique moet hard lachen. „Nee, hoor, ikke niet.”

Voor de overige afleveringen kijk op www.trouw.nl/basisschoolkeuze

mailIcon print |