*

 

Ook zonder etiket weet iedereen waar hij met Wilders’ PVV aan toe is

Door: redactie − 12/12/08, 00:00

In een natie waarin vrijwel niemand zich conservatief of ’rechts’ durft te noemen, waarin zelfs de VVD zichzelf nadrukkelijk beschouwt als een progressieve partij, heeft het benoemen van een partij als ’extreem-rechts’ al gauw het effect van het aansteken van een lont in een kruitvat.

Een explosie liet daarom niet lang op zich wachten toen de samenstellers van de achtste Monitor Racisme en Extremisme de PVV van Geert Wilders wegzette als een ’extreem-rechtse’ partij. Of de heren ’helemaal van de pot gerukt zijn’, brieste hij.

Nou is ’extreem-rechts’ in het gangbare spraakgebruik de verzamelterm voor alles wat neigt naar agressief nationalisme en vreemdelingenhaat, tot en met fascisme en racisme toe. Uit dien hoofde bestond er voor Wilders dus wel enige grond om in toorn te ontsteken. Ook de uitleg die de samenstellers verschaften, zullen hem niet milder hebben gestemd. Zo maakten zij onderscheid tussen extreem-rechtse nationaal-democraten en raciale revolutionairen. De PVV schaarden zij onder de eerste groep, als een partij dus met een hang naar het eigene en het autoritaire en een afkeer van de gevestigde politiek.

Los van deze semantiek is het de vraag of de PVV op strikt wetenschappelijke gronden een extreemrechtse partij kan worden genoemd. Er zullen genoeg andere wetenschappers te vinden zijn die de stelling uit de Monitor bestrijden. Het lijkt ook weinig zinnig, want ook zonder etiket weet iedereen waar hij met Wilders aan toe is. Hij en zijn partij streven een aantal onzinnige en vaak verwerpelijke doelen na, maar zij doen dit binnen de spelregels van onze parlementaire democratie en zij schuwen het debat niet. Veel zinniger is het daarom de partij op haar standpunten aan te spreken en waar nodig geharnast te bestrijden.

In de aanloop naar de verkiezingen in 1998 noemde de toenmalige PvdA-leider Wim Kok, GroenLinks ook een extreme partij, maar dan ’extreem-links’. Het was zijn manier om een lastige concurrent weg te zetten, als een soort gevaar voor de samenleving. Maar het was vooral ook kenmerkend voor de ’paarse’, al te zakelijke politiek van die jaren, waarin verschillen angstvallig als ’extreem’ onder het tapijt werden geveegd en een verstikkende consensus het politieke leven lamlegde. Het is beter die fout niet nog een keer te begaan door politieke opvattingen als ’extreem’ af te serveren. Als die opvattingen echt te bar zijn, is het aan de rechter daar een oordeel over te vellen. En voor het overige geldt: vermijd al te gemakkelijke etikettering en ga gewoon het debat aan.

mailIcon print |