Nee, kunst kan een tumor niet wegnemen en dementie niet genezen. Wel kan ze troost bieden, hoop brengen en voor afleiding zorgen. Maar het luistert vaak nauw. Deel 2 in een korte serie over kunst als medicijn.
Je hoeft niets in De Coupé van Lino Hellings en Yvonne Dröge Wendel. Je kunt rustig zitten in comfortabele, verder onopvallende grijze stoelen, een kopje koffie bij de hand. De krant lezen mag natuurlijk, of met een medereiziger een praatje aanknopen. Maar je kunt ook gewoon uit het raam kijken en het landschap aan je voorbij laten gaan, of een beetje soezen op het monotone geluid van een trein die over de rails zoeft.
De Coupé is het verrassende resultaat van een project in zorginstelling De Bieslandhof in Delft, waar de bouw van een nieuwe vleugel aanleiding was een kunstwerk te laten ontwerpen dat niet alleen versiering zou zijn, maar echt iets zou dóen voor de bewoners. Verrassend, ook voor de beeldend kunstenaars zelf, die door de Stichting Kunst en Openbare Ruimte met de instelling in contact werden gebracht. In beider werk staat interactie centraal. In eerste instantie hadden ze dan ook heel andere ideeën. „Het gaat om mensen met dementie en Alzheimer en dan denk je al gauw aan kunst die prikkelt, tot activiteit aanzet, als een soort oplader dient”, aldus Dröge Wendel. Zij ontwierp zelf onder meer een manshoge bal, die ze in een stad plaatste, waarna willekeurige voorbijgangers bepaalden waar de bal heen ging.
Maar de twee kunstenaars besloten hun oordeel en het ontwerpen op te schorten en eerst onderzoek te doen. „We wilden heel nauwkeurig en zo neutraal mogelijk kijken: wie zijn die mensen, wat doen ze, wat gebeurt er met ze, wat willen ze.” De Bieslandhof ging daarmee akkoord. „En dat is wel bijzonder, want meestal willen opdrachtgevers meteen weten wat je gaat doen.”
Om een goed beeld te krijgen, organiseerden Hellings en Dröge Wendel viltworkshops met bewoners, hun familie en personeel van het verpleeghuis. Ze verwachtten latente talenten te ontdekken, die dan aanknopingspunten zouden kunnen bieden voor een kunstwerk dat bewoners zou stimuleren. „Iets met mooie kleuren, mooie materialen, mooie vormen”.
Er werd met plezier gevilt, dat zeker, maar paradoxaal genoeg ontdekten de kunstenaars dat veel bewoners eigenlijk op zoek waren naar iets anders. Dröge Wendel: „Een vrouw zei op een gegeven moment: we hebben ons hele leven lang gewerkt. We hebben nu het recht om niets te doen.”
Het leven van een dementerende kent veel stressmomenten, zo werd Hellings en Dröge Wendel bovendien duidelijk: „Zelfs een jas aantrekken kan voor paniek zorgen, als je niet meer weet hoe je ook weer in de mouw moet komen.” Met andere woorden: in plaats van al te veel activiteit, vroegen de bewoners vooral om rust. Dat was een eyeopener, vertelt Dröge Wendel. „Vanaf toen zijn we op zoek gegaan naar de mooiste vorm van nietsdoen, naar een aangename vorm van passiviteit.”
Uiteindelijk kwamen ze uit bij een treincoupé. In de gang van de gesloten afdeling van De Bieslandhof werden zes treinstoelen opgesteld: aan de ene kant tweemaal twee stoelen naast elkaar, aan de andere kant twee aparte stoelen waar nog twee rolstoelen naast kunnen. Ze zijn met opzet achter elkaar geplaatst. Dröge Wendel: „In de woonkamer zie je vaak bezoekers tegenover hun vader of moeder zitten en wanhopig zoeken naar een gespreksonderwerp. Mensen voelen zich daar gauw opgelaten, ook omdat anderen kunnen zien dat praten zo moeilijk valt. Hier kun je zwijgend naast elkaar zitten, zonder dat dat vervelend voelt.”
Ook over de videobeelden die langs de muren van De Coupé voorbij komen is lang gedacht. In eerste instantie zocht het tweetal – de noodzaak van prikkeling bleef maar in het achterhoofd zeuren – daar toch naar het afwisselende, het verrassende. Ook daar kwamen ze van terug. „Je ziet nu een vrij monotoon polderlandschap, veel wolkenluchten, weilanden, bomen. Kerktorens, boerderijen en bedrijven hebben we weggehaald. Mensen gingen zich afvragen: waar zou dit zijn, moet ik dit herkennen? En daar werden ze alleen maar onrustig van.”
De kunstenaars zijn blij met het eindresultaat, dat blijkt wel uit het enthousiasme waarmee ze over hun project praten. Dröge Wendel: „Veel kunstwerken in verpleeghuizen worden nauwelijks gezien of gebruikt. Dit werkt echt.”
Vindt De Bieslandhof dat ook?
Arda van Beek, teamverantwoordelijk op de afdeling waar De Coupé is opgesteld, antwoordt spontaan. „We zijn er heel blij mee.” Wel, voegt ze toe, vroegen sommige collega’s zich in het begin af waar het geld voor dit project vandaan kwam. „Toen duidelijk werd dat dit om speciale subsidies gaat die niet ten koste gaan van de zorg, was het goed.”
Het hele project heeft voor vrolijkheid en reuring gezorgd. „De workshops, de opbouw: het zorgde voor leven, en dat is altijd goed.” De bewoners waren zo nieuwsgierig dat ze in het weekeind voor de officiële opening in mei, al de verpakking van de stoelen losmaakten.
Bewoners zitten er graag, al dan niet met bezoek. Van Beek: „Je bent dan niet verplicht te praten, maar je doet toch samen iets.” In De Coupé kun je even op reis gaan zonder op reis te zijn. „Onrustige bewoners”, zo heeft Van Beek al vaak gezien, „komen hier tot rust.” Haar kernachtige formulering van het belang van het werk: „Je mag hier gewoon zijn wie je bent.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.