De tunneleconomie in de Gazastrook bloeit. Een levensader voor de Palestijnen, sinds Israël in juni 2007 een goederenblokkade instelde. Van Viagra tot leeuwen, alles is op bestelling leverbaar.
Aboe Moeshab (38) straalt. Acht maanden lang hebben zijn mannen onafgebroken in ploegendiensten gegraven aan een nieuwe onderaardse gang tussen Rafah, in het zuiden van de Gazastrook, en een onbestemde plek ergens in de Egyptische Sinaïwoestijn. Nu krijgt de Palestijnse smokkelchef eindelijk het verlossende bericht op zijn gsm: de tunnel kan in bedrijf worden genomen. „Fantastisch!”, herhaalt hij tegen zijn broer en zakenpartner aan de andere kant van de lijn.
Doorgaans zijn Gazaanse smokkeltunnels dusdanig krap van doorsnede dat illegale handelswaar van enige omvang steevast tot Ikea-bouwpakketten moet worden verpakt. Zo ook bij de andere drie gangen in Moeshabs onderaardse netwerk, waar hij speciaal kleinere jongens inzet voor het kruip- en graafwerk. Zijn jongste corridor is een unicum in de strook. Na lang puzzelen ontwierp hij een tunnel die breed genoeg is om motorfietsen, wasmachines en zelfs Amerikaanse koelkasten in hun geheel te vervoeren.
Complicerende factor was het rulle zand van Rafah, dat graven weliswaar gemakkelijk maakt, maar ook een verhoogd instortingsgevaar met zich meebrengt naarmate de tunnel ruimer van opzet is. Tientallen werkers vonden dit jaar al een ondergrondse dood door bedrijfsongevallen of omdat van Egyptische kant delen van het illegale gangenstelsel werden opgeblazen. De concurrentie neemt echter toe, dus creativiteit is geboden. Met de XXL-corridor hoopt Moeshab het gat in de markt te hebben ontdekt.
Ooit was hij wapensmokkelaar. Net als zijn vele collega’s in Rafah verdiende hij kapitalen aan het bewapenen van de milities van de elkaar beconcurrerende Fatah- en Hamaspartij, maar ook van allerlei Gazaanse clans die leefden van misdaad en het bieden van ’protectie’. De winsten waren hoog – vaak meer dan 300 procent – zodat de doorvoer van ande producten louter bijzaak was.
Maar dat was voordat de militante Hamas in juni 2007 na een kortstondige strijd het seculiere Fatahbestuur uit de Gazastrook verdreef. De nieuwe machthebbers zamelden bij alle niet aan de partij gerelateerde organisaties de wapens in en vaardigden voor hen een verbod op wapenbezit uit. „Aan wie zou ik nu nog moeten leveren?”, vraagt Moeshab retorisch. „Niemand durft zich tegen Hamas te verzetten en Hamas brengt wapens via eigen tunnels binnen.”
Noodgedwongen verlegden de Gazaanse sluikhandelaren daarom vorig jaar hun werkgebied en concentreerden ze zich op een geheel ander soort handel: smokkelen op verzoek. Deze zomer, tijdens het huwelijksseizoen, was de vraag bijvoorbeeld groot naar ondergoed en Viagra. Inmiddels puilen de apothekersschappen uit met het potentie verhogende middel, dat geheel conform de economische wetten nu flink gedaald is in prijs. Maar gelukkig voor Moeshab leiden andere tijden steeds tot andere bestellijsten. Gedurende de Ramadan importeerde hij dadels, kaas, jam, nette kleren en cadeaus. Aan de vooravond van het islamitische slachtfeest kwamen geiten en kalveren via de tunnels de Gazastrook binnen. En er is een constante vraag naar schoenen, kleding, hartmedicijnen, waterpompen, bouwmaterialen en zelfs buitenboordmotoren voor vissersboten. „De mensen bestellen, wij leveren”, glimlacht hij.
De tunneleconomie groeit en bloeit. Honderden ondergrondse warenhuizen opereren inmiddels dag en nacht langs de twaalf kilometer lange lijn die de grens vormt tussen Egypte en de Gazastrook. Sommige zijn meer dan een kilometer lang en liggen twintig meter diep.
Elke tunnel drijft op smokkelaars, gravers, kruipers, handelaren, tussenpersonen en natuurlijk een clientèle. Moeshab en zijn broers hebben zestig man personeel onder zich. Elke binnengebrachte zak goederen kost de klant 150 dollar. De omzet: 10.000 dollar per dag.
Daar staat tegenover dat Hamas een graantje meepikt van de lucratieve handel. Voor elke tunnel moet sinds kort jaarlijks een vergunning voor omgerekend 2000 euro worden aangevraagd. De gemeente Rafah verlangt daarnaast betaling voor de aansluiting op het elektriciteitsnet, nodig voor onder meer de ondergrondse zuurstofvoorziening. Bovendien worden de Gazaanse smokkelkoningen onder druk gezet om, bij wijze van sociaal vangnet, een schadevergoeding van tienduizenden euro’s aan nabestaanden te garanderen als een werknemer in de tunnels verongelukt.
Eigenlijk zouden de markten en winkels in de Gazastrook leeg moeten zijn. Na de machtsovername door Hamas, vergrendelde Israël de grenzen van het toch al geïsoleerde stukje land en kondigde een boycot af. Hopend dat lege schappen de bevolking tegen de nieuwe leiders zou keren werden alleen nog de hoogstnoodzakelijke levensmiddelen, hulpgoederen en medicijnen in kleine hoeveelheden doorgelaten. Ook de reguliere grens met Egypte ging dicht. Zodat Gazaanse Palestijnen ineens van bijna alles waren verstoken. Na een staakt-het-vuren in juni dit jaar werd het toelatingsbeleid voor goederen enigszins verruimd, al gaan bij oplaaiend geweld de grenzen direct weer op slot.
Maar de boycot wordt met de smokkeltunnels letterlijk ondergraven. De marktkramen van Rafah puilen uit met onderbroeken, plastic speelgoed en synthetische jurken. Het meeste is made in China en spotgoedkoop. Twee derde van de Gazanen leeft onder de armoedegrens: de prijs belangrijker dan kwaliteit.
„Alles in mijn winkel is gesmokkeld”, zegt Osama Mismei, terwijl hij samen met leverancier Rani Aboe Sal een zak net aangeleverde damestassen uitpakt. Tunnelwaar. Van de omgerekend anderhalve euro die voor elke tas moet worden betaald, is 0,25 eurocent ’smokkel-btw’; een doorberekening van de extra importkosten. Liever kocht Mismei langs reguliere weg in, maar hij heeft geen enkele keus. „De tunnels zijn onze enige grensovergangen.”
Een levensader, omschrijft econoome Hamad Jad uit Gazastad de tunneleconomie. „83 procent van wat Israël de grenzen laat passeren, bestaat uit levensmiddelen. De resterende 17 procent is hapsnap: cement, schoolschriften, schoenen. Al met al veel te weinig.” Vaak krijgen fabrieken slechts een deel van de benodigdheden aangeleverd. Wel de ingrediënten om ijs te maken, maar niet de ijscostokjes. Wel meel en suiker voor koekjes, maar geen verpakkingsmateriaal. Wel hout, maar geen spijkers of lijm. „Die lacune vullen de smokkelaars op.”
Van de 3900 Gazaanse bedrijven heeft sinds de boycot 95 procent de deuren moeten sluiten, voornamelijk door gebrek aan grondstoffen. Het louter importeren van handelswaar zwengelt bovendien de economie niet aan. En veel van de via de tunnel aangeleverde zaken zijn volgens Jad volstrekt overbodig: „Hebben we nu echt Coca-Cola nodig om te overleven?”
Bij de dierentuin in Rafah denken ze daar anders over. In de van vertier verstoken Gazastrook, luidt de redenering, is elk verzetje welkom. En dus kunnen schoolklassen en gezinnen zich er vergapen aan lynxen, apen, leeuwen en een papegaai. Stuk voor stuk gesmokkeld.
„Verdoofd, gemuilkorfd en in zakken”, beschrijft opzichter Fawzi Adwan de wijze waarop zijn bestelde waar door de tunnels komt. Maar ook dan gaat het soms mis. Grijnzend vertelt hij hoe een van de gazellen minder verdoofd was dan gedacht. De smokkelaar in kwestie kwam flink toegetakeld de tunnel uit.
De dierentuin heeft inmiddels voor meer dan 40.000 euro aan dieren laten leveren. Het duurst waren de leeuwen, afkomstig uit Jemen en omwille van het vervoer als welpen binnengehaald. Elk dier kostte 3000 dollar, plus nog eens 1500 smokkeltaks. De rekening wordt gedekt door acht investeerders, die samen 175.000 dollar op tafel legden om de krappe kooien gevuld te zien.
De enige uitzondering zegt Adwan, vormen de struisvogels. Juist de diersoort die nog wel eens vrijwillig de kop in het zand wil steken, is gewoon over land binnengebracht. Dat was bijna een jaar geleden, toen de grens tussen Egypte en de Gazastrook door de bevolking werd bestormd en kortstondig doorbroken – en toen de Gazanen heel eventjes zelf in Egypte konden inkopen, zonder tussenkomst van smokkelbazen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.