Wie werkelijk iets wil doen voor het dierenwelzijn kan beter uitzoomen van de nertsenkwestie.
De Tweede Kamerleden Harm Evert Waalkens (PvdA) en Krista van Velzen (SP) willen nertsfokkerijen verbieden om principiƫle redenen. Het is duidelijk dat de samenleving tegenwoordig anders tegen het dier aankijkt dan vroeger. Je zou zeggen dat het nog maar een kleine stap is om dieren het recht op leven en welzijn toe te kennen.
Waalkens meent dat het ethisch onacceptabel is dieren te fokken alleen voor hun huid. Hij loopt hiermee echter op de veranderende moraal van de samenleving vooruit. In de toekomst zou het best een morele norm kunnen worden dat we dieren niet meer mogen fokken alleen voor hun huid, en misschien ook niet meer voor hun vlees, maar op dit moment is deze norm niet van kracht. En dus kun je wat er in nertsfokkerijen gebeurt niet zomaar als onethisch kwalificeren, laat staan dat je op grond van deze norm een hele bedrijfstak kan sluiten.
Dat er een sterke wens in de samenleving zou zijn om te stoppen met nertsfokkerijen, zoals Kamerlid Waalkens aanvoert, zegt weinig. Ethische normen zijn niet het resultaat van telefonische enquêtes à la Maurice de Hond. In het geval van nertsfokkerijen had je de uitkomst trouwens al van te voren kunnen voorspellen: natuurlijk is een aanzienlijk deel van de bevolking tegen nertsfokkerijen, want elke Nederlander is een groot dierenvriend als het hem niets kost.
Op dit moment gelden er wel twee andere ethische normen, namelijk dat je dieren niet mag doden zonder goede reden en dat je dieren zo min mogelijk pijn moet doen. Aan die normen lijken nertsfokkerijen te voldoen. Maar toch wringt er iets wanneer we kijken naar het eindproduct: is een luxeartikel als nertsbont wel een goede redenen om dieren te doden? Zou het niet mooi zijn als mensen geen nertsbont meer zouden kopen?
Het zou ideaal zijn als alle nertsfokkerijen op aarde zouden sluiten en de werknemers passend alternatief werk zouden krijgen. Het sluiten van nertsfokkerijen in Nederland echter brengt die ideale situatie geen stap dichterbij. Integendeel. De internationale vraag naar nertsbont zal vermoedelijk niet afnemen als een paar productiebedrijven gesloten worden. Buitenlandse bedrijven, waaronder die in China, zullen vermoedelijk meer gaan produceren.
Het hoeft weinig betoog dat een dergelijk scenario ongunstig is voor mens (werkeloosheid) en dier (dierenwelzijn). De eventuele sluiting van fokkerijen in Nederland kan dus wel gevierd worden als een overwinning voor de hogere moraal, maar dieren en mensen zouden er de dupe van zijn.
Dit alles overschouwend wringt eerder het voorstel van beide Kamerleden. Bedrijven die niet, zoals veel politici tegenwoordig, symboolpolitiek voor eigen eer en glorie en ten koste van een bedrijfstak in Nederland? Zogenaamd voor het dierenwelzijn en de hogere moraal? Wanneer de Kamerleden werkelijk iets voor de nertsen willen doen, dan zouden zij moeten pleiten voor een Europees of wereldwijd fokverbod. Snel scoren met een aansprekend resultaat kunnen ze dan echter wel vergeten.
Maar wie werkelijk iets wil doen voor het dierenwelzijn kan beter uitzoomen van de nertsenkwestie. Dan blijkt al snel dat een veel groter, actueler en urgenter probleem is, waarbij immens dierenleed en mensenleed hand in hand gaan. De laatste tijden wordt er regelmatig gewag gemaakt van voedselrellen en soms zelfs voedselopstanden in derdewereldlanden. Sinds jaar en dag is bekend wat een van de hoofdoorzaken van de voedselschaarste is: de grote vleesconsumptie van de westerse wereld.
De vleesconsumptie leidt niet alleen tot een enorme verspilling van grondstoffen (voor een kilogram dierlijk eiwit is zes kilogram plantaardig eiwit nodig), maar is ook zeer milieubelastend en veroorzaakt veel dierenleed. Onze vleesconsumptie is zowel ecologisch, als geopolitiek als ook qua dierenwelzijn volstrekt onverantwoord.
Er zijn de laatste jaren anti-rook campagnes gevoerd met veel succes. De tijd is nu rijp voor anti-vlees campagnes. Maar als politicus maak je je natuurlijk veel populairder door in naam van de hogere moraal en het dierenwelzijn een paar kleine nertsfokkerijen te verbieden, dan dat je een groot deel van de bevolking (voor wie het dagelijkse vlees heilig is) regelmatig durft voor te houden dat het minder vlees moet eten.
Beide Kamerleden doen denken aan een docent die op barse toon een verlegen meisje op de eerste rij de klas uitstuurt, omdat ze wat heeft gefluisterd, terwijl er op de achterste rijen een grote groep leerlingen brallend en schreeuwend aan het kaarten is. Als Waalkens en Van Velzen de werkelijke problemen eens gingen aanpakken. In het kielzog van een grote anti-vlees campagne kan er altijd een kleine anti-bontcampagne gevoerd worden. Maar we moeten de dingen wel in proporties blijven zien. First things first.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.