*

 

’Het oude Wall Street komt niet terug’

Frank Kools − 04/10/08, 00:00

Volgens oud-bankier en bewindvoerder bij de Wereldbank Herman Wijffels signaleert de financiële crisis in de VS niet alleen de eindstrijd van het harde Wall Street-kapitalisme. Ze betekent zelfs het einde van de hele Amerikaanse manier van leven.

  • (\N)
  • (FOTO'S AP, EPA, REUTERS, AFP, WFA)
  • (Trouw)

Al tijdens zijn studie economie in Tilburg werd Herman Wijffels (66) het meest gegrepen door filosofie. „Natuurlijk heb ik mezelf toen ook de kunstjes van de economie eigen gemaakt, maar ik heb daar in Tilburg, maar ook later, altijd filosofie omheen gezet.”

Niet zo verwonderlijk zet de vertrekkend bewindvoerder bij de Wereldbank en ex-topman van de Rabobank ook in een gesprek over de financiële crisis in Amerika de filosofie er stevig ’om heen’.

Het zijn spannende tijden, vertelt Wijffels op zijn werkkamer in Washington. Hij is niet blij met de crisis. Mensen verliezen banen, huis en spaargeld. „Maar ik zeg ook niet: Wat is dit een groot ongeluk.” De crisis was in zijn ogen onvermijdelijk. Tegelijkertijd kan zij de weg vrijmaken voor wat hij niet minder dan een „nieuwe cultuurfase” voor de mensheid noemt. „Daar kijk ik zeer naar uit.”

Vanaf het einde van de jaren ’80 is hij steeds sceptischer geworden over het financiële stelsel van Wall Street. „Ik vergeleek het met trapezewerk, hoog in de nok van het circus. De financiële sector ging steeds minder verband houden met wat zich beneden op de grond afspeelde in het leven van mensen. Het is dan ook logisch dat die hele boel op een gegeven moment naar beneden lazerde.”

„Het keiharde Wall Street-kapitalisme zette de natuurlijke verhoudingen op zijn kop. Voor mij draait de economie om behoeftes van mensen. De financiële sector is daaraan dienstbaar. Maar Wall Street gooide na de val van de Muur de dienstbaarheid overboord en trok de hele koek naar zich toe. In de VS slokt de financiële sector veertig procent van de winsten op, terwijl daarin maar tien procent van de mensen werkt.”

„In mijn Rabotijd heb ik me er hevig tegen verzet dat de bank in de marktgolf mee zou gaan. We zijn toen uitgelachen. ’Waarom gaan jullie ook niet naar de beurs?’”

„Maar”, zo zegt Wijffels, „ik ben trots dat de Rabobank zijn ziel heeft behouden en doet waartoe ze opgericht is: mensen de financiële mogelijkheid geven om wat van hun leven te maken. Ik claim het niet als mijn verdienste, maar het is geen toeval dat de Rabobank in deze turbulente tijden een oase van rust is.”

De financiële sector is een fragiel bestel. Ze hangt van vertrouwen aan elkaar. De huidige onrust ontstond omdat het vertrouwen in de banken kelderde. Banken wantrouwen elkaar en lenen elkaar amper nog geld. Daarmee kwam de kredietverlening in gevaar.

Centrale banken pompten miljarden in het banksysteem om de kredietstroom weer aan te jagen. De Amerikaanse Senaat keurde eerder deze week een noodpakket van minister van financiën Henry Paulson goed dat de neerwaartse vertrouwensspiraal moet doorbreken. De kern van dat plan is dat de overheid voor maximaal 700 miljard dollar banken van hun probleemkredieten verlost.

Wijffels had liever voor de wijze gekozen waarop de Zweden begin jaren ’90 hun bankencrisis aanpakten. „Zij nationaliseerden hun bankwezen, gaven banken de tijd hun slechte kredieten kwijt te raken en verkochten de banken daarna weer.”

„Dat is de degelijkste weg. Je laat de verantwoordelijkheid voor de leningen waar die thuishoort: bij de banken. De Amerikaanse overheid daarentegen moet nu zelf een hele portefeuille hypotheken managen en laat zo de foute jongens vrijuit gaan. Maar zo’n complete nationalisatie is in Amerika onbespreekbaar. Dan zou geroepen worden: ’Ons land wordt socialistisch’.”

Amerikanen bestookten de afgelopen weken hun afgevaardigden in het Congres met boze telefoontjes en e-mails over het Paulson-plan. Het kon niet dat de fat cats van Wall Street niet verantwoordelijk gehouden werden voor de crisis en met vette bonussen wegliepen. De Senaat nam een voorstel aan dat het geven van premies en topsalarissen aan banden legt in bedrijven die de overheid helpt.

De ex-topbankier heeft geen centje medelijden met de Wall Street-jongens. „Ik ben opgelucht dat ze van hun troon gestoten zijn. Er zijn in de hypothekensector georganiseerde acties opgezet om mensen huizen te verkopen die ze niet konden betalen, en zo geld aan hen te verdienen. Het was gewoon een roofpartij.”

„Ik snap goed dat Amerikanen het niet pikken dat mensen die hun zakken al hebben gevuld hextra worden beloond. Tegelijkertijd hebben we in Nederland geleerd dat er sluipwegen blijven om dergelijke lui extra te belonen.”

Wijffels zelf zegt als Rabo-topman (1986-1999) nooit excessief verdiend te hebben en er ook nooit op los geleefd te hebben. „Ik kon mijn geld nooit op. Ik heb goed gespaard, gedeeld en normaal geleefd.”

Wijffels’ huidige kantoor ligt zo goed als om de hoek van het Witte Huis en van het Amerikaanse ministerie van financiën. Toch is dat volgens Wijffels „een compleet andere wereld”. En leiderschap in de crisis moet je daar volgens hem niet zoeken. „Bush en de zijnen zijn slechts met één ding bezig: hoe kunnen we de boel weer in het oude spoor brengen.”

Die pogingen zijn kansloos, zegt hij. „Omdat het financiële systeem voos was. Met zijn ondoorzichtige, duistere constructies was het niet meer geaard in menselijke behoeftes. Het valt dus niet op te lappen.”

Ook niet in afgezwakte vorm? Nee, bezweert Wijffels. „Kijk hoe Wall Street is veranderd. Tot voor kort zetelden daar vijf grote investeringsbanken, die zich de heersers van het universum waanden en die zich specialiseerden in dat trapezewerk.”

Alle vijf zijn nu weg. „Twee zijn er niet failliet zijn gegaan: Goldman Sachs en Morgan Stanley. Die hebben hun oude hoek als een haas zo snel verlaten en zijn gewone banken geworden. Hun oude spel komt niet meer terug.”

Luidt de financiële crisis een recessie in? Wijffels: „Een recessie is onvermijdelijk geworden. Hoe diep die wordt, valt moeilijk te voorspellen. Maar de westerse wereld moet er niet van staan te kijken als we een reeks jaren krijgen van nul groei. Misschien het ene jaar een half procent of zo, en dan weer niets.”

„In de wereld als geheel daarentegen gaat het zo slecht nog niet. In de delen van de wereld waar ze van één, twee, vier dollar per dag rond moeten komen, groeit de economie de komende jaren. En nog flink ook. Met zes, zeven procent. Die landen in Afrika en Azië zijn niet zo afhankelijk van wat er in de VS gebeurt.”

„In Amerika wordt het gebracht alsof de financiële crisis de oorzaak is van de neergang. Maar voor mij is die crisis eerder een symptoom van wat er werkelijk mis is, dan de oorzaak”, analyseert hij.

„Amerika’s grote probleem is dat het weigert binnen zijn grenzen te leven. Het leeft al jaren boven zijn stand. De consument spaart niet. Het land moet voor zijn investeringen en oorlogen lenen in het buitenland en overal ter wereld voor zijn economie beslag leggen op natuurlijke bronnen.”

Deze crisis is in zijn ogen niets minder dan een breuklijn in de wereldgeschiedenis. „Amerika, het summum van wat de industriële revolutie heeft voortgebracht, is enorm aan het afbladderen. Amerikanen willen dat zelf nog niet zien. Ze zitten nog in de ontkenningsfase.”

„Maar de hele Amerikaanse wijze van denken, die teruggaat op de frontiermentaliteit en zegt dat de aarde geen grenzen heeft, staat nu ter discussie. Alles werd in de Amerikaanse cultuur altijd tot het uiterste punt uitgerekt, van het financiële bestel tot de consumptie. Intussen is Amerika ver over het punt heen gegaan van wat houdbaar is. ’The party is over’, zei voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi eerder terecht.”

Het bewijs dat Amerika, maar ook de planeet als geheel, boven het draagvermogen van de aarde leeft, is volgens Wijffels „de opeenstapeling van crises die je ziet. We hebben een financiële crisis, maar ook een voedsel-, water-, energie- en klimaatcrisis. We staan voor een nieuwe cultuurfase in onze geschiedenis. We moeten een nieuwe manier van leven vinden, die past binnen wat de aarde hebben kan.”

Deze ideeën hebben zich in een lange tijd gevormd, vertelt Wijffels. Een deel ervan kreeg hij van huis uit mee op de familieboerderij waar hij opgroeide in het Zeeuws-Vlaamse IJzendijke. Zijn katholieke achtergrond vormde hem ook voor een deel, vooral de sociale leer van de kerk. Maar op andere punten, vooral ecologisch, schoten de katholieke leerstellingen te kort.

Maar de kerk leert toch dat de mens een goed rentmeester van zijn aarde moet zijn? „Dat idee maakt de mens tot de overheersende factor in de natuur. Het heeft ons mee tot het punt gebracht waarop we onze aarde aan het vernietigen zijn. We moeten naar een nieuw bewustzijnsniveau waarin respect voor leven centraal staat, het menselijke en al het andere. Ecologie en het sociale zijn daarin geen randvoorwaarden meer voor een goede economie, maar de basis van een gezonde economie.”

Uiteindelijk vond Wijffels die ideeën terug bij de zogeheten cultural creatives, in het Nederlands wel nieuwe culturelen of cultureel creatieven geheten. „Dat is een categorie spirituele mensen, die vaak niet kerkelijk gebonden zijn, die bezig zijn met ecologische houdbaarheid. Zij winkelen bij Whole Foods (organische supermarktketen in Amerika) en rijden in schone auto’s”, zegt hij.

Hij weet dat sommige mensen zijn ideeën vaag en soft vinden. „Ik hoor wel: hij is wel wat gaan zweven. Maar ik bleef altijd geloofwaardig, omdat ik zoveel jaren een grote, financiële tent heb geleid.”

De Verenigde Staten zijn nog niet klaar voor zijn cultuuromslag, erkent hij. Maar hij ziet hoopvolle tekenen. „Ik word elke zaterdag bij de Whole Foods bijna onder de voet gelopen door alle winkelende mensen. En in deze stad wemelt het van de schone auto’s.”

Hij gelooft niet dat de nieuwe tijd er juist één wordt van oorlogen over schaarse hulpbronnen en water. „Hyperrealisten zijn defaitisten. Mensen hebben veel gezamenlijke belangen. Je moet de goede krachten mobiliseren. Daar gaat het om.”

Het meest positieve teken des tijds vindt hij de opkomst van democratisch presidentskandidaat Barack Obama. „Hij is een exponent van die cultural creatives en is de eerste politicus die zijn steun met name binnen die groep vindt. Ik besef dat Obama in zijn plannen flink moet bijroeren en belastingverlagingen moet beloven om Clintonkiezers voor zich te winnen. Maar hij snapt dat we moeten overstappen naar een groene economie, dat Amerika niet vijftig miljoen onverzekerden kan laten rondlopen en dat het land een dialoog met zijn vijanden moet aangaan. Hij ziet dat, de Republikein John McCain niet.”

Zoals steeds in zijn carrière heeft hij zich aan het einde van zijn tweejarige termijn bij de Wereldbank afgevraagd hoe hij nog „een bijdrage kan leveren aan het grote project van het leven”. Na 42 jaar vaste banen te hebben gehad „houd ik dat voor gezien”. Wat hij wél gaat doen, zegt hij niet te weten. „Maar ik blijf hoe dan ook actief om de overgang naar de nieuwe cultuur te bevorderen.”

mailIcon print |