In het Engelse Totnes wordt gewerkt aan een nieuwe economie zonder afhankelijkheid van olie. De Transition Town-beweging krijgt voet aan de grond. Ook in Nederland.
Schoorstenen roken, auto’s rijden door plassen langs het winkelend publiek. Kerstliedjes klinken uit boxen die opgesteld staan bij een stalletje met mistletoe. Het Zuid-Engelse stadje Totnes lijkt op iedere andere Engelse plaats in december. Midden in de hoofdstraat wijst een klein bordje naast een open deur echter naar iets nieuws: ’Transition Town Totnes’ staat erop.
Oprichter Rob Hopkins licht toe: „Transition Town Totnes probeert een nieuwe economie op te bouwen, een economie zonder olie. Dat betekent veel minder energie gebruiken, lokale productie en consumptie en duurzame energie opwekken.” Hopkins’ ideeën komen niet van ver: hij is getrouwd met de kleindochter van de oprichter van het nabijgelegen Dartington Hall, waar de ’Schumacher school voor transitie- en duurzaamheidsonderwijs’ deel van uitmaakt.
Hopkins, auteur van ’The Transition Handbook’ en grondlegger van het internationale Transition Network, heeft al menig gast ontvangen. Mensen komen van over de hele wereld om te zien hoe het er in de eerste Transition Town (TT) aan toe gaat. Want dat de olie opraakt, is een ding dat zeker is, en steeds meer mensen vragen zich af hoe ze in het post-olietijdperk kunnen leven.
Rob Hopkins ontvangt zijn gasten op zijn zolderkamer boven een brillen- en bloemenzaak. Vrijwilligers en de zes mensen tellende staf vliegen ondertussen als bijen in en uit, stapels papieren en folders onder de arm. Vergaderingen en workshops wisselen elkaar af in de vier kamertjes van het kantoor. Alle aanwezigen zijn ervan overtuigd dat de wereld moet veranderen en dat zij het heft in eigen hand moeten nemen.
Totnes is met zijn kunstacademie en Schumacher-college van oudsher een alternatieve stad, open voor andere denkbeelden. Op Schumacher komen sinds de oprichting in 1991 ieder jaar dertien studenten van over de hele wereld bijeen om zich te verdiepen in holistic science. De bijeenkomsten met vooraanstaande docenten zijn openbaar. Ze gaan onder meer over duurzame landbouw en economie, gemeenschapsopbouw en milieu. Toeristen bestempelen Totnes graag als ’hippie-town’, dankzij de kleurrijke kleding van de inwoners en vele ’wierookwinkeltjes’. Het is dus niet vreemd dat Hopkins juist dit stadje uitkoos als broedplaats voor zijn beweging, die gesponsord wordt door twee liefdadigheidsorganisaties.
„Wij gaan ervan uit dat over hooguit 25 jaar ’peak-oil’ ontstaat. Dat betekent dat de oliewinning afneemt en de prijs enorm stijgt. Om hierop voorbereid te zijn, proberen we de olie-afhankelijkheid van de lokale bevolking te verkleinen door oude vaardigheden te leren. Het gaat dan om basisvaardigheden zoals het verbouwen en bewaren van voedsel en het bouwen van huizen. We werken ook aan het opbouwen van een hecht sociaal netwerk, oftewel het leven in een hechte gemeenschap. Het is makkelijker als groep onafhankelijk te zijn dan in je eentje”, verduidelijkt Hopkins.
’Resilience’, in het Nederlands te vertalen als veerkracht, is in de TT- beweging een sleutelwoord. Deze veerkracht is volgens Hopkins bijna afwezig in de huidige maatschappij. „We consumeren zonder zelf te produceren, dat maakt ons erg afhankelijk van olie. Daardoor zijn we kwetsbaar. Die kwetsbaarheid wordt nog eens vergroot doordat we alleen leven. De naoorlogse generatie resideert in een straat zonder haar buren te kennen. Je bezoekt je vrienden met de auto.”
Een van de praktijklessen voor ’pre-olie-productievaardigheden’ in Totnes is een cursus tuinieren, die gecombineerd wordt met een ’garden sharing’-project. Dit houdt in dat mensen die grond over hebben, die beschikbaar stellen aan mensen die hun eigen eten willen verbouwen. De opbrengst wordt gedeeld. Zo zijn mensen minder afhankelijk van voedsel dat met vrachtwagens van ver wordt gehaald.
Voortrekker van de garden sharing is Lou Brown. Zij is zelf ook enthousiast ’shairder’. ,,Ik eet nog steeds van de aardappels, uien en pompoenen die ik afgelopen september zelf heb geoogst. We hebben met vier mensen vier tuinen en we zien elkaar steeds vaker.”
,,Ik was een echt stadsmens, maar weet nu hoe ik mijn eigen eten moet verbouwen”, zegt een begeesterde Annie Leymarie.
Ook de introductie van de Totnes Pound, een lokale munteenheid, zorgt voor verbondenheid. Die kan in een veertigtal winkels worden gebruikt en stimuleert de lokale economie: geld blijft binnenboord. Weer een ander project zet aan tot het planten van bomen met vruchten of noten.
Terwijl in Nederland duurzaamheid snel wordt geassocieerd met windmolens en zonnecellen, ontbreken die vooralsnog in het landelijke Totnes. Dit komt volgens Hopkins doordat de beweging nog maar twee jaar bestaat. „We zijn nu bezig met het opbouwen van draagvlak”.
Draagvlak onder de bevolking lijkt in Engeland nog noodzakelijker voor succes dan in Nederland. Verandering moet hier vanuit de bevolking komen, want het Engelse lokale bestuur is erg conservatief. Zonnecellen zijn in historische binnensteden volledig uit den boze, en de bouw van windmolens wordt over het algemeen tegengewerkt.
Maar in principe is de Transition-beweging niet in de eerste plaats gericht op het opwekken van duurzame energie. ’To power down’ is minstens zo belangrijk, oftewel: het afkicken van de olieverslaving. Dat wil zeggen: minder energie gebruiken, meer lokale producten en minder plastic. Deze zaken krijgen dus meer aandacht dan het ’powering up’, oftewel het opkrikken van de duurzame energieproductie. „Duurzame energie kan maximaal de helft van ons huidige energiegebruik dekken, daarom is het niet voldoende om daarop te focussen”, zegt Hopkins.
De TT’ers zijn al druk in de weer met energiebesparing. Ze organiseren workshops over het verminderen van stroomgebruik en het isoleren van huizen. Maar om in 2030 een olieloos Totnes te bereiken, zijn drastischer maatregelen nodig. Om daarvoor ideeën te ontwikkelen wordt bewoners gevraagd mee te doen aan de ’Transition Tales’. Door elkaar verhalen te vertellen over de ideale energieneutrale woonplaats, ontstaat een beeld van de richting die mensen op willen. Op basis daarvan wordt een stappenplan geschreven.
In Totnes, dat 8000 inwoners telt, zijn ongeveer 800 mensen actief voor de Transition Town. In heel Engeland zijn momenteel 126 Transition Towns. Maar de beweging heeft wereldwijd aanhang. Buiten Engeland zijn enkele tientallen TT’s. Nederland telt momenteel zeven steden ’in overgang’. Ze zijn met elkaar verbonden via internet (www.transitiontowns.org). Ook worden mensen via google maps aan elkaar gelinkt.
Dat doet Ben Brengwyn, coördinator van het wereldwijde netwerk. „Als er een verzoek voor een lezing komt, probeer ik iemand uit de buurt te vinden. We moeten de capaciteit tot inspireren lokaliseren. Tegelijkertijd is het internet een onmisbaar medium om opgedane kennis met elkaar te delen”, vindt hij.
Maar ook de TT-beweging kan niet helemaal zonder reizen. Momenteel trekken enkele Transition-trainers de wereld rond: zij leiden lokale trainers op om de boodschap verder te verspreiden. Met de hoge olieprijzen stroomden de verzoeken om een training of een lezing binnen. Nu de olie betaalbaar is, is het weer wat rustiger. ,,Dat vind ik helemaal niet erg, nu kunnen we eindelijk weer met Totnes zelf aan de slag”, besluit Hopkins.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.