opinie De reguliere pers haalt doorgaans haar neusje op voor al die blogs en sites waarop het volk regeert. Maar soms duiken daar kwesties op die de oude media toch echt ten onrechte negeren.
Neem de affaire-Yoghurt. Geen van de kranten heeft er tot nu toe serieus aandacht aan besteed. De enige die de verwikkelingen nauwgezet volgt is de bloggende oud-kraker Keesjemaduraatje, die het wereldje van binnenuit kent.
Wat wil het geval? Op zaterdagavond 13 september was er een vechtpartij bij kraakkroeg Vrankrijk aan de Amsterdamse Spuistraat. Wat er precies gebeurde, blijft in nevelen gehuld. Duidelijk is wel dat de ’deurploeg’ problemen kreeg met twee mannen die naar binnen wilden. Toen de politie rond 11 uur arriveerde, lag een van hen – krakersnaam ’Yoghurt’ – bloedend en bewusteloos op de stoep. Hij bleek een schedelbasisfractuur te hebben. Geheugenverlies en gehoorschade waren het gevolg. Ook raakte hij gedeeltelijk verlamd.
Nu komt een stevige mishandeling wel vaker voor in ons bruisende uitgaansleven. Maar in deze zaak staat de politie, zoals dat heet, met lege handen. Drie maanden later lopen de daders nog steeds vrij rond. Vreemd? Alleen voor wie de hoofdstedelijke logica niet kent.
Vrankrijk heeft de status van een zogeheten vrijplaats. In 1991 konden de krakers het riante complex aankopen voor 260.000 gulden – een bedragje dat ook toen al op de lachspieren werkte. Na jarenlang gesteggel met de gemeente kregen ze in 2002 een exploitatie- en drankvergunning. Op hún voorwaarden, welteverstaan: de politie mocht het pand niet betreden. Anders zou zij zomaar ’gevoelige informatie’ over kraakplannen en andere illegale activiteiten kunnen achterhalen.
Dat de Amsterdamse gemeenteraad met deze bizarre eis instemde, valt achteraf nauwelijks te bevatten. Maar ja. Destijds domineerde de gedachte dat krakers van nature goedbedoelende wezens zijn – altoos belangeloos op de bres voor de verdrukten. Zo had De Groene Amsterdammer het over ’die paar softies in Vrankrijk’ van wie niemand hoefde wakker te liggen „behalve deze of gene huisjesmelker”.
Zeven jaar later slaan de softies een medekraker het ziekenhuis in.
Eén ding staat vast. Als dit geweld van politiezijde was gekomen, was de ophef in krakerskringen enorm geweest. Demo’s waren belegd, vlammende flyers verspreid, muren beklad. En mijn burgemeester had vast plechtig beloofd de onderste steen boven te halen. Maar nu het geweld van binnenuit kwam?
Zeker, aanvankelijk werd er op activistensites heftig gedebatteerd. Maar omdat ’de smeris’ zou kunnen meekijken (’Dissussie op internet voed de overheid van informatie en is dat nou echt wat je wil?’) was het spoedig gedaan met de openheid.
In Vrankrijk zelf hielden ze van schrik de deuren wekenlang dicht. Half november kwam er zowaar een verklaring. Het had, moesten wij begrijpen, tijd gekost „om een en ander te verwerken”. Diepzinnige conclusie: „Geweld is een ongrijpbaar fenomeen en een ongeluk zit in een klein hoekje.” En dat ze hadden besloten een cursus ’conflictbeheersing’ te volgen. En dat ze voor het slachtoffer (’We begrijpen en erkennen zijn woede en frustratie’) een fonds hadden opgericht. En dat de kraakkroeg gewoon weer openging.
Geen woord van excuus. Geen woord van spijt. En al helemaal geen woord over de schuldigen.
Het Avro-programma ’Opsporing verzocht’ deed op 2 december een oproep aan eventuele getuigen. Of iemand die septemberavond bij Vrankrijk iets heeft gezien? Of iemand iets weet van de daders?
Laatste nieuws: „Er zijn helaas geen tips binnengekomen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.