weblog De Vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken ontvangt de speciale vertegenwoordiger van China in Afrika, de heer Liu. Ik ben benieuwd wat voor gesprek dit wordt. China is met een houding van "we doen wat we willen, wie maakt ons wat?" bezig zich te profileren als wereldmacht en als grote speler op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.
In Afrika, maar ook in Zuid-Amerika stampen Chinezen wegen, vergadercentra en voetbalstadions uit de grond. Probleem is dat ze daarbij niet altijd de werkgelegenheid in het land vergroten, omdat ze hun eigen arbeiders meenemen.
Probleem is ook, dat zij het geven van hulp niet koppelen aan afspraken met de betreffende regering ten aanzien van goed bestuur, eerlijke verdeling van rijkdom en mensenrechten (China zou niet veel recht van spreken hebben op dat gebied!). Dat, zo zegt de heer Liu, zijn nadrukkelijk interne aangelegenheden van het ontvangende land. Ben ik niet met hem eens, maar ook ik kan niet ontkennen dat de inzet van China in Afrika een waardevolle is, als het gaat om grote infrastructurele projecten.
Lastig wordt het natuurlijk als het gaat over de rol van China in de Veiligheidsraad, het blokkeren van sancties tegen de regering van Soedan, bijvoorbeeld. Tot mijn verrassing ontwikkelt zich een open gesprek met de heer Liu. Op mijn vraag of China overweegt deel te nemen aan overleggen van donorlanden antwoordt hij dat we ons moeten realiseren dat China veranderd is, dat de wereld veranderd is, dat China niet meer is wat het tien jaar geleden was en dat ja!, China een rol wil spelen op wereldtoneel en begrijpt dat daarvoor overleg nodig is. Bereidheid dus tot meer openheid en gesprek. Dat is winst.
Van mijn vriendin de schrijfster Lulu Wang heb ik geleerd dat Chinezen ongevoelig zijn voor de manier waarop het westen politieke druk uit tracht te oefenen, zoals het boycotten, bijvoorbeeld van de Olympische Spelen. “Het effect daarvan is hetzelfde als wanneer je een vis in water wilt verdrinken”, zegt ze. Het beste resultaat krijg je door het doorbreken van isolement. Heel goed dus dat er kennelijk bereidheid tot gesprek bestaat.
Persoonlijk denk ik dat gesprekken met nieuwe donoren als China ook voor ons -(Europese) donorlanden- een positief effect kunnen hebben. Door de aanwezigheid van China in Afrika, als grote donor die op een ándere manier over ontwikkeling denkt dan Europa, krijgt Europa voor het eerst het besef dat we wellicht minder relevant zijn dan we denken, en dat onze manier niet de enige goede is‿
Dit besef is nieuw voor Europa. Bovendien nodigt het ons uit eens echt goed te kijken naar ons ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. De vragen waar we vandaag voor staan zijn heel andere dan die van zo’n zestig jaar geleden, toen we begonnen met ontwikkelingssamenwerking. Uitgaande van het grote belang van effectief ontwikkelingsbeleid, -dat allang niet meer alleen om solidariteit gaat, maar ook om ons eigen belang: armoede en onrust elders hebben direct effect op onze welvaart en veiligheid-, moeten we toe naar een heroriëntatie van het ontwikkelingsbeleid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.