Europa praat morgen in Nice met Rusland over het aanhalen van de banden, nadat de dialoog vanwege de oorlog in Georgië even was opgeschort. Gas is een van de belangrijkste thema’s. De EU moet daarover volgens de Russische regeringsadviseur Nodari Simonija zijn wantrouwen nu eindelijk eens laten varen.
Nodari Simonija begrijpt er helemaal niets van. Vooral sinds Moskou in 2006 de gaskraan naar Oekraïne dichtdraaide en daardoor ook de levering aan West-Europese landen stokte, klinkt in de EU de roep om minder afhankelijkheid van Russische energie.
Maar waarom, vraagt Simonija zich af. Nog nooit heeft Rusland Europa in de steek gelaten. „Voor 1991, ten tijde van de Koude oorlog, waren we een zeer betrouwbare partner. Er was nooit een onderbreking van leveranties, en altijd een heel goede samenwerking. Ondanks tegenstand van de Verenigde Staten.”
Nodari Simonija (76), die vorige week op het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM) van de Vrije Universiteit een lezing gaf, is ondanks zijn leeftijd nog steeds een belangrijk wetenschapper in Rusland –eerst als oriëntalist, later als energiespecialist. Hij heeft bovendien goede banden met de huidige machthebbers, premier Vladimir Poetin en president Dmitri Medvedev – „het beste team dat Rusland zich kan wensen”. Hij was onder meer vier jaar lang Poetins speciale gezant voor Afrika, adviseert de regering en de Russische nationale veiligheidsraad over buitenlandse beleid. Daarnaast leidt hij verscheidene onderzoeksinstituten.
De beeldvorming is puur politiek geïnspireerd, wil professor Simonija maar zeggen. Al decennia levert Moskou Europese landen gas en olie, maar alleen door inmenging van de VS of door wantrouwende beleidsmakers in Brussel ontstaan er problemen. En door slechte berichtgeving in de westerse media. Die lieten bijvoorbeeld na te vermelden dat Oekraïne voor 2006 veel Russisch gas illegaal aftapte en dat dát de reden was dat Moskou de kraan sloot. Daar zat geen kille machtspolitiek achter, maar een moeizame relatie met transitlanden – landen over het grondgebied waarvan de Russische energie de afzetmarkt bereikt. „Die hebben wel harde kritiek op ons vanwege de Sovjet-tijd –alsof zij daar zelf niet medeverantwoordelijk voor waren– maar willen ondertussen ook een heel lage gasprijs, net als tijdens diezelfde Sovjet-tijd.”
Olie en gas zijn volgens Simonija strategische grondstoffen, die vanwege hun belang nooit op dezelfde wijze aan de markt overgelaten mogen worden als T-shirts en graan. De recente prijsstijgingen en -dalingen wijdt hij aan speculanten, want „aan de fundamentele verhouding tussen vraag en antwoord is niets gewijzigd.” Hij bepleit nauwe samenwerking tussen aanbieders zoals Rusland en afnemers zoals Europa, onder meer bij de aanleg van nieuwe pijpleidingen. Die kunnen ervoor zorgen dat het aanbod gegarandeerd blijft.
Maar Europa en de VS zien dat anders. Die vrezen dat landen als Oekraïne, Polen en Slowakije de klos zijn, omdat het voor Rusland makkelijker wordt de gastoevoer naar die landen af te sluiten, zonder dat de belangrijkste markt, West-Europa, wordt getroffen. De nieuwe leidingen die nu worden aangelegd –Nord Stream, die door de Baltische Zee loopt, en South Stream die via de Balkan loopt– gaan immers om de oude transitlanden heen. Rusland kan de oude satellietstaten dus makkelijker chanteren.
„Wat we ook doen om de stabiliteit van leveranties te verbeteren, het is in hun ogen slecht. Dat baart me zorgen”, verzucht Simonija. Hij wijst erop dat bijvoorbeeld de akkoorden over South Stream op fifty-fifty basis worden gesloten: de helft van de aandelen is voor de Russische gasgigant Gazprom. „Dat is geen dominantie. Waarom zeggen ze dan dat het manipulatie is? Het komt heel Europa ten goede.”
Europa en de VS zien dergelijke leidingen daarnaast als concurrent van Nabucco, een pijp die vanuit Azerbeidzjan via Turkije gas naar Europa moet brengen. De Nabucco-pijp komt niet van de grond, omdat onduidelijk is uit welk land het gas moet komen om erdoorheen te stromen. Azerbeidzjan blijkt het niet te hebben. Als het gas uit Turkmenistan moet komen, moet er eerst een pijpleiding onder de Kaspische Zee door. En gas uit Iran zit er niet in vanwege de gevoelige politieke relatie.
Critici van Rusland noemen nog een andere reden: Gazprom koopt iedere keer gasvoorraden op, zodat het transport via Rusland blijft lopen en het niet via Nabucco kan. Dat is goede handel, omdat Gazprom zo het verschil in zijn zak kan steken tussen de aanschafprijs in Azerbeidzjan of Turkmenistan en de verkoopprijs in Europa.
Simonija vindt alle kritiek maar onzin. „Het was Brussel zelf dat gelijk zei dat Nabucco bedoeld was tegen Moskou. Dat is oorlogstaal! Ik hoor al tien jaar over dat project. Het zou het belangrijkste project van de EU zijn, maar er is niets gebeurd in al die tijd. De EU-bureaucratie doet me denken aan de Sovjet-tijden. Als ze het zo belangrijk vinden, moeten ze gewoon gaan bouwen. Europa heeft bovendien niet één Nabucco nodig, maar meerdere, gezien de tekorten die rond 2015 gaan ontstaan.”
Volgens Simonija willen Poetin en Medvedev echt goed samenwerken met Europa, Azië en de VS. „Rusland zit nog in de industriële fase, we hebben technologie nodig. We hebben er de knappe koppen wel voor, maar die werken allemaal in landen als Zuid-Korea of Japan, of voor buitenlandse bedrijven.”
Dat wil niet zeggen dat westerse bedrijven vervolgens alleen voor eigen gewin de grondstoffen uit de Russische bodem mogen halen. Dat was bijvoorbeeld wel het geval met Shell op Sachalin, een schiereiland in het oosten van Rusland, waar Shell samen met twee Japanse bedrijven naar olie boorde. „Corrupte lokale officials hadden daar contracten gesloten met Shell en de Japanse oliebedrijven, zonder dat Russische bedrijven er een rol in speelden. Het is goed dat dat is rechtgezet. Zoiets gebeurt nergens ter wereld, overal zijn staatsbedrijven de belangrijkste partner bij het winnen van de grondstoffen.”
Shell werd uiteindelijk in 2006 gedwongen de helft plus één van de aandelen aan Gazprom te verkopen, tegen een lage prijs. Dat werd afgedwongen door Shell van milieuvervuiling te beschuldigen. Volgens Simonija was dat op zich terecht. Maar ook hypocriet „want heel veel vervuiling elders is niet bestraft.”
Dat geldt bijvoorbeeld voor de ’verschrikkelijke situatie’ van de grote verspilling door verouderde leidingen, en de enorme schaal waarop in Siberië gas wordt afgefakkeld. „Ecologie staat in Rusland helemaal onderaan als prioriteit”, zegt hij. Op de vraag of Poetin met zijn macht de bedrijven dan niet kan dwingen milieuvriendelijker te werken, zegt hij dat die macht kennelijk toch beperkt is. „Ze hebben toen de prijzen hoog waren niet geïnvesteerd, alleen het geld gepakt. En nu zijn de prijzen weer omlaaggegaan.”
Hij hekelt Gazprom –’een oude bende, echt sovjet’– en de incompetentie van de leiders, op Medvedev en Poetin na. „Er moet onafhankelijke competitie komen, zodat de prijzen in Rusland omlaag kunnen en de kwaliteit van de bedrijven omhoog. Dan wordt Gazprom gedwongen beter te opereren.” Maar dat is politiek toch helemaal niet te verwachten? „Medvedev is slim, maar zoals we dat zeggen in Rusland: één man kan niet winnen op het slagveld”, erkent hij.
Zou het helpen als de politiek wat democratischer werd, en het Russische bedrijfleven niet zo nauw met de politiek was verbonden? „Wij zijn nog niet klaar voor volledige democratie. Net als in Zuid-Korea en Japan en andere landen is verwestersing niet automatisch het juiste model. Zij gingen ook eerst van een autoritaire staat naar economische ontwikkeling, voordat ze een democratie werden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.