Willen wonen in vrijstaande huizen in een parkachtig landschap, zoals de ANWB voorstelt, is onhaalbaar.
ANWB-directeur Guido van Woerkom pleit voor toekomstige woningbouw in groene gebieden buiten de stad, in een vorm die te vergelijken is met de bungalowparken van Center Parcs en Landal (Trouw van dinsdag). Dat is wat mensen willen en wat ontwikkelaars graag bouwen. Die laatste groep moet de ruimte krijgen om Nederland naar eigen visie te ontwikkelen.
Dit voorstel komt sympathiek over, en zal door veel mensen worden omarmd. Maar is het wel reëel om in grote aantallen nieuwe groene wijken te bouwen met vrijstaande woningen? En moet je marktpartijen laten beslissen hoe we met ruimte in Nederland om moeten gaan?
Een eenvoudige rekensom leert dat het idee van de ANWB niet haalbaar is. Als we in het huidige tempo blijven door bouwen, zullen er over 8 jaar 600.000 woningen bij zijn gekomen. Als je dat aantal wilt bouwen in een dichtheid die kenmerkend is voor de bungalowparken van Center Parcs of Landal, dan heb je 750 vierkante kilometer nodig. Dat is meer dan de totale open ruimte in de Flevopolder, of de gezamenlijke oppervlakte van de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. Die ruimte is er niet, althans niet in de Randstad.
Naast wonen moeten de mensen ook werken. Dat doen ze vooral in de grote steden, die slecht bereikbaar zijn door de files. Het fileprobleem zal alleen nog maar toenemen als mensen in steeds grotere aantallen op het platteland rond de steden gaan wonen. Met het openbaar vervoer los je dat niet op. Rendabele bus en treinverbindingen zijn alleen mogelijk op plekken met hogere bebouwingsdichtheden, waar veel mensen er gebruik van maken.
Het huidige beleid om compacte steden te bouwen is dus zo gek nog niet. Je woont in een omgeving waar alle functies binnen fietsafstand zijn. Stadsranden en parken en natuur- en recreatiegebieden tussen de steden kunnen grotendeels vrij blijven van bebouwing en bieden rust, ontspanning en ruimte. Ook deze zijn met de fiets bereikbaar. En bij een bezoek aan andere steden heb je het gemak van openbaar vervoer.
Het voorstel van de ANWB om marktpartijen een leidende rol te geven in de ruimtelijke ordening van ons land is ondoordacht. Bij de ruimtelijke ordening staat de afweging van verschillende belangen centraal. Daarbij kan het gaan om financiële belangen, maar ook belangen op het gebied van landschap, ecologie, mobiliteit, en dergelijke. De keus voor het één heeft altijd consequenties voor het ander. Die afweging is primair een taak voor de overheid. Dat moet je niet overlaten aan partijen die vooral hun eigen (financiële) belang dienen. Uiteraard kun je de deskundigheid van die partijen, maar ook van burgers en organisaties, betrekken bij de ruimtelijke ordening, maar de uiteindelijke keuzes moet je niet aan hen overlaten.
Een verstandige ruimtelijke ordening in Nederland, waar ruimtelijke kwaliteit en bouwproductie hand in hand gaan, vraagt daarom om een deskundige overheid met visie. Een overheid die afweegt waar gebouwd kan worden, en in welke aantallen. Een overheid die kwaliteitseisen stelt en daar vervolgens op stuurt en controleert. Een overheid die de marktpartijen uitnodigt om mee te denken, maar ze niet de vrije hand geeft. De ANWB kan een bijdrage leveren als het gaat om vervoer, recreatie en groen. Maar hopelijk laat de ANWB de discussie over woningbouw en ruimtelijke ordening in het vervolg over aan anderen.
Arjan van der Laan is adviseur stedenbouw en ruimtelijke ordening
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.