Advocaten gebruiken steeds vaker visuele middelen om hun pleidooien kracht bij te zetten: videoreconstructies, 3D-animaties, zelfs complete documentaires worden vertoond in de rechtszaal. Maar hoever kun je gaan? „Als je mikt op goedkoop effectbejag, wordt het een inkoppertje voor de tegenpartij.”
Advocaten zijn de meesters van de retorica, redenaars bij uitstek. Een modern pleidooi bestaat echter niet langer uit woorden alleen. Foto’s, video’s, tekeningen en computeranimaties, alles wordt uit de kast getrokken om de rechter te overtuigen.
Het Openbaar Ministerie doet het ook. In de Groningse hiv-zaak bijvoorbeeld, toonde de officier van justitie (onder protest van de verdediging) een indringende video-opname van het politieverhoor van een van de verdachten. De hele rechtszaal kon op een groot beeldscherm zien hoe de verdachte tijdens het verhoor op het politiebureau zenuwachtig op zijn stoel zat te draaien en tegenstrijdige verklaringen gaf.
De Amsterdamse strafpleiter Jaap Bakker is een pionier van ’het nieuwe pleiten’. Zijn visitekaartje vermeldt: ’Jaap Bakker: advocaat/filmmaker’. Hij maakt korte documentaires die hij tijdens de zitting op een beeldscherm aan de rechter laat zien, ter verdediging van zijn cliënt.
„Kijk”, zegt Bakker in zijn kantoor, terwijl hij een van zijn ’pleitdocu’s’ opstart. „Deze film heb ik gemaakt toen ik een veelpleger verdedigde. Die jongen was na zijn misstappen ingetreden in een christelijke leefgemeenschap en had zijn leven gebeterd. Dat moest ik de rechter natuurlijk laten zien!”
Op het scherm verschijnt de veelpleger die een rondleiding geeft door zijn nieuwe thuis en uitlegt dat hij nu ’volgens de Bijbel’ leeft. Medebewoners van de commune vertellen op camera hoe Bakkers cliënt is ’opgebloeid’, en ’een ander mens is geworden’. „Dat verhaal kan ik wel aan die rechter gaan vertellen, maar op beeld werkt het natuurlijk veel beter”, roept Bakker. „Zo krijgt de rechter een veel realistischer beeld van de verdachte, een totaal ander beeld dan wat oprees uit het dunne dossier dat bij hem op het bureau lag.”
Hij gooit er een nieuwe dvd in. „Deze heb ik de rechter laten zien toen ik een asielzoeker bijstond, die op het punt stond uitgezet te worden.” De echtgenote van de asielzoeker verschijnt in beeld. Vanuit een sobere woonkamer vertelt ze hoe desastreus uitzetting van haar man zou zijn voor het gezin. In een volgende scène interviewt Bakker een universitair docent bestuursrecht die uitlegt waar de IND steken heeft laten vallen in deze zaak. „Zo breng ik de deskundige en zijn autoriteit de rechtszaal in”, licht Bakker toe. „Een pleitdocu moet altijd juridisch gewicht hebben en een echte bijdrage leveren aan het debat op de zitting. Met alleen een tranentrekkend filmpje bereik je niets.” De asielzoeker kreeg uiteindelijk een verblijfsvergunning, mede dankzij de argumenten uit de documentaire, zo blijkt uit de uitspraak van de rechter.
Bakker is niet de enige advocaat die toekomst ziet in beeldgebruik. Susanne Hoogwater, voorheen advocaat, zag de trend al vroeg. Sinds enkele jaren is ze geen advocaat meer, maar grafisch ontwerper/consultant voor juristen. Haar bedrijf Legal Visuals maakt beeldmateriaal voor in de rechtszaal. Dat kan van alles zijn: een schematische weergave van een complexe redenering bijvoorbeeld, of een situatieschets van de plaats delict. Alles wat een pleidooi kan ondersteunen. „De meerderheid van de mensen onthoudt informatie beter als ze die visueel ontvangen dan wanneer ze de informatie verbaal ontvangen”, legt Hoogwater uit.
Een advocaat wil de rechter overtuigen van zijn gelijk. Dat is zijn werk, maar hoever mag hij gaan met beeldgebruik? Wanneer wordt illustreren manipuleren? Hoogwater: „Die grens wordt vooral bepaald door de zorgvuldigheid waarmee het beeld wordt geselecteerd en gepresenteerd. Verder is van belang wat de intentie van beeldgebruik is. De bedoeling moet zijn: je standpunt beter uitleggen en onderbouwen en de rechter beter informeren, zodat hij een beter besluit kan nemen. Overreden mag, manipuleren niet. Bij beeldgebruik gelden dus eigenlijk dezelfde gedragsregels voor advocaten als bij een mondeling pleidooi”.
Bakker zette onder het filmpje over de asielzoeker treurige muziek, een eenzame piano op de achtergrond. „Ik wil, tot op zekere hoogte, ook sfeer creëren in de rechtszaal”, erkent hij. „En natuurlijk, daar moet je mee uitkijken. Want als je er te ver in gaat, schiet je jezelf in de voet. Dan is het niet meer geloofwaardig. Filmische middelen kunnen goed werken, maar zijn ook link. Want als je mikt op goedkoop effectbejag, wordt het juist een inkoppertje voor de tegenpartij.” Het beruchte filmpje dat Pieter van Vollenhoven liet zien, na zijn onderzoek naar Schipholbrand bijvoorbeeld. Dat ging te ver, vindt Bakker. „Die muziek eronder, dat was too much.”
Met beeld en geluid kun je inderdaad gemakkelijk manipuleren, erkent Susanne Hoogwater. „Klassiek voorbeeld is een grafiek waarbij de schaal heel gedetailleerd is. Een kleine verandering van een paar procent suggereert dan een enorm verschil.” Daarom moet de nieuwe lichting juristen geschoold worden in ’visuele geletterdheid’, vindt zij. „Rechters, officieren en advocaten moeten kritisch kunnen doorvragen, naar aanleiding van de beelden, net zoals ze dat doen bij mondelinge betogen.”.
Ton Hol, rechtsfilosoof en rechter te Haarlem, is niet zo bang voor een vervorming van de werkelijkheid door beeldgebruik in de rechtszaal: „Recht is op zichzelf ook al onvermijdelijk vervormend”, vindt hij. „De werkelijkheid wordt teruggebracht tot een juridische. Als beeldgebruik in de rechtszaal dat weer een beetje kan bijstellen, is daar op zichzelf niks op tegen, lijkt mij.”
„Het grote belang van beeldgebruik in de rechtszaal is dat de rechter een ruimer, rijker beeld krijgt. De angst voor een vertekend, gemanipuleerd beeld is koudwatervrees”, zegt Hol. „Rechters zijn erop getraind om daar doorheen te prikken. Net zoals ze erop getraind zijn er doorheen te prikken als iemand met woorden probeert te manipuleren of een stemming probeert te creëren die geen recht doet aan de werkelijkheid”, zegt Hol.
Hol voorspelt een grote verschuiving: „De generatie juristen die nu afstudeert, is volledig opgegroeid in een beeldcultuur en vindt het gebruik van nieuwe media vanzelfsprekend.”
Volgens Bakker loopt de advocatuur nu nog achter op het OM, waar het gaat om beeldgebruik in de rechtszaal. Het OM maakt, zeker bij grote zaken, regelmatig gebruik van nieuwe media. In zowel het Holleeder-proces als de Nomads-zaak toonde het OM beelden op levensgrote lcd-schermen.
De nieuwe generatie advocaten zal veel meer gebruik gaan maken van beeld, voorspelt ook Jaap Bakker. Hoewel? Nieuwsgierig ging hij een paar maanden geleden kijken naar de finale van de landelijke pleitwedstrijden, waar de jonge toptalenten van de advocatuur het tegen elkaar opnamen. Het werd een teleurstelling. „Niemand gebruikte beeld, alleen maar mondelinge betogen, zo hebben ze dat geleerd hè. En dan kreeg de winnares als prijs een wetboek cadeau... Ze hadden haar een camera moeten geven!”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.