*

 

De onmogelijke missie van Vogelaar

Cees van der Laan − 15/11/08, 00:00

Het Zeeuwse poldermeisje Ella Vogelaar zag het als haar missie moslims en de islam te helpen wortelen in de Nederlandse samenleving. Waar haar voorgangster Rita Verdonk weinig oog had voor de positie van migranten vergat Vogelaar zelf een brug te slaan naar de ontevreden autochtone burgers.

  • Minister Vogelaar tijdens een werkbezoek aan de ¿prachtwijken¿ Schilderswijk en Transvaal in Den Haag. (FOTO WERRY CRONE, TROUW)

Wie de politieke temperatuur van een politicus wil meten, kan het beste na afloop van een debat in de Tweede Kamer bij de camera’s van de nieuwszenders gaan staan. Een bewindspersoon die niet in het nieuws staat zal zelf een camera moeten opzoeken voor een beetje aandacht, maar een politicus onder vuur zal spitsroeden lopen door een haag van camera’s en microfoons.

Dat was de situatie voor Ella Vogelaar vorige week donderdag na afloop van het debat over uit de hand gelopen verbouwing van het stoomschip SS Rotterdam. Hoewel ze zich in dat debat ferm verdedigde, een ruime meerderheid achter zich kreeg voor haar aanpak, maakten de audiovisuele media gehakt van haar. Het ging in de vragen niet over haar beleid maar alleen over haar invulling van het ministerschap.

Rond Ella Vogelaar hing in de afgelopen weken de geur van wilde dieren, zoals oud-D66-leider Van Mierlo zo’n situatie beschreef, klaar om haar te verscheuren. Een van de prominenten in de coalitie van CDA, PvdA en CU verzuchtte een dag voor haar aftreden: ,,Ella kan niks meer goed.’’ Niet zozeer haar beleid was onderwerp van kritiek, maar de persoon zelf. ,,U komt zo verbeten over?’’ ,,Verbeten, nee, daar herken ik me niet in, gedreven, dat ben ik wel.’’ In de beeldvorming was ze schietschijf van de rechtse fracties en diverse media. Ella was multiculti, Ella was de minister van pappen en nathouden, Ella had een charismacursusje nodig. Als Vogelaar werd genoemd, werd er meewarig gekeken.

Hoe anders was de situatie bij haar aantreden als minister van wonen, wijken en integratie. Vogelaar was het PvdA-antwoord op de volgens vele critici grimmige integratiepolitiek van Rita Verdonk. Letterlijk opgegroeid in de Zeeuwse polder en carrière gemaakt in de Nederlandse polder (FNV-topvrouw, veelgevraagd voorzitter van adviescommissies, president-commissaris bij Unilever, Novib-voorzitter). PvdA-leider Wouter Bos haalde haar, onder de indruk van haar cv, het kabinet binnen, waarbij hij klaarblijkelijk haar gebrek aan politieke ervaring minder belangrijk vond.

Vogelaar zou de door Verdonk uiteengeslagen samenleving weer met elkaar moeten verbinden, bruggen slaan naar migrantengroeperingen die hun buik vol hadden van het vorige centrum-rechtse kabinet, Balkenende II. Het Sociaal en Cultureel Planbureau waarschuwde in die jaren herhaaldelijk voor de groeiende kloof tussen autochtonen en allochtonen. Wijken die zouden kunnen exploderen, zoals in de voorsteden van Parijs, waarvoor VVD-minister Winsemius waarschuwde. Vogelaar zou moeten gaan binden en verbinden, luidde haar opdracht en nieuwe energie pompen in de achterstandswijken. En, met het goedlachse Zeeuwse poldermeisje, zou ook weer de broodnodige ontspanning komen in het hypergevoelige integratiedossier, zo was de verwachting.

We troffen elkaar in Rome, waar ze een seminar bijwoonde over islam en democratie, samen met een van de behoofddoekte meiden van Halal en Naema Tahir, een feministische moslima die erotische literatuur schrijft. „Ik ben zo trots op jullie”, zei ze hard op tegen de qua karakter tamelijk uiteenlopende dames, waarna ze in het prachtige verbouwde voormalige graanpakhuis aan de Tiber haar armen om beide dames sloeg. Daar sloeg ze haar eerste brug naar de Nederlandse moslims. ,,Ik wil de islam en moslims helpen wortelen in Nederland”, zo verklaarde ze haar missie. Wortelen klonk al heel anders als het afstandelijke begrip integreren. Wortelen betekent diep de samenleving ingroeien. En dat was ook zo. Want volgens haar zou Nederland ooit een land zijn gebaseerd op joods-christelijke én islamitische tradities. Een niet geheel onlogische conclusie, want het zou naïef zijn te veronderstellen dat één miljoen moslims op den lange duur geen invloed zouden hebben op cultuur en samenleving in Nederland. Die invloed is nu al merkbaar.

Haar uitspraken werden met gejuich ontvangen in de diverse moslimgemeenschappen en haalden ook de internationale media. Maar in de Tweede Kamer bleef het stil, ook bij de partijen in de coalitie, totdat PVV-leider Geert Wilders tijdens het debat over de Nederlandse identiteit haar knettergek verklaarde. Opvallend toen al was het koele ontvangst van haar uitspraken in het kabinet.

Een PvdA-Kamerlid die veel met haar te maken heeft gehad in de afgelopen 1,5 jaar, vormden die uitspraken het begin van de politieke neergang van Vogelaar. „Daarmee heeft ze zich uit het politieke midden gemanoeuvreerd, is ze te veel naar links opgeschoven.’’ Ze werd daarmee, anders gezegd, vanaf dat moment kwetsbaar voor de soms snoeiharde retoriek van de rechtervleugel. Vogelaar was te soft. Met een PvdA die het zeer slecht doet in de peilingen en waarin de achterban verdeeld is over de integratieaanpak, begon Vogelaar zwaarder op de maag te liggen. Vogelaar sloeg wel een brug naar de migrant, maar niet naar de ontevreden autochtone burger.

Op Prinsjesdag 2007 zwierde Vogelaar in een mantelpakje van een Marokkaans-Nederlandse couturier de Ridderzaal binnen. Het was een statement en een gebaar naar de steeds onder vuur liggende Marokkanen, maar het is de vraag of dat begrepen werd bij haar 100-dagentoer door de achterstandswijken in Nederland.

Vogelaar accepteerde een bijna onmogelijke opdracht. Een politiek onervaren minister, op een compleet nieuw ministerie, met een vragen oproepende combinatie van wonen, wijken en integratie: het was vragen om moeilijkheden. Het kabinet wilde hiermee de weeffout van zijn voorganger herstellen, waarbij integratie was ondergebracht bij Justitie. Dat was een kil signaal naar migranten, waarbij de nadruk te veel op het begrip verplicht integreren lag, vonden vooral PvdA en CU. Maar of met het nieuwe ministerie de weeffout werd hersteld, is nog steeds zeer de vraag. Vogelaar mocht het puinruimen van een volgens iedereen onuitvoerbare integratiewet combineren met het tijdrovende vraagstuk van de achterstandswijken en ambities om meer woningen te bouwen.

Wouter Bos, PvdA-leider en minister van financiën, maakte haar opdracht nog een stuk moeilijker door Vogelaar met de handen op de rug naar de woningbouwcorporaties te sturen om 2,5 miljard euro op te halen voor investeringen in de wijken. Vogelaar had geen geld van haar partijgenoot gekregen. Bos zelf had de corporaties kwaad gemaakt door een heffing in te voeren op de winst van de sociale bouwers. Vogelaar moest de corporaties overtuigen dat ze hun geld moesten gaan steken in iets anders dan bakstenen, en daar tilden veel corporaties principieel zwaar aan.

Het werd voor Vogelaar een conflictueus jaar met de corporaties, een principiële strijd die ze uiteindelijk wel won. Ruzie kreeg ze ook met de gemeenten die het niet altijd met haar aanpak of met haar keuzen voor het revitaliseren van bepaalde stadswijken eens waren. Het gevolg was een gevecht om macht en middelen, maar ook een gevecht om taaie bureaucratie van zeven betrokken ministeries, 18 gemeenten van de veertig wijken, 31 steden met achterstandswijken en allerlei andere bestuurslagen in het maatschappelijk middenveld te doorbreken. Bij voorbaat een kansloze missie, zou een leek denken. Het resultaat van die gevechten met gemeenten, corporaties en een over haar wijkenaanpak zeer verdeelde politiek, was uiteindelijk wel één strategisch plan máár ook forse imagoschade voor Vogelaar. En dan waren de bewoners zelf nog niet geholpen en daar ging het allemaal om.

Karakterlogisch lag er wel een probleem. Tijdens haar bezoeken was ze een vrolijke, gezellige tante die mensen op haar gemak wist te stellen en grote betrokkenheid toonde met bewoners. Maar met de lokale bestuurders, onder andere de wethouders, zag je het schuren. „Jullie zijn er voor de bewoners en niet andersom.’’ Hoe ze kon, wellicht ongewild, bruuskeren, bleek toen ze bij haar wijkenbezoek aan het Haagse Transvaal en Schilderswijk een pleitnotitie kreeg aangeboden van wethouders van de vier grote steden voor meer geld. „Jammer, dat jullie geen vrouwen zijn’’, waren haar inleidende woorden, waarna ze nul op het rekest kregen.

Het schuurde ook met Kamerleden, hogere ambtenaren en politici. Ze kon horkerig overkomen en bij voorbaat overtuigd zijn van haar gelijk. „Wat weet u van ondernemen”, sneerde ze vorige week naar een verbouwereerd kijkende partijgenoot Staf Depla, toen hij in de Tweede Kamer een vraag stelde over de uit de hand gelopen verbouwingskosten (200 miljoen euro) van de SS Rotterdam. PvdA-Kamerlid Hans Spekman, volkswijkbewoner pur sang, keek met de dag ontevredener. Binnen de PvdA kreeg PvdA-voorzitter Lillian Ploumen steeds vaker te maken met klagende wethouders.

Aan de andere kant waren politici, vooral ter rechterzijde, maar al te zeer bereid het cliché van een pamperende minister levend te houden, media incluis. Vogelaar slaagde er niet meer in los te komen van het beeld dat werd neergezet in een tribunaaltje bij Pauw en Witteman, waar Jort Kelder en Heleen van Royen tegen haar te keer mochten gaan, en de karaktermoord op Vogelaar in het beruchte filmpje van Geen Stijl. Voor Vogelaar was integratie geen zwart-witverhaal maar een complex vraagstuk met tal van ingewikkeldheden. Maar hoe breng je dat voor het voetlicht, als daar je talent niet ligt?

Wie bereid was door het beeld van een stugheid en horkerigheid heen te kijken zag echter ook langzaamaan resultaten. De integratiewet werd aangepast, de plannen voor de wijken stonden op het punt uitgevoerd te worden en bewoners werden er bij betrokken. Ze vond zelf een van haar grootste verdiensten dat de moslimgemeenschappen rustig reageerde op het verschijnen van internetfilmpje ’Fitna’ van Geert Wilders. „Ik denk dat ik daaraan mijn bijdrage heb geleverd”, zei ze in een interview met Trouw.

Wouter Bos moet geruime tijd geleden de conclusie hebben getrokken dat met Vogelaar de strijd om de kiezersgunst niet gewonnen kon worden. Ze was te kwetsbaar voor rechtse kritiek en had een slecht imago in de media. Hij noemde het integratievraagstuk de belangrijkste sociale kwestie van deze tijd en dus van zijn partij, maar woonde diverse malen integratiedebatten bij zonder zijn belangrijkste minister op dit gebied. Een ander teken aan de wand was dat zij niet genoemd werd in een rede van hem over de belangrijkste figuren die de integratie moesten bevorderen.

Het afzetten van Vogelaar moet zorgvuldig zijn voorbereid. Anders presenteert de PvdA niet daags na haar aftreden een nieuwe minister. Merkwaardig blijft wel dat het kabinet vorige week vrijdag een persbericht naar buiten bracht waarin verheugd werd uitgesproken dat Vogelaar succes boekte met haar wijkenaanpak. In afwezigheid van Balkenende was vicepremier Bos de voorzitter van de ministerraad. Na afloop meldde hij ook nog dat Vogelaar ’sterker’ uit het debat over de SS Rotterdam was gekomen dan ze er in was gegaan. Waren dit gemeende complimenten of kisses of death?

mailIcon print |