*

 

Hoe wij onszelf sindsdien in de aanbieding doen

Elma Drayer − 10/09/08, 20:56

Waar zijn de complotdenkers toch gebleven? Vrijwel onmiddellijk nadat op die stralende dinsdagochtend in New York – vandaag precies zeven jaar geleden – twee vliegtuigen twee torens binnenvlogen, doken ze op.

In de jaren die volgden probeerden de truthers ons wijs te maken dat achter de aanslagen géén moslimterrorisme schuilging, zoals wij goedgelovige burgers dachten. De ondergang van het World Trade Center was het stiekeme werk van George W. Bush en zijn trawanten. Van de oppermachtige Joods-Amerikaanse lobby, die een argument moest hebben om Irak binnen te vallen. Of zoiets.

Rond het eerste lustrum van de aanslagen in 2006 beleefden de complotgelovigen hun finest hour. Alomtegenwoordig leken ze, ook in de serieuze Nederlandse media. Van het televisieprogramma Zembla tot aan deze krant – ze besteedden aandacht aan hun theorieën, die tot dan toe vooral waren uitgedragen op het wereldwijde web.

Maar zie. Nu heerst daar de vredige rust van het graf. Zelfs op de destijds veel geciteerde website Ditkannietwaarzijn weet de subsectie ’9/11’ al maanden geen lezersreacties meer op te roepen. Terwijl daar toch – wie zou er er niet nieuwsgierig naar zijn – een serie loopt over ’de geheime leiders van de wereld’. In drie delen.

Zouden de complotdenkers het moede hoofd in de schoot hebben gelegd? Het zou zomaar kunnen. Wij lijken immers allemáál een beetje moe van 11 september, en vooral van de gevolgen.

Dat is nogal jammer. Want die dinsdag in 2001, vergeef me het cliché, is en blijft een waterscheiding van jewelste – ook voor ons in Nederland. En nee, dan bedoel ik niet het gedoe waarmee de doorsnee vliegreis sindsdien gepaard gaat. Dan bedoel ik het gemak waarmee wij onszelf sindsdien in de aanbieding doen.

Zo hebben wij een minister van justitie die dolgraag ’de dialoog wil aangaan’ over de wenselijkheid van islamitische huwelijken. Een absurd voorstel dat vóór 2001 ondenkbaar zou zijn geweest. Nu kon Hirsch Ballin het deze zomer in alle ernst beweren.

Ook hebben we een orthodox-gereformeerde staatssecretaris die het wel een aardig idee vindt om op termijn het Suikerfeest toe te voegen aan de nationale kalender. Ik kan me zo’n warm pleidooi van vóór die dinsdag niet herinneren. Nu wellen dit soort geluiden op uit de boezem van het kabinet.

Het zijn maar twee voorbeelden uit vele. Natuurlijk, al deze kwesties halen ruimschoots het nieuws. En over allemaal weten de fractieleden van de Partij voor de Vrijheid wel een pittige Kamervraag te formuleren. Maar van een werkelijk debat is in de verste verte geen sprake.

Misschien heeft dat te maken met het fenomeen dat de Amerikaans-Nederlandse historicus James Kennedy zaterdag in deze krant beschreef. Als iets typisch Nederlands is, betoogde hij, dan wel de „neiging tot consensus en het uit de weg gaan van conflicten”. Wij vinden het heerlijk om uitgebreid te debatteren over wat er twintig jaar geleden is gebeurd. Maar we houden er niet van om „grondige discussies te voeren over het politieke heden”. Dat ’noodzakelijke debat’ proberen we bij voorkeur te omzeilen.

Een treffende analyse, die ook nog eens tot gemijmer stemt. Want hoe zullen wij in pakweg het jaar 2021 terugblikken op het tijdperk waarin we nu leven?

Ik vermoed dat we dan zullen glimlachen om de ruimte die we die mallotige complotdenkers schonken. Maar veel minder om hoe we het integratiedebat uit de weg zijn gegaan. En achteloos lieten kapen door nieuwrechts.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />