*

 

’Uitgangspunt van kabinet is ridicuul’

Janne Chaudron − 17/10/09, 00:00

De regeling voor zware beroepen in de nieuwe AOW-wet noemt arbeidsmarktdeskundige Ton Wilthagen ’complex en onrealistisch’. „Het is gebaseerd op ouderwetse ideeën.”

  • Ambulancepersoneel krijgt, ook door het vele tilwerk, veel last van de gewrichten.  (PATRICK POST)
    Ambulancepersoneel krijgt, ook door het vele tilwerk, veel last van de gewrichten. (PATRICK POST)

Mensen met een zwaar beroep mogen niet eerder stoppen met werken, zo blijkt uit de plannen van het kabinet over de ophoging van de AOW-leeftijd. Wel worden werkgevers verplicht mensen met een zwaar beroep na dertig jaar om te scholen of ze een lichtere baan aan te bieden. „Complex, onrealistisch en weer gebaseerd op een ouderwets beeld van de arbeidsmarkt”, reageert Ton Wilthagen op de kabinetsplannen. Hij is arbeidsmarktonderzoeker aan de Universiteit van Tilburg. De regeling, zoals die er nu ligt, wordt heel lastig uitvoerbaar, denkt de hoogleraar.

„Het kabinet gaat er vanuit dat een werknemer dertig jaar bij dezelfde werkgever blijft werken. Volstrekt ridicuul. De arbeidsmarkt wordt steeds flexibeler. Mensen blijven op dit moment gemiddeld elf jaar bij een bedrijf. In de toekomst zal dat nog korter zijn.” Volgens de hoogleraar wordt het daarom ingewikkeld om bij meerdere werkgevers het arbeidsmarktverleden van een werknemer bij te houden.

Mensen met een zwaar beroep omscholen, heeft volgens Wilthagen ook geen kans van slagen. „De meeste mensen betreden niet voor hun achttiende de arbeidsmarkt. Na dertig jaar zijn ze 48. Mensen op die leeftijd omscholen kan, maar het is de vraag of andere werkgevers ze dan nog willen aannemen. We moeten werknemers geen houdbaarheidsdatum op hun rug gaan plakken.”

Daarnaast vraagt hij zich af hoe de zware beroepen gedefinieerd zullen worden. „Een jurist die bijvoorbeeld werkt op de afdeling fusies en overnames van ABN Amro heeft wellicht een zwaardere functie dan een jurist die werkt voor een gemeente. Functies definiëren zou nog kunnen, maar zware beroepen vaststellen is haast een onmogelijke opgave.”

Dat blijkt ook uit de stroeve discussies over zware beroepen die zijn gevoerd in buurlanden. „In België zijn ze al twee jaar aan het nadenken wat er moet gebeuren met zware beroepen. En in Duitsland, waar de AOW-leeftijd ook op 67 jaar ligt, is een halfbakken regeling bedacht. Mensen die de helft van hun werkzame leven een zwaar beroep uitoefenen mogen eerder stoppen met werken en mijnwerkers werken maar tot hun 62ste.” In Scandinavië wordt helemaal geen rekening gehouden met zware beroepen en daar is de pensioenvoorziening volgens de hoogleraar het best geregeld.

Het verbaast Wilthagen dat Nederland zo lang blijft discussiëren over deze regeling. „Het heeft er waarschijnlijk mee te maken dat wij kampioen deeltijdwerken zijn. We hechten veel waarde aan onze vrije tijd.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />