De PvdA-top kruist vanavond in Utrecht de degens met zijn morrende achterban over verhoging van de AOW-leeftijd. De uitkomst is ongewis.
„In de discussie over verhoging van de AOW-leeftijd zijn er binnen de PvdA drie stromingen: de voorstanders, de tegenstanders en de leden die denken dat het waarschijnlijk noodzakelijk is. De eerste twee hebben geen van beide een meerderheid; het komt dus op de derde groep aan”, verwacht Arie de Jong, voorzitter van PvdA-gewest Zuid Holland.
In het voorjaar diende hij bij een partijbijeenkomst een motie in die de Kamerfractie adviseert niet mee te gaan met het verhogen van de AOW-gerechtigde leeftijd. Vanavond tijdens de ledenraad zullen zijn partijgenoten over deze – vooralsnog enige – motie stemmen.
De AOW-discussie is binnen de sociaal-democratische partij geen makkelijke. Het raakt de waarden die we hoog hebben zitten, zeggen PvdA-leden. Toch heeft de coalitiepartij nu een akkoord bereikt over de manier waarop de AOW-leeftijd verhoogd moet worden. In 2020 gaat die omhoog met een jaar; in 2025 met eentje extra. Werknemers mogen maximaal dertig jaar zwaar werk doen, daarna moet hun werkgever hun een alternatief bieden.
De inkt van de Kamerbrief was echter nauwelijks droog, toen diverse PvdA-afdelingen de stormbal hesen. Niettemin waant de partijtop zich gelukkig met deze ’sociaal-democratische oplossing’, die de rekening niet doorschuift naar de volgende generatie. „Dit is noodzakelijk om alle publieke voorzieningen overeind te houden en te verbeteren”, betoogde Kamerlid Samsom woensdag nog op een AOW-bijeenkomst in Geleen.
Of die noodzaak tot alle haarvaten van de partij is doorgedrongen, moet vanavond blijken in Utrecht, waar het woord is aan de leden. Dat wil zeggen: een nog onduidelijk deel van de leden, want ook ’gewone’ leden die zich melden, mogen stemmen. „Ik heb geen idee welke kant het opgaat”, zegt Marja Bijl, afdelingsvoorzitter in Rotterdam. „We weten niet wie er komen.”
Dit antwoord klinkt uit veel PvdA-monden. Was De Jong er vorige week nog van overtuigd dat zijn motie het zou halen, inmiddels hangt het af van de opkomst. De drie briefings die de partijtop vorige week organiseerde, brengen evenmin duidelijkheid. Hoewel partijprominenten in Geleen werden getrakteerd op boegeroep en afkeurende geluiden, staat de regio volgens Henk de Boer, fractievoorzitter van Sittard-Geleen, niet eens zo negatief tegenover het kabinetsbesluit. „De grootste onvrede ging over arbeidsomstandigheden en zware beroepen. Bovendien waren er veel FNV- en SP-leden.” Ook de bijeenkomsten in Zwolle en Rotterdam waren ’emotioneel’. „Er is moeite om onvoorwaardelijk ’ja’ te zeggen”, zegt Hans Nooter, afdelingsvoorzitter in Zwolle.
Volgens het Haagse raadslid Koen Baart wordt het vanavond vooral „stoom afblazen, boos zijn en begrip tonen”. Over de uitkomst tast hij in het duister. „Mensen wie het niet treft en die ik minder conservatief had ingeschat, trekken ten strijde. Terwijl mensen die het persoonlijk raakt, positief reageren. Ik kan er geen peil op trekken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.