Leraren moeten op de pabo en op de basisschool beter leren rekenen, concluderen onderzoekers. „Kennis is na vier à vijf jaar achterhaald.”
Rekenen was geen hoofdvak op de pabo, vertelt studente Ilse Tiemersma (26) over haar opleiding tot leraar basisonderwijs. „Het was net zo belangrijk als handvaardigheid of pedagogiek. De verplichte ’instaptoets rekenen’ die alle eerstejaars maken, mocht je vijf keer herkansen.”
Tiemersma moet nog een paar studiepunten halen om haar pabo-opleiding af te ronden. Ze staat al voor de klas. Daar merkt ze dat het veel tijd kost leerlingen op verschillende niveaus en manieren het rekenen bij te brengen. „Het ene kind heeft baat bij rijtjes stampen, de ander leert makkelijker door ’realistisch’ te rekenen.”
Om het dalende rekenniveau van kinderen aan te pakken, moeten leerkrachten zélf beter leren rekenen, concludeerde de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) vorige week. Het maakt niet uit of kinderen op de traditionele wijze leren rekenen of aan de hand van het zogeheten realistische rekenen dat nu gangbaar is – de sleutel tot verbetering ligt bij de lerarenopleiding. Het rekenonderwijs daar staat onder druk, zegt de KNAW. Gemiddeld krijgen de toekomstige leraren minder dan een uur per week rekenles.
Die laatste conclusie van de onderzoekers is mosterd na de maaltijd, zeggen de Hbo-raad en de Vereniging van Lerarenopleiders Nederland. „De pabo’s werken de laatste jaren voortvarend aan het verbeteren van het rekenonderwijs”, aldus een woordvoeder van de Hbo-raad.
Zo ook de pabo van Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle, waar Tiemersma studeert. De rekenlessen zijn er de laatste jaren flink aangepakt. De instaptoets is aangescherpt en moet in maximaal drie pogingen gehaald worden. Lukt dat niet, dan wordt de student de deur gewezen. Kreeg Ilse Tiemersma vijf jaar geleden gemiddeld een à twee rekenlessen per week; nu is dat 2,5 uur. Straks, met de invoering van een nieuw programma,is dat vijf uur. In elke lesperiode zal rekenles worden gegeven.
„Dat leraren de spil zijn, weten we al jaren”, zegt docent wiskunde en rekenen Henk Logtenberg. „Het was goed geweest als de KNAW aanbevelingen gaf over hoe de leerkracht het rekenniveau van de leerlingen kan verbeteren. Die belangrijke vraag wordt niet beantwoord.” De onderzoekers zien dat de bijscholing van leerkrachten tekortschiet. Volgens Logtenberg ligt vooral daar het probleem. „Vroeger was kennis levenslang. Kwam je van de lerarenopleiding af, dan had je een gereedschapskist en daarmee kon je het een hele carrière doen. Nu is die kennis na vier à vijf jaar achterhaald. Kinderen leren ontzettend snel en de maatschappij verandert in rap tempo. Een leraar moet nu een leven lang leren.”
Met het rekenniveau van jonge leerkrachten is niks mis, zeggen ook vierdejaarsstudenten Jasper van Capelle en Bas Bottenberg zelfverzekerd. Van de staartdeling tot realistisch rekenen. Van Capelle: „Soms moet ik het opgraven, maar het zit wel in mijn hoofd. Nu ik stage loop, merk ik dat het lastiger is de omslag te maken naar zoveel verschillende kinderen en methodes. Het is onmogelijk alles op de pabo te leren. De praktijk geeft meer vaardigheden. Het is net als het behalen van een rijbewijs: het echte rijden leer je pas als je zelf achter het stuur zit.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.