opinie Kinderrechten, schreef onderzoeker Jan C.M. Willems dinsdag op deze pagina, zijn in Nederland slecht geregeld. Wie de cijfers tot zich laat doordringen, kan hem alleen maar gelijk geven.
Elke week sterft in dit land een kind door mishandeling of verwaarlozing. Volgens het netwerk No Kidding zijn jaarlijks zo’n 350.000 kinderen slachtoffer – fysiek en/of mentaal. Dat zijn er gemiddeld drie per schoolklas.
Willems pleit in zijn opiniestuk voor ’structurele preventie’. Hij wil cursussen voor aankomende babybezitters, en verplichte ’ouderschapseducatie’ in het onderwijs.
Daar valt beslist veel voor te zeggen. Intussen lijkt méér aandacht voor andere middelen minstens zo’n goed idee. Gewoon eens de wet handhaven bijvoorbeeld?
Neem het verhaal van het Indiase meisje Santosh dat diezelfde dag in de krant stond. Haar vader stuurde het kind in 1999, ze was dertien, naar Den Haag – uiteraard in de hoop op een beter bestaan.
Het pakte anders uit. In het Indiase gezin waar ze terechtkwam moest Santosh de huishouding doen, werd ze vernederd en mishandeld. Ironisch genoeg kwam de bevrijding pas nadat ze had meegewerkt aan de mishandeling van een tweejarig huisgenootje. Onder dwang. Dat kindje stierf, en Santosh werd veroordeeld. Haar straf heeft ze inmiddels uitgezeten, maar zodra het hoger beroep is afgerond, moet ze naar alle waarschijnlijkheid het land verlaten. Als ’ongewenst vreemdeling’.
Het is van een logica die je de adem beneemt. Een samenleving die dit piepjonge meisje geen enkele bescherming wist te bieden, zet het straks met een stalen gezicht het land uit?
Want dat is wat in dit verhaal bovenal treft: hoe deze hedendaagse kinderslavernij al die jaren ongestoord kon doorgaan. Natuurlijk, het meisje zal zijn binnengehouden. Maar ik begrijp dat Santosh wél de kinderen van haar gastgezin uit school moest halen. Blijkbaar is het nooit iemand opgevallen dat er aan de schoolpoort een heel jong, en dus leerplichtig meisje stond. En heeft nooit iemand de bevoegde instanties daarop gewezen.
Of neem de zaak-Suat, waarover deze krant vorige maand uitvoerig berichtte. Dit meisje, ook al uit Den Haag, werd op haar dertiende gedwongen tot een ’islamitisch’ huwelijk met een man van 24. Hij mishandelde haar. Saillant detail: als het meisje weigerde seks te hebben, ’bemiddelde’ Suats vader. Uitkomst: sommige dagen wel, andere niet.
Suat zocht overal hulp, vluchtte naar haar ouders, keerde weer terug, kwam in de opvang terecht. Sinds de zomer lijkt ze van de aardbodem verdwenen. Of ze überhaupt nog leeft, is onbekend.
Ook in dit geval was er blijkbaar niemand die de situatie sowieso verdacht vond. Die zei: islamitisch huwelijk? Niks mee te maken. Dat heet hier seksueel misbruik van een minderjarige. En dat accepteren wij niet.
En ook nu het meisje is verdwenen, is bij mijn weten niemand op het idee gekomen om de vader van Suat aan te klagen. Terwijl hij zich welbeschouwd heeft gedragen als de eerste de beste loverboy.
Morgen is het precies twintig jaar geleden dat de Verenigde Naties unaniem de Verklaring inzake de Rechten van het Kind aannamen. Maar wat baten al die fraai geformuleerde kinderrechten als we zelfs in dit hoogontwikkelde land te bescheten zijn ze uit te voeren?
Op de site van No Kidding staat het verhaal van een volwassen vrouw die als kind langdurig werd vernederd en misbruikt. Haar jeugdervaringen leidden naar eigen zeggen tot ’flink wat therapie achteraf’. Maar waar ze niet mee in het reine kon komen, schrijft ze, was de houding van de omstanders. „Het zogeheten ’horen, zien en zwijgen’ van mensen eromheen.”
Iedereen wist het. En niemand die wat deed.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.