Trage lijven en bleke gezichten schikken zich in de schoolbanken. De wiskundeles van deze havo 4-klas begint met de vraag waar docent Diana Nijhof gisteravond was, tijdens het schoolfeest. Geen activiteit buiten schooltijd gaat immers aan haar voorbij. In de zomer komt Nijhofs mentorklas zelfs bij haar thuis barbecueën. „Maar vannacht vertrek ik naar London voor een excursie, een schoolfeest erbij werd me te veel.” Haar leerlingen, nog moe van de dansavond, nemen met dit antwoord genoegen en buigen zich over hun grafieken.
De wiskundelessen op deze havo van Scholengemeenschap Augustinianum in Eindhoven (voor havo, vwo en gymnasium) zijn van hoog niveau. De school scoort als een van de beste havo’s van Nederland op de kernvakken, blijkt uit Trouw’s Schoolprestaties onderzoek dat zaterdag verscheen. Op Engels, Nederlands en wiskunde halen de geslaagde havisten op het Augustinianum gemiddeld een zeven of hoger. Die hoge score komt zeker niet alleen doordat op deze havo aardig wat leerlingen zitten die op de basisschool een vwo-advies kregen, aldus de onderzoekers. De landelijke examens worden door de leerlingen hier beter gemaakt dan de schoolexamens, die de school zelf maakt. Bij veel scholen is dit omgekeerd.
Dat laatste had rector Irma Nieuwenhuijsen al opgemerkt. Maar de bevestiging dat haar kleine havo-afdeling (zo’n 200 leerlingen) zo goed scoort op de kernvakken is ’een mooi kerstcadeau’, zegt ze. „We zetten niet specifiek in op Engels, Nederlands en wiskunde maar op alle vakken. We zijn een kleine, traditionele school. Hier wordt veel klassikaal lesgegeven, door docenten die eisen stellen aan de kwaliteit en met hart en ziel hun leerlingen begeleiden.”
Hoe dit er in de praktijk uitziet? Leerlinge Josje van Dijck (18) pakt haar idioomboek Engels erbij. „Dit heeft onze docent zelf samengesteld. Een halve pagina woordjes behandelen we in een half uur. Bij ieder woordje krijgen we uitgebreid uitleg.” De docenten, die veelal eigen lesmethodes en toetsen ontwikkelen, houden ook de werkhouding goed in de gaten, vertellen Josje’s klasgenoten Lydia Croll en Lieve van Manen. „Als je niet je best doet, mag je een toets niet herkansen.”
Worden de havo’ers hier niet te veel bij het handje genomen? „Nee”, zegt Antoinette Carels, de andere wiskundedocent beslist. „Havo-leerlingen hebben baat bij een goede relatie met de docent. Een leraar moet in staat zijn zich aan te passen aan het niveau van de individuele leerling, dat niveau kan nogal verschillen op de havo. Het is voor leerlingen belangrijk dat ze de docent kunnen vertrouwen, dat ze serieus worden genomen. Daar investeren we in. Maar we maken ook duidelijke afspraken. Kom je die niet na dan heb je een probleem.” Ook werkt de school aan het project Havo Competent, dat leerlingen voorbereidt op de stap naar het hoger onderwijs. „Daarin wordt veel zelfstandigheid van ze verwacht.”
Afdelingsleider van de havo Niel van Beek loopt trots door de schoolgangen. Een dag eerder zat hij met zijn vijftien collega-docenten op de hei. Daar hebben ze gepraat over de vraag wat een goede havo-docent in huis moet hebben. „We zijn daar heel bewust mee bezig. Dat is al een hele stap. De lat wordt hier hoog gelegd, de leerlingen krijgen niet zomaar goede cijfers cadeau.”
Opvallend is dat er veel havo-leerlingen blijven zitten op het Augustinianum. Slechts 55 procent doorloopt de opleiding in één keer. „De overgangsnormen zijn hier pittig, ze mogen niet te veel onvoldoendes hebben”, legt Van Beek uit. „Voor sommigen is het goed een jaar over te doen om tot rust te komen, voor anderen is het een verloren jaar. We kijken altijd heel goed of iemand klaar is voor de volgende stap.”
Zo moest Josje de derde klas over doen. „Omdat ik feestjes belangrijker vond dan school”, vertelt ze. Maar nu, zeggen haar klasgenoten Lieve en Lydia, „is Josje de meest hardwerkende in onze klas.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.