"Was hij maar iets minder verliefd op haar geweest," verzuchtte Marjorie regelmatig toen ze oud geworden was. Ze sprak met weemoed over haar vader die zo dol op haar moeder geweest was. "Dan had ik dat allemaal niet mee hoeven maken, die oorlog waarin ik ze allebei verloren heb. Dan hadden we nog in Engeland gewoond."
Haar vader Sam Gotlib vertrok aan het begin van de vorige eeuw als pianist naar Engeland. Zijn vrouw volgde na hun huwelijk. In 1914 werd Marjorie Winifred geboren in Manchester. Haar ouders spraken alleen Engels met haar omdat haar vader van plan was daar te blijven. Haar moeder had heimwee naar haar familie. Grootvader had een parapluwinkel. Toen hij stierf en de winkel leegstond, greep ze haar kans en haalde haar man over om terug te gaan.
Marjorie was acht jaar toen ze naar Rotterdam verhuisde. De meisjes in de straat dansten om haar heen. Ze riepen telkens iets wat Marjorie niet verstond. Ze ging naar huis om het haar moeder te vragen. “Wat zeggen ze dan?” Met een vreselijk Engels accent zei Marjorie: “Vuile rot-Jodin.” Haar moeder antwoordde: “Het is goed dat je naar huis gekomen bent want ze zeggen dat je zulke mooie krullen hebt. Daar word je veel te ijdel van.” “Het moet haar vreselijk pijn gedaan hebben. Het was het eerste Nederlands dat ik geleerd heb.”
Thuis werd nooit over God gesproken. Joodse feestdagen vierden ze niet en ze hielden zich niet aan de Joodse wetten ofschoon beide ouders Joods waren. Ze aten alleen geen varkensvlees. Wel was er elke sjabbat, op vrijdagavond, een feestelijke maaltijd en was er een gast aan tafel,
Haar vader kreeg een baan op de muziekschool als pianoleraar. Hij speelde als bassist in het Rotterdams Philharmonisch Orkest, waarvan hij ook voorzitter en administrateur was. Toen de Bijenkorf openging en de paraplu’s vijf gulden goedkoper verkocht dan waarvoor haar moeder ze kon inkopen, moest de zaak sluiten. Haar vader ging ook thuis lesgeven om wat bij te verdienen.
Na de MULO kreeg Marjorie een baan bij een oom op een effectenkantoor. Ze ontmoette Leo Fuld. Hij bleek Joodse en Jiddische liedjes te zingen voor de VARA. Hij stapte met zijn repertoire naar de BBC en kreeg een contract van Jack Hilton. Fuld wilde met haar trouwen en naar Engeland. Marjorie greep dit vooral aan om van huis weg te kunnen. Ze zijn in 1933 getrouwd en direct naar Engeland vertrokken. Hilton had een arrangement in London Palladium, het beroemdste theater van Engeland. Marjorie genoot van Londen, maar hun huwelijk was geen succes. Toen ze na een jaar weer in Nederland kwamen, is ze bij hem weggegaan. Leo Fuld is een legendarische zanger geworden, bekend om zijn Jiddische liedjes. Later ontmoette Marjorie Oscar Eberlé met wie ze vlak voor de oorlog in het huwelijk trad. Hij was niet Joods. Oscar was vertegenwoordiger bij de Kwatta-fabriek, de chocoladefabriek van de Joodse familie Stokvis. In de oorlog werd de fabriek gesloten. Een buurman bood Oscar daarna een baan aan bij het Algemeen Ziekenfonds Rotterdam. Daar heeft hij tot zijn dood gewerkt.
Vanaf de dag dat de oorlog uitbrak, heeft Marjorie met doodsangst geleefd. In 1942 waren haar vrienden en vriendinnen de eerste Joodse mensen in Rotterdam die weggevoerd werden. In het najaar kwamen de ouderen aan de beurt. Op 8 oktober 1942 werden haar ouders uit huis gehaald door Nederlanders. Voor iedere Jood die ze aanbrachten kregen ze vijftien gulden. Op 3 november zijn ze naar Auschwitz gebracht en vergast. De angst van Marjorie werd sterker toen haar familie weggehaald was. Ze leefde steeds met de gedachte: wanneer komen ze mij halen? Toen alle Joodse huwelijken weggehaald waren dachten Marjorie en Oscar: “Nu beginnen ze aan de gemengde huwelijken.”
Op een dag was Marjorie alleen thuis en dacht na over een aantal toevalligheden van de laatste tijd. “Ook toevallig,” zei ze. “Ik val van het ene toeval in het andere.” Opeens hoorde ze een stem die zei: “Als je voor dat woord ‘toeval ‘ nu eens het woord ‘God’ invult.” “God, bestaat die dan?” zei ze stomverbaasd. Dat was het begin van haar bekering. Ze las een boek van Scholem Asch over Jezus waardoor ze ontdekte dat Jezus ook Joods was geweest. Dat is een keerpunt voor haar geworden. Ze wilde meer over Jezus weten. Verschillende mensen verwezen haar onafhankelijk van elkaar naar ene Trostianetsky, een uit Rusland gevluchte Messiasbelijdende Jood. Hij verrichtte zending onder de Joden. Toen ze hem opzocht met de vraag of hij haar over Jezus wilde vertellen, wantrouwde hij dat. Een vreemde vraag voor een jonge vrouw met een gele ster op. Hij vroeg zich af of het een val was, want hij mocht niet aan zending doen van de Duitsers. God bestuurde het zo, dat hij toch met haar doorging. Hij leerde haar eerst over het Jodendom voor hij over Jezus vertelde. Marjorie leerde dat Joods-zijn betekent: de verwachting hebben van een Messias. Joods-christen zijn betekent dat je tot de ontdekking komt dat Jezus de Messias is en nu wacht je op zijn wederkomst. Oscar en Marjorie kwamen bij de vermaarde ds. Buskes terecht. Buskes was predikant in het Hersteld Verband te Rotterdam. Hij was veel met de Joden bezig en is daarvoor gevangen gezet. Hij zei tegen Marjorie toen ze gedoopt was: “Nu bent u pas echt Jood geworden.” Marjorie zei: “Ja, daar hebt u gelijk in, want het Hebreeuwse woord waarvan Jood afgeleid is betekent God-lover.”
Alle mannen tussen 17 en 40 jaar moesten in Duitsland werken. Oscar werd bij de razzia van Rotterdam op 10 november 1944 samen met ruim vijftigduizend mannen weggevoerd voor de Arbeitseinsatz. Dat was voor Marjorie het breekpunt. Eerst haar ouders, daarna haar man. Ze wilde niet meer leven. Ze deed haar ster af, terwijl iedereen in de buurt wist dat ze een ster droeg. Toch werd ze niet verraden. Ze reisde in de tram, wat voor Joden streng verboden was. Toch werd ze niet gepakt. “Ik moest niet dood van God, dus ik ging niet dood.” Oscar werd bevrijd door het Nederlands verzet en keerde bij haar terug. Oscar en Marjorie hebben erge honger geleden in de Hongerwinter. Aan het eind was Marjorie tot op het bot vermagerd. Ze woog nog 38 kilo.
Na de oorlog heeft Marjorie meer dan veertig jaar lezingen over bijbelse onderwerpen gehouden voor christenen. Ze leidde acht bijbelkringen. Ze liet de mensen zien dat God trouw blijft, ook al zijn de mensen ontrouw. Ze heeft duidelijk gemaakt wat het betekent Messiasbelijdend Joods te zijn en dat het christelijk geloof Joodse wortels heeft. Ook hoe onvoorstelbaar slecht de kerk met de Joden is omgegaan.
Tot haar geluk bleken er nog meer Joodse christenen in Nederland te zijn die ze ontmoette bij Hadderech, de landelijke vereniging van Messiasbelijdende Joden. Hadderech betekent “de weg”. In Handelingen worden de Joden die Jezus als de beloofde Messias herkend hadden genoemd “zij die van de weg waren”. Ze deelden dezelfde ervaringen. Van bijna iedereen waren familieleden vermoord. De Joden vonden hen verwerpelijk, omdat ze geloofden dat Jezus de Messias is en van de kerk moesten ze alles wat Joods was afzweren.
Marjorie is zich haar Joods-zijn pas bewust geworden, toen ze in de Messias ging geloven. Daarvoor was ze er helemaal niet trots op. Ze werd als kind al voor Jood uitgescholden. Door haar geloof zag ze wat het betekende om Joods te zijn en ze vond het een groot voorrecht. “Ik ben Joods en blijf Joods. Dat heb ik de leden van de vereniging geleerd.” Ze benadrukte dat in de bijbel staat geschreven dat God het Joodse volk blijvend heeft uitverkoren. Ze keerde zich fel tegen de vervangingstheologie die leert dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen. Tijdens het christelijke paasfeest vieren de leden van Hadderech een Joods-christelijke seideravond. In het najaar wordt de jaarlijkse ledenvergadering gehouden. Marjorie was eerst secretaris en daarna meer dan veertig jaar voorzitter. Ze vertegenwoordigde de vereniging jarenlang in de International Hebrew Christian Alliance waarvan ze o.a. vice-voorzitter is geweest en lid van de “theological committee”. Ze was ook afgevaardigde voor Hadderech in het ICI. Het ICI, het Interkerkelijk Contact inzake Israël is een ontmoetingsplaats van Israëlorganen uit de protestantse en rooms-katholieke kerken. Tot haar dood zat ze in de redactie van het blad Hadderech en leidde ze nog twee bijbelkringen. Ze wilde zelf niet in de belangstelling staan. De weg die God ging met haar leven mocht verteld worden “‿alleen als het tot eer van Hem is, niet tot eer van mij.”
Marjorie haalde het einde van de oorlog, maar de angst was ze na de bevrijding niet zo maar kwijt. “Ik ben nog altijd bang,” zei ze aan het begin van dit jaar. “Bij alles wat er gebeurt, ingrijpende gebeurtenissen, is de eerste vraag die ik mij stel: is het goed voor de Joden? Hoe zal het ons vergaan? Als het maar niet slecht voor de Joden is.”
Haar leven kende veel dieptepunten. Het feit dat ze het geloof had gevonden was voor haar een hoogtepunt. En het feit dat ze dat geloof heeft mogen behouden. “God is erg goed voor mij geweest. Ik kan zien dat mijn leven geleid is en dat God het helemaal in handen had.”
Ze sprak met warmte over haar echtgenoot met wie ze ruim 55 jaar getrouwd is geweest. Oscar overleed plotseling in 1993. “Wat ik zelf tegemoet ga, weet ik nog niet. Ik hoop dat ik ook zo mag gaan. Maar ik hoop nog veel meer dat morgen de Messias komt. Ik geloof met een onwankelbaar vertrouwen in de komst van de Messias, dat is één van de geloofsstellingen van Maimonides welke onderdeel uitmaken van het dagelijkse morgengebed. De Joden verwachten zijn komst, ik verwacht zijn wederkomst. Ik geloof met een onwankelbaar vertrouwen in de komst van de Messias, en ook al toeft Hij nog te komen, verwacht ik Hem elke dag.”
Marjorie Eberlé-Gotlib overleed na een kort ziekbed op 8 oktober 2009 op 95-jarige leeftijd te Rotterdam.
De schrijfster van het artikel, Catharina Mulder, heeft de laatste anderhalf jaar het levensverhaal van mevrouw Eberlé uit haar mond opgetekend. Bovenstaande is een samenvatting hiervan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.