Het onder water zetten van de Hedwigepolder maakt van het uitdiepen van de Westerschelde nog geen keuze voor duurzame economische groei.
De treurig stemmende koehandel over het al of niet doorsteken van de dijken om de Hertogin Hedwigepolder laat zien hoe natuurcompensatie is verworden tot een speeltje in handen van cynische machtspolitici en amoreel opererende milieugroepen.
Wat is de achtergrond? Oorspronkelijk was natuurcompensatie niet meer dan een (klein) onderdeel van de praktijk van ‘ecologische restoratie’, een begrip dat vooral bij biologen in zwang is. Ecologische restoratie is het herstellen van ecosystemen zoals rivieren en landschappen die zijn aangetast of beschadigd door allerlei vormen van menselijk handelen. De aanleg van wegen, spoorbanen en industrieterreinen, het bouwen van woningen in natuurgebieden; het zijn allemaal praktijken die leiden tot beschadiging of vernietiging van ecosystemen. Soms is het mogelijk die systemen te herstellen door het herintroduceren van plant- en diersoorten, het reconstrueren van waterlopen en/of het wegnemen van belemmeringen voor dieren en planten om zich opnieuw te verspreiden. Soms is dat niet mogelijk en wordt er gekozen voor natuurcompensatie, in Nederland vaak door de aanleg van ’nieuwe natuur’.
Natuurcompensatie staat bij veel ecologen, en ook bij een deel van de natuur- en milieubeweging, in een kwaad daglicht. Niet zelden wordt het door beleidsmakers gebruikt als excuus om ergens anders natuur te vernietigen ten behoeve van economische groei (de uitbreiding van een haven, de bouw van een nieuw industrieterrein), groei die vaak nog meer natuurvernietiging tot gevolg heeft. De aanleg van de Tweede Maasvlakte is een afschrikwekkend voorbeeld. Een groot deel van de natuur- en milieubeweging ging akkoord in ruil voor natuurcompensatie. Een kleiner deel bleef zich lange tijd verzetten omdat de Tweede Maasvlakte geen bijdrage leverde aan duurzame economische groei, maar wel aan de uitstoot van nog meer broeikasgassen. Natuurcompensatie is daarom een middel dat alleen in uiterste noodzaak moet worden toegepast. Niet alleen maakt het van natuur iets waar onbeperkt mee kan worden gemarchandeerd; het maakt ook dat mensen en natuur steeds verder van elkaar verwijderd raken, figuurlijk en ook letterlijk.
In het debat over natuurcompensatie en nieuwe natuur in Nederland bestaan twee stromingen. Aan de ene kant zijn er degenen die vinden dat natuur en cultuur maar weinig met elkaar te maken hebben. Zij willen zoveel mogelijk gebieden waar de natuur onbeperkt haar gang kan gaan. De Oostvaardersplassen, de Gelderse Poort en, ook, een weer ondergelopen Hedwigepolder zijn voorbeelden van wat deze stroming voor ogen heeft. Sommigen pleiten zelfs voor een verdere intensivering van landbouw en veeteelt (bio-industrie) omdat daarmee meer landbouwgrond vrijkomt voor nieuwe natuur.
Aan de andere kant zijn er degenen die vinden dat, zeker in Nederland, natuur en cultuur onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Er bestaat bij ons al lang geen ’oernatuur’ meer, en de schoonheid van Nederland wordt juist bepaald door de karakteristieke mengvorm van natuur- en cultuurlandschappen. Met ’nieuwe natuur’ is op zichzelf niets mis, maar het is niet alleenzaligmakend. Bovendien kijkt deze tweede stroming niet alleen naar de natuur, maar nadrukkelijk ook naar het milieu, en naar de diepere oorzaken van de alsmaar voortgaande milieudegradatie.
Hoe wordt nu vanuit deze twee posities het weer onder water zetten van de Hedwigepolder beoordeeld? De eerste stroming is enthousiast; opnieuw wordt er een stuk toegevoegd aan het areaal van nieuwe natuur in Nederland. De tweede stroming is kritisch: goede ecologische restoratie komt niet tot stand over de hoofden van, maar in samenwerking met de direct betrokkenen, en die zijn in dit geval bijna allemaal mordicus tegen.
En de uitdieping van de Westerschelde dan? Een vergelijkbare casus – het verzet tegen de uitdieping van de Donau in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije – heeft geleerd dat je nog iets anders kunt doen dan de rivier aanpassen aan de omvang van de schepen: je kunt de schepen ook aanpassen aan de rivier. In het geval van de Donau en de Westerschelde betekent dit dus meer en kleinere vaartuigen.
Onhaalbaar en onrealistisch? De randvoorwaarden voor duurzame economische groei – in Nederland, Vlaanderen en de Europese Unie – worden gecreĆ«erd in juist dit soort besluitvormingsprocessen. Met dat soort zaken moet je geen koehandel bedrijven, ook niet door het inzetten van natuurcompensatie; daarvoor zijn ze te belangrijk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.