Nederlandse scholieren in de zesde klas van het vwo blinken uit in natuurkunde. Ze zijn ook goed in wiskunde. Maar in vergelijking met andere landen doen in Nederland wel weinig scholieren eindexamen in natuurkunde en wiskunde op het allerhoogste niveau.
Dat blijkt uit een internationaal onderzoek dat voor Nederland is uitgevoerd door de vakgroep onderwijskunde van de Universiteit Twente. De resultaten van het onderzoek worden woensdagmorgen bekendgemaakt door het Internationale Studiecentrum van het Boston College (Verenigde Staten).
In totaal hebben in tien landen bijna 40.000 scholieren die voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) volgen in 2008 een wiskunde- en een natuurkundetoets gemaakt. In Nederland deden leerlingen van 228 scholen mee. Deze leerlingen hebben wiskunde 1 en 2 en natuurkunde 1 en 2 in hun vakkenpakket en volgen meestal het tweedefaseprofiel Natuur en Techniek.
Nederland voert de ranglijst voor natuurkunde aan met de hoogste gemiddelde score. Een vijfde van de scholieren haalde zelfs het hoogste niveau van de toets. Voor wiskunde haalden de Nederlandse leerlingen ook een score die ruim boven het gemiddelde lag. Ze lieten daarmee zeven van de tien landen achter zich. Meisjes scoorden voor natuurkunde wat minder dan jongens, maar nog steeds gemiddeld veel beter dan meisjes en jongens in andere landen. Bij het vak wiskunde lagen de prestaties van meisjes en jongens gelijk.
In Nederland heeft maar 3,5 procent van alle eindexamenkandidaten natuur- en wiskunde in het vakkenpakket. In andere landen ligt dat aantal veel hoger. Het aantal meisjes met de ’zwaarste’ wiskunde in het pakket is zelfs het laagst van alle landen. Samen met Libanon heeft Nederland ook de minste vrouwelijke docenten die op dit niveau wiskunde onderwijzen. Meisjes met het profiel Natuur en Techniek kiezen ook niet zo vaak voor een technische vervolgstudie. Van hen geeft ongeveer een derde de voorkeur aan een medische studie, terwijl driekwart van de jongens iets met techniek gaat studeren.
De onderzoekers constateren dat 40 procent van de scholen in het schooljaar 2007/2008 al moeite had om voldoende hooggeschoolde natuur- en wiskundedocenten te vinden. Dit tekort zal alleen maar groeien, vrezen de onderzoekers, aangezien twee derde van de docenten die nu les geven ouder is dan vijftig jaar. De meerderheid geeft al meer dan twintig jaar les en is zelf ook afgestudeerd in de bètawetenschappen. De meesten zijn tevreden over hun werk en vinden dat ze daarvoor goed toegerust zijn.
Het Nederlandse deel van het onderzoek is gefinancierd door de Programmaraad van NWO, de wetenschapsfinancier van Nederland.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.