Er zwemmen kuifeenden langs ons huis, zoals iedere herfst. Waar zouden ze de zomer hebben doorgebracht? Kuifeenden broeden langs sloten, in plantengroei die afwisselend woest en ledig is. Ze weten hun nesten heel goed te verstoppen. Ze leggen een stuk of tien eieren in een kuiltje tussen lage, dichte begroeiing.
Ze zijn kleiner dan parkeenden. De woerden zijn zwart met witte flanken, gele oogjes en een lichtblauwe snavel. Hun kuif ligt plat achterover. Het vrouwtje is donkerbruin en ongekuifd, maar wel geel van oog.
Kuifeenden komen niet op broodkruimels af. Ze eten plantaardige en dierlijke hapjes. Het meest verzot zijn ze op driehoeksmosselen. Die duiken ze op van de bodem, tot een diepte van een meter of zes. Kuifeenden zijn duikeenden.
De laatste jaren hebben de eenden de sloten op het Nederlandse platteland ontdekt als broedplaats. Er zijn zo’n 16.000 paartjes. Maar na de broedtijd zoeken ze andere wateren op. Het water naast ons huis, maar vooral het Markermeer, is geliefd. Tienduizenden kuifeenden verzamelen zich daar.
De Nederlandse broedvogels krijgen ’s winters een heleboel Noord- en Oost-Europese soortgenoten op bezoek. Ze schijnen graag in hetzelfde gezelschap te verkeren als voorgaande winters. Dat ontdekten Josef Hofer en andere Zwitserse vogelonderzoekers. Ze schreven erover in het tijdschrift Ardea. In vier meren vingen ze kuifeenden, en daar zaten vaak eenden bij die een jaar eerder op dezelfde plek en tijd waren geringd. Dat ze nu opnieuw samen gevangen werden, bewijst dat ze oude bekenden opzoeken. Waarschijnlijk herkennen ze elkaar nog. Andere, vergelijkbaar levende eendensoorten dobberen ’s winters tussen onbekenden. Die vergeten elkaar misschien als ze elkaar uit het oog verliezen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.