*

 

Waarom hulp niet dodelijk is maar helpt

Paul Hoebink, bijzonder hoogleraar ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit Nijmegen − 22/10/09, 00:00

Econome Dambisa Moyo is oneerlijk over ontwikkelingshulp en heeft geen oplossingen.

Onlangs stond ik in de boekhandel en daar lag een stapeltje van de Nederlandse uitgave van Dambisa Moyo’s boek ’Dead Aid’, dat ook in Nederland recent nog zoveel aandacht kreeg. Een meneer in leren jasje pakte een exemplaar van het stapeltje, stopte het onder zijn oksel en leek daarmee naar de kassa te willen lopen. Ik kon me met grote moeite beheersen, want ik had hem willen zeggen: ’Niet kopen, want dit is één van de slechtste boeken over ontwikkelingssamenwerking die er in de afgelopen 20 jaar is verschenen’.

Dambisa Moyo is oneerlijk. Ze heeft in haar literatuurlijst wetenschappelijke publicaties staan, waaruit het tegendeel naar voren komt van wat zij beweert over ontwikkelingshulp. Die studies geven namelijk aan, voor wat zij waard zijn, dat ontwikkelingshulp wel degelijk bijdraagt aan economische groei en sociale vooruitgang.

Die studies haalt Moyo niet aan, want die passen blijkbaar niet in haar ’bewijsvoering’. Ze citeert alleen die studies die aan zouden duiden dat ontwikkelingshulp negatief uitwerkt voor economische en sociale vooruitgang. Zij citeert verder cijfers uit rapporten van de Wereldbank die in die documenten helemaal niet terug te vinden zijn.

Het gaat, kortom, Moyo er helemaal niet om om met een eerlijke en zuivere redenering te komen, om aan zoiets als waarheidsvinding te doen over de effecten van ontwikkelingshulp. Het gaat haar slechts om wat schoppen en slaan. Zij wil scoren door ontwikkelingssamenwerking in een negatief daglicht te plaatsen.

Dambisa Moyo overdrijft vreselijk. Alle kwalen die Afrika kent, zo stelt ze, zijn veroorzaakt door ontwikkelingshulp. Of het nu gaat om zwakke economische groei, corruptie en corrupte leiders, of een zwakke ontwikkeling van de democratie en het uitblijven van groei van het maatschappelijk middenveld: het is allemaal de schuld van de hulp. Ze stelt dat we naar historische, tribale en etnische achtergronden zouden kunnen kijken, ook naar geografische en economische, waarom Afrika zo achterblijft. Maar uiteindelijk is er maar één verklaringsgrond voor die stagnatie, en dat is de afhankelijkheid van ontwikkelingshulp.

Bij deze redenering kun je drie opmerkingen maken. Ten eerste: waarom zijn die problemen niet opgetreden bij landen die veel afhankelijker zijn geweest van ontwikkelingshulp dan Afrikaanse landen (zoals Zuid-Korea en Taiwan)? Blijkbaar is dan hulpafhankelijkheid niet het probleem, maar wel de manier waarop regeringen en donoren met hulp omgaan.

Ten tweede: sub-Sahara Afrika is helemaal niet achtergebleven, er is daar geen stagnatie. Er zijn vele tekenen van groei op allerlei terreinen, zeker in die landen die een beetje politiek stabiel zijn geweest. Die vooruitgang is er op de terreinen van gezondheidszorg en onderwijs, maar er is ook economische groei. Ontwikkelingshulp heeft op een aantal van deze terreinen een belangrijke rol gespeeld. Wie daarop een meer reëel verslag wil, zou de laatste Resultatenrapportage van het ministerie van buitenlandse zaken bij Postbus 51 moeten aanvragen.

Ten derde: ontwikkelingshulp kan nooit doorslaggevend zijn, gezien de minieme bedragen waar het uiteindelijk om gaat. De sommetjes lopen uiteen, maar in het beste geval heeft het Westen in de afgelopen zestig jaar zes dollarcent per dag gegeven per inwoner van de armste landen aan ontwikkelingshulp. Zelfs in een absoluut hulptopjaar is het in het meest hulpafhankelijke land van dit moment, Mozambique, niet meer dan 12 dollarcent. Kun je met zo’n minieme bijdrage wonderen verrichten?

Dambisa Moyo zit in dezelfde kromme redenering als Ayaan Hirsi Ali, die ooit in de Kamer stelde dat sub-Sahara Afrika achtergebleven was in zijn ontwikkeling en dat ’dus’ de Nederlandse ontwikkelingshulp aan Afrika mislukt was. Als je zo redeneert dan geloof je in toveren: dan denk je dat ontwikkelingshulp een toverdrank is, waarmee alle kwalen van de wereld kunnen worden genezen. Dat is niet alleen onrealistisch dagdromen meer, dat is te kwader trouw één van de, bescheiden, instrumenten voor ontwikkeling in diskrediet brengen.

Moyo biedt geen oplossingen. Haar recepten waar landen in Afrika dan wel hun middelen moeten vinden om ontwikkeling te financieren, zijn belegen en al met niet veel of negatief gevolg uitgeprobeerd. Zo raadt ze Afrikaanse landen aan om maar op de internationale kapitaalmarkt te lenen, want, zo stelt ze, dat is Gabon en Ghana toch ook gelukt. Dat deze landen in een speciale positie zaten, omdat er olie te vinden is, geeft ze niet aan. Nog minder dat dit uitermate duur is (in verhouding tot de ’gratis’ ontwikkelingshulp) en al helemaal niet dat veel ontwikkelingslanden vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw in grote problemen zijn gekomen, keer op keer, omdat ze leenden bij de banken.

Kortom, Dambisa Moyo provoceert met een groot tekort aan argumenten. Het raadsel is wel waarom ze daarvoor zoveel gehoor vindt, juist bij de media die stellen dat kwaliteit en zorgvuldige analyse bij hen de boventoon voert. Dat ligt, in ieder geval in dit land, waarschijnlijk buiten de ontwikkelingssamenwerking, in een klimaat waar het geschreeuw het verliest van de nuance.

Een uitgebreider bespreking van ’Dead Aid’ door Paul Hoebink is te vinden op de website van Centrum voor Internationale Ontwikkelingsvraagstukken Nijmegen (CIDIN) waaraan de auteur is verbonden.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />