*

 

Ook nu kan de babyboomer rustig gaan slapen

Elma Drayer − 22/10/09, 00:00

Onzin, zei Wouter Bos dinsdag over het AOW-plan. Het kabinet laat de babyboomers echt niet zomaar wegkomen.

Zij krijgen er ’veel meer’ last van dat de pensioenen niet langer geïndexeerd worden. Ze lopen ’veel meer’ risico op werkloosheid. Er zijn onder hen ’veel meer’ die jonger begonnen met werken. En ze hebben zich ’eenvoudigweg’ niet kunnen voorbereiden op de nieuwe situatie.

Tjonge, de tranen zouden je in de ogen springen.

De babyboomers hadden zich intussen geen betere advocaat kunnen wensen. De minister, hoewel pas geboren in 1963, praatte gehoorzaam na wat zijzelf sinds jaar en dag beweren. Als geen ander weten zij immers gedurig uit de wind te blijven, en ons niettemin wijs te maken dat ze het heus niet gemakkelijk hebben.

De wonderlijkste legende die de babyboomers verspreidden is wel dat zij dit land hebben ’opgebouwd’. En dat ze derhalve aanspraak mogen maken op een ruimhartig gefinancierde oude dag. In werkelijkheid zijn het natuurlijk hun ouders geweest die voor de naoorlogse welvaartsstijging zorgden. En waren zij het die daar als eersten volop van profiteerden – met eindeloze studies, eindeloze beurzen, banen bij de vleet, spotgoedkope huizen, en uitkeringen zonder enige verplichting.

Sowieso was het een generatie die een erge hekel had aan plichten. Zodat 55-plussers tot op de dag van vandaag menen dat ze overal récht op hebben: op geluk, op de eeuwige jeugd, op een riant AOW en pensioen. En krijgen ze dit alles niet, dan eisen ze het luidkeels op.

Voor alle duidelijkheid: ik heb babyboomers onder mijn beste vrienden. Ik ben er zelfs met een getrouwd. Ook zijn er natuurlijk genoeg die het minder goed getroffen hebben in dit aards bestaan. Die heb je per slot in elke generatie.

Maar grosso modo (zoals de onvolprezen blogger Victor Spoormaker op Elsevier.nl telkens weer met cijfers aantoont) hebben ze voortreffelijk voor zichzelf gezorgd – zonder een greintje solidariteit met de landgenoten die na hen ter wereld kwamen.

Wat ons nu met de AOW te wachten staat – het kabinet ontziet de babyboomers, jongere generaties zoeken het maar uit – doet denken aan wat er midden jaren tachtig gebeurde. Toen wisten de onderwijsbonden het zo te draaien dat de zittende docenten hun ’verworven rechten’ grotendeels behielden, terwijl de nieuwkomers (de zogeheten ’nahossers’) in lagere schalen moesten beginnen.

Het was, achteraf gezien, het eerste omen. Dat wij toen niet meteen én massaal in opstand zijn gekomen, spijt mij nog altijd. De babyboomers namen alle ruimte. Maar wij hebben ze die gegeven.

Pas in 2005 was er, met de oprichting van het Alternatief voor Vakbond, een serieuze poging om het zelfgenoegzame cordon te doorbreken. Met veel tamtam claimde dit clubje een plaats aan de onderhandelingstafels. Sindsdien is er bitter weinig meer van vernomen.

En hoe staat het anno 2009? Zal dit nieuwste staaltje generationele voortrekkerij wel tot strijdvaardigheid leiden?

Afgelopen vrijdag liet deze krant de politieke jongerenclubs aan het woord. Vier lachende jongelieden blikten ons vanaf de pagina aan. Hun eensgezindheid was zonder meer verfrissend. De CDJA’er noemde de situatie ’heel onrechtvaardig’, de voorzitter van de Jonge Socialisten vond dat het kabinet „zijn verantwoordelijkheid moet nemen”, die van de JOVD noemde het plan ’een heel slecht idee’, de leider van de GroenLinkse jongeren meende dat de AOW-leeftijd ’op korte termijn en snel’ omhoog moet. En o ja, ze zouden er „erg voor zijn als jongeren eens echt in opstand komen”.

Ze bedoelen het best, hoor. Maar als ik babyboomer was, dan ging ik ook vanavond héél rustig slapen.

mailIcon print |