*

 

Opgeblazen rel -

Sylvain Ephimenco − 22/10/09, 00:00

Hoe wordt een rel om driemaal niets geboren en hoe moet je als krant zuigen en slijmen totdat je naïeve slachtoffer in je open val tuimelt?

  • (Trouw)

De Amsterdamse hoofdcommissaris Welten geeft een interview aan NRC Handelsblad. Daarin moet hij op aandrang van de vragensteller voorzichtig toegeven dat zijn samenwerking met burgemeester Cohen (en secundair met minister Ter Horst) geen liefdesrelatie is. Dan breekt de hel los. De politieman wordt neergesabeld, de SP eist zelfs zijn vertrek. Uiteindelijk moet de hoofdcommissaris spijt betuigen.

Het interview, zaterdag in NRC, heb ik met stijgende verbazing gelezen. Zelden zo’n nietszeggend gesprek van dit povere kaliber gelezen. Niet minder dan vier pagina’s (met foto’s) had de krant nodig om lucht tot poeder te stampen. Over de werkelijke problemen die in Amsterdam met veiligheid en burgerschap te maken hebben staat niets in het stuk. Het onderwerp werd ook zorgvuldig weggetoverd door de journalist.

Verder zijn de platitudes in de antwoorden van de korpschef bijkans hilarisch: ’Mijn verantwoordelijkheid als politiebaas is zorgen dat het bedrijf klaar is voor morgen’. Of: ’Ik wil iets voor mensen betekenen. Je bent pas iemand als je er voor iemand bent’. Maar wat moet je ook zeggen als je gevraagd wordt wie je ’goeroes’ zijn? Enfin, bij vraag 10 wordt het NRC-mechanisme eindelijk gelanceerd: ’Krijgen korpschefs voldoende ruimte van hun burgemeester en korpsbeheerder om zaken te agenderen?’

Bij al die vragen over zijn relatie met Cohen die hierop volgen, probeert Welten zich met zichtbaar ongemak achter een rookgordijn te verschuilen. Hij ontwijkt, relativeert, debiteert algemeenheden en nog meer platitudes. Bij vraag 19 (is hij door Cohen niet teleurgesteld?) steekt hij een hand in eigen boezem: ’Ik moet meer geduld hebben’. Maar bij de daarop volgende (Dat zal niet meevallen?) bezwijkt hij eindelijk: ’Neen, dat valt ook niet mee. Ik moet veel inslikken. Ik moet mijn ambities bijstellen. Het is niet de bedoeling dat ik veel agendeer’.

De rel is geboren en Welten moet dit vaag hebben aangevoeld. Want als hem vervolgens slijmerig wordt gevraagd ’Voelt u zich in de steek gelaten door Cohen?’ gaat bij Welten een rode lamp knipperen: ’Ik vind het moeilijk die vraag te beantwoorden. Laat maar, het wordt te ingewikkeld’. Te laat. Uit dit nevelige gesprek distilleert de krant een voorpaginabericht met een schreeuwerige en kort door de bocht kop: ’Welten: ik heb last van Cohen’. Inhoudelijk hebben we niets opgestoken. Niets over de kijk van de korpschef op zijn stad, de problemen in de Bijlmer of de aard van uiteenlopende visies tussen hem en Cohen. Toch schreeuwt iedereen moord en brand. Behalve Cohen overigens die het interview wellicht op zijn juiste waarde heeft geschat.

Op maandag dient het NRC-commentaar de genadeslag toe: Cohen wordt in bescherming genomen en de ’blunderende’ en ondankbare Welten verweten dat ’hij zijn onvrede zaterdag echter heeft geëtaleerd’. Eigenlijk verwijt NRC Handelsblad de korpschef dat hij in NRC op tal van idiote NRC-vragen soms een minder ontwijkend antwoord gaf. Wat je een opgeblazen rel en een dubieuze vorm van zuigende journalistiek mag noemen.

mailIcon print |