*

 

’We willen onze seizoenen terug’

Maaike Bezemer − 16/12/09, 00:00

De top in Kopenhagen verloopt stroef. Sprekers uit onder meer Oeganda en Tuvalu kunnen dat niet verkroppen.

  • Een onderonsje in Kopenhagen tussen de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu en de Ierse oud-president Mary Robinson. (FOTO AFP )
  • (Trouw)
  • Pelenise Alofa Pilitati
  • Constance Okollet

De strijd tegen klimaatverandering blijkt gecompliceerd. In onderhandelingen wil elke delegatie gehoord worden, snapt ook de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu. „Maar hoe zit het met de mensen in de frontlinie?” De Afrikanen die te maken hebben met droogtes, Bangladesh dat met overstromingen kampt of de bewoners van eilanden die onder water dreigen te verdwijnen. „Zij kunnen niet genegeerd worden.”

Laat de menselijke boodschap maar aan Tutu over. Hij beloofde gisteren een eersteklasticket naar de hemel, voor degene die zich inzet voor anderen in plaats van zichzelf. „Ik doe een beroep op het goede in de mens. Dat zit soms heel diep, maar het is er. Mensen zijn niet cynisch. Als ze mededogen tonen, zijn ze op hun best.”

Naast vele vergaderzalen en -kamertjes, heeft het congrescentrum in Kopenhagen een hal vol maatschappelijke organisaties. Daar gaat het minder over cijfers en meer over mensen. Na Desmond Tutu houdt ook Pelenise Alofa Pilitati een vurig pleidooi. Haar familie komt van Tuvalu en Fiji, ze woonde op Papua Nieuw-Guinea en leidt nu een gemeenschap op Kiribati. Kleine eilanden in de Stille Oceaan, die een paar meter boven zeeniveau liggen.

„Waarom zijn we hier in Kopenhagen?”, vraagt ze haar toehoorders. „Snappen we dan niet dat sommige dingen niet onderhandelbaar zijn? In 1944 heeft Amerika gevochten voor deze eilanden, zijn ze vergeten dat duizenden jonge mensen zijn gestorven op onze stranden?” Ze krijgt een staande ovatie en wordt omarmd door wildvreemden.

Ze heeft haar verhaal al vaker verteld, voor maatschappelijke organisaties en op eerdere conferenties. Ze zal ook blijven opkomen voor haar mensen, vertelt ze. „Het is mijn recht om te blijven leven zoals ik gewend ben. In mijn eigen huis, op mijn eigen eiland.”

Maar toch hoopt ze dat ze over een half jaar niet weer hoeft te verschijnen op een volgende klimaatconferentie in Mexico. Pilitati: „Er moet nu naar ons geluisterd worden, wij gaan er als eerste aan. We hebben nu al te maken met vloedgolven. Grondwater komt bijna de huizen in, bomen vallen om. En erosie maakt onze eilanden steeds een beetje kleiner. Ze worden opgegeten door de zee.”

Constance Okollet heeft andere problemen. De 45-jarige Oegandese zorgt voor twaalf kinderen, van haarzelf en haar overleden zus. In 2007 kreeg haar dorp te maken met zware regenval. Spullen en gewassen spoelden weg, drinkwater raakte vervuild en kinderen en ouderen werden ziek. Daarna kwamen de droogtes, waardoor ook de laatste maïsplanten het begaven.

Okollet: „Ik ben nu hier om de wereldleiders te vertellen dat wij onze seizoenen terugwillen. Vroeger hadden we twee seizoenen, nu weten we niet meer wanneer we moeten zaaien oogsten. We hebben een maaltijd per dag, soms niets. Mensen lijden, kinderen sterven.”

Ze is een ervaren spreekster. „Met Oxfam International was ik in Londen, ik heb gedemonstreerd in Kopenhagen. Er moet een stop op emissies en we willen geld. Zodat we beter kunnen omgaan met regens en droogte en weer ons eigen voedsel kunnen verbouwen.”

mailIcon print |