Meer dan duizend gigantische dominostenen staan opgesteld in hartje Berlijn. Ze symboliseren de Muur die exact twintig jaar geleden werd geopend. Op 9 november 1989 had een woordvoerder van de DDR-regering vage mededelingen gedaan over het openen van de Muur. Daarop stroomden duizenden Berlijners naar de grensovergangen, waar de grensbewaking onder deze druk bezweek. De ’gelukkigste dag in de Duitse geschiedenis’ begon.
Vanavond om acht uur zullen de 2,5 meter hoge, van multiplex en piepschuim gemaakte ’stenen’ omvallen. Lech Walesa geeft het eerste duwtje. Met zijn ’Solidarnosc’, de eerste vrije vakbond in Polen, gaf hij in 1980 de aanzet tot de val van het IJzeren Gordijn. De meeste dominostenen zijn beschilderd door scholieren van over de hele wereld. De afbeeldingen drukken de wens naar vrijheid, vrede en eenheid uit. .
Het omvallen van de stenen is onderdeel van een groot ’Feest van de Vrijheid’ dat vanavond rond de Brandenburger Tor in Berlijn plaatsvindt. Honderdduizenden mensen zullen aan het feest deelnemen, onder wie de presidenten van Frankrijk en Rusland, de Britse premier en de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Hillary Clinton. De Staatskapelle Berlin met Daniel Barenboim, de rockband Jon Bon Jovi en DJ Paul van Dyk treden op.
Miljoenenhandel in gehaat beton
Wie twintig jaar na zijn val nog een rest van de Muur wil zien, hoeft niet naar Duitsland. Ook veel Berlins in de VS hebben een stuk.
”Het hele gebouw stonk ernaar”, herinnert zich een oud-redacteur van De Groene Amsterdammer. In de kelder van de redactie goten eind 1989 medewerkers stukjes Muur in gloeiend plastic. Onmiddellijk na de val van de Muur waren ze met hamer en steenbeitel naar Berlijn gereisd. Nieuwe abonnees kregen voortaan een historisch stukje beton als welkomstgeschenk.
De Groene-medewerkers waren niet de enigen die na 9 november 1989 op jacht gingen naar stukken van de 42 kilometer lange Muur. Honderden ’Muurspechten’ van over de hele wereld hakten erop los. Een aantal van hen verkocht de brokjes cement meteen als souvenirs aan toeristen in Berlijn. De vraagprijs lag de eerste weken tussen de 5 en 30 D-mark.
Al snel groeide de vraag naar hele segmenten van de Muur. De eerste biedingen voor de 3,2 meter hoge, 2,6 ton zware delen schommelden tussen de 800 en 500.000 D-mark per stuk. Half december kreeg de ’volkseigen’ DDR-onderneming Limex de opdracht om de verkoop van de Muur te organiseren. Limex verkocht vooral aan musea en andere instellingen.
De verkoop aan particulieren besteedde Limex uit aan de West-Berlijnse firma Lelé Berlin Wall. Die vestigde zich in een chic pand, gaf een dure catalogus uit, knapte de verbleekte graffitti een beetje op, liet onbekladde stukken door goedkope Russische kunstenaars in de stijl van de jaren tachtig beschilderen en verkocht de Muurdelen over de hele wereld.
De topstukken uit de collectie waren de segmenten van een 300 meter lang stuk Muur in de hippe wijk Kreuzberg. Dat deel was door beroemde graffiti-kunstenaars, onder wie Keith Haring, beschilderd. Wat de DDR destijds het ’bekladden van volkseigendom’ noemde, werd na de val van de Muur door de grenspolitie als ’volkskunst’ bewaakt en verdedigd tegen de ’Muurspechten’.
Zeventig segmenten van dat stuk bood LeLé aan op een veiling in Monaco. De opbrengst, bestemd voor het Oost-Berlijnse Charité-ziekenhuis en andere goede doelen, bedroeg rond de 2 miljoen D-mark. Het ziekenhuis heeft het geld nooit gezien. Ook twee Berlijnse kunstenaars die geld voor de auteursrechten eisten, visten achter het net: LeLé ging in 1992 in rook op.
De Muursegmenten bleken behoorlijk waardevast. Ook na 1990 leverden beschilderde delen nog lange tijd tussen de 1000 en 10.000 D-mark op, ongeacht of de verf van vóór of na de val van de Muur stamde. Bedrijven die er voedersilo’s van hadden gemaakt, braken die weer af, beschilderden de segmenten en boden ze te koop aan.
De herenigde Duitse staat maakte in de eerste anderhalf jaar van haar bestaan nog eens 6 miljoen D-mark winst met de verkoop van de Muursegmenten. Maar die inkomsten vielen in het niet bij de kosten van de afbraak van de grensvoorzieningen in heel Duitsland. Die kosten bedroegen in totaal 170 miljoen D-mark. Binnen een jaar na november 1989 was het gehate IJzeren Gordijn zo goed als spoorloos verwijderd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.