*

 

Theedrinken bleek effectiever dan een oorlogsverklaring

Willem Breedveld − 04/11/09, 00:00

Net zo min als ik in de jaren negentig kon begrijpen waarom het incorrect was om mijn buurman aan te spreken op de slacht van een schaap op zijn balkon, of opmerkingen over gelijke behandeling van mannen en vrouwen, hetero’s en homo’s maar beter achterwege kon laten, zo min begrijp ik het andere uiterste van deze eenentwintigste eeuw, waarin klakkeloos wordt aangenomen dat gelovige moslims aanhangers zijn van een fascistische ideologie, van een (om met Pim Fortuyn te spreken) ’vijfde colonne die uit is op de omverwerping van deze samenleving’.

Mijn onbegrip stoelt op mijn vergaande naïviteit, heb ik mij laten uitleggen. Ik zou niet half in de gaten hebben dat het Heilige Boek, de Koran, de onderwerping (=islam) predikt en dat haatpredikers van uiteenlopende soort geneigd zijn deze boodschap niet alleen letterlijk op te vatten, maar er ook de moslims hier het hoofd mee op hol te brengen, die van de jongeren voorop. Submission heette de film die Theo van Gogh in opdracht van Ayaan Hirsi Ali maakte. Onderwerping. En dat was ook precies de boodschap, die Mohammed B. de filmmaker letterlijk met een dolk in zijn borstkas plantte.

Het ’we verklaren hen de oorlog terug’ van vice-premier Gerrit Zalm leek derhalve het aangepaste antwoord. En dat lijkt nog steeds zo. Ten minste als ik Rita Verdonk mag geloven die maandag tijdens de herdenking van Theo van Gogh de natie verweet dat zij versaagt: „Theo zou zich in zijn graf omdraaien als hij wist hoe het er op dit moment in Nederland voorstaat.” En jawel, Geert Wilders, zag op diezelfde dag zelfs kans om D66-leider Alexander Pechtold en minister Eberhard van der Laan te bestempelen tot ’handlangers van Mohammed B.’

Toch vraag ik me in ernst af wat deze voor Nederlandse begrippen ongekende strijdlust ons per saldo heeft opgeleverd? Naïef als ik kennelijk ben maakte en maakt dit wapengekletter op mij vooral een groteske indruk. Dat begon al toen de natie luttele weken na de moord op Van Gogh te hoop liep tegen de jonge nep-imam Abdul-Jabbar van der Ven. In zijn tv-programma had Andries Knevel hem na eindeloos soebatten verlokt tot het uiten van een doodswens aan het adres van Geert Wilders. Niet dat hijzelf ooit iets kwalijks tegen de man zou ondernemen, of zijn medemoslims daartoe zou oproepen. Desondanks reageerden geharnaste Nederlanders, die zichzelf of hun naaste regelmatig naar de verdommenis wensen, alsof ze naar een wandelende tijdbom keken. Die man moest terstond achter de tralies, zo oordeelden ook alle fractievoorzitters van de Tweede Kamer.

Deze uitbarsting kon je nog op het conto schrijven van de emotie van het moment. Het hield echter niet op. Iedere keer stond het land op zijn kop, tot en met de algemene beschouwingen van vorig jaar toe, toen een flink deel van de natie overwoog onze missie in Afghanistan op te geven om de vijand hier in eigen land te kunnen bestrijden, in de Goudse wijk Oosterwei. Pas toen Wilders bij de laatste beschouwingen serieus de invoering van een ’kopvoddentaks’ bepleitte, leek de gekte te worden doorzien.

Wat mij achteraf het meest verbaast is de gelatenheid waarmee de drie grote partijen PvdA, CDA en VVD deze gekte hebben geïncasseerd. Geen woord van protest toen Wilders de loyaliteit van twee staatssecretarissen in twijfel trok. Begrip zelfs toe Wilders een Koranverbod bepleitte: „Ik ben voor samenwerking”, aldus de slappe reactie van de premier. Ondertussen voltrok zich het wonder dat een andere strategie die van de oorlogsverklaring onttakelde. Ik doel op de strategie van het theedrinken. Het de moslims aanspreken op wat in onze ogen niet deugt en ondertussen zoeken naar wat bindt. Die strategie van Marcouch, van Aboutaleb en van Cohen bleek uiteindelijk wel zo effectief. En gelukkig maar.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />