„Die vissers interesseerde het niks dat de tonijnvisserij door hun toedoen zijn ondergang tegemoet ging, zolang zij maar (..) de grote kortetermijnwinsten konden opstrijken (..), terwijl ze daarmee op een vreselijke manier de zaak kapotmaakten.”
Aldus de Spaanse monnik Martín Sarmiento in ’Reuzentonijn’ van Steven Adolf (uitgeverij Prometheus, euro19,95).
Blauwvintonijnen zijn warmbloedige roofvissen tot wel drie meter lengte. Ze schieten als torpedo’s door het water en trekken de hele Atlantische Oceaan over. Maar in de lente weten ze de Straat van Gibraltar te vinden om in de Middellandse Zee te paaien. Onderweg worden ze belaagd door orka’s, door vissers die ze een doolhof van verticale netten inlokken en door vissers die met gigantische buidelnetten complete scholen wegvangen.
Als de vissen paaien, drommen ze samen en dobberen ze op hun zij aan de wateroppervlakte. Nog voor een nieuwe generatie ter zee komt, verdwijnen de reuzenvissen met duizenden tegelijk in drijvende visfabrieken en tonijnmesterijen. De meeste gaan naar Japan: sushi. Sinds 1970 zakken de tonijnaantallen en -vangsten gestaag. Als de daling voortzet, sterft de blauwvintonijn in 2012 uit. Broeder Martín Sarmiento, zie de eerste regels hierboven, waarschuwde er al voor in 1757.
De internationale poging tot het afspreken van een vangpauze is vorige week weer eens mislukt. Vorig jaar zijn de vangstquota zelfs uitgebreid. Of grote tonijnvissende partijen als de familie Kadafi en de Siciliaanse maffia zich aan afspraken zouden houden, is zeer de vraag. Tonijngiganten als Mitsubishi zouden in Japan miljoenen kilo’s tonijn hebben ingevroren. Als de vis is uitgestorven en de prijs omhoogschiet, wordt die tonijn mondjesmaat ontdooid – bingo! Speculeren op het slachten van de vis met de gouden eieren...
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.