*

 

Milieu en klimaat – school doet er weinig aan

Maaike Bezemer − 24/11/09, 00:00

Jongeren hebben het idee dat klimaatverandering vooral hen aangaat. Op school horen ze er weinig over, alle lespakketten ten spijt.

  • Maayke-Aimee Damen jongerenvertegenwoordigster VN voor duurzaamheid. Gaat naar klimaattop in Kopenhagen. (Werry Crone/Trouw)

Als je een jaar vooruit wilt denken, plant een zaadje. Denk je in termijnen van tien jaar: plant een boom. Wil je honderd jaar vooruit: geef goed onderwijs.

Deze tekst staat op de site van het netwerk Duurzaam Hoger Onderwijs. Eigenlijk vindt projectmanager Roos Wemmenhove van DHO het heel logisch dat duurzaamheid vast lesonderdeel is op alle scholen, van laag tot hoog. In de ruimste zin van het woord komt dat volgens haar neer op: goed leren omgaan met de wereld voor deze generatie en de volgende. „Zelfs jonge kinderen kun je uitleggen dat dingen samenhangen, dat wat je hier doet gevolgen heeft voor elders.”

DHO probeert al tien jaar om duurzaamheid verankerd te krijgen in het hoger onderwijs. Maar dat gaat niet heel snel. Wemmenhove: „Het onderwijs loopt achter op de actualiteit. Soms vraag ik me af of docenten de krant wel lezen.” Maar ook de overheid houdt zich volgens haar teveel afzijdig. „Vrom financiert onze projecten, maar de ministeries willen zich niet teveel bemoeien met de structurele inhoud. Bij een belangrijk maatschappelijk vraagstuk als duurzaamheid vind ik dat best kwalijk.”

Onderwijs wordt nu eenmaal niet van bovenaf gestuurd, reageert Arjan Klopstra, adviseur duurzaamheidseducatie bij het agentschap SenterNovem. Hij richt zich met name op het voortgezet onderwijs. Aandacht voor milieueducatie wordt gestimuleerd en SenterNovem houdt bij wat waar gebeurt rondom duurzaamheid, maar volgens Klopstra is het afhankelijk van de school en de interesse van een leerkracht of natuur en milieu veel aandacht krijgen. „De overheid stuurt globaal op eindtermen, scholen zelf bepalen de inhoud van de lessen.”

Dat wil niet zeggen dat er niets is. „Bijna elke school heeft wel een project, een les of een excursie rond dit onderwerp. Soms aan de hand van de actualiteit, soms ingepast in het lesprogramma. Na de film van Al Gore hebben duizend middelbare, mbo- en hbo-scholen meegedaan aan Webquest. Een pakket waarbij klassikaal werd gekeken naar ’An Inconvenient Truth’, waarna de leerlingen zelf op internet informatie moesten zoeken en verwerken in een werkstuk, presentatie of filmpje.” SenterNovem probeert vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Klopstra: „Nu is er vooral veel aanbod. Over water bestaan wel vierhonderd lespakketten.”

De eindtermen leggen vast wat leerlingen uiteindelijk moeten weten. Bij aardrijkskunde, natuurkunde en scheikunde moeten bijvoorbeeld de voor- en nadelen van energiebronnen aan bod komen. Bij biologie komt de menselijke invloed op de omgeving aan de orde. En de vwo-leerling die aardrijkskunde heeft gevolgd, wordt geacht te kunnen analyseren ’op welke manieren mensen de nadelige gevolgen van hun handelen voor het natuurlijke milieu afwentelen op volgende generaties en andere gebieden’.

Veel hogescholen en universiteiten behandelen duurzaamheid slechts als keuzevak, of minor, zegt Roos Wemmenhove. Dat moet veranderen, denkt ze, al is het maar omdat bedrijven afgestudeerden zoeken die er iets van afweten. „Het gaat er niet om het onderwerp er bij elk vak met de haren bij te slepen, maar het is logisch dat elke opleiding zich afvraagt waar gaan we naartoe, wat willen we onderwijzen, welke competenties worden gevraagd. In 2010 gaat de overheid duurzaam inkopen. Welke criteria gelden er voor leveranciers? Koop je als bedrijf duurzame auto’s of kijk je veel breder naar vervoer De arbeidsmarkt zit te springen om mensen die kennis hebben van duurzaamheid?”

Sommige hogescholen, zoals in Rotterdam, zijn zich daar al van bewust. Docent Marlies Bedeker, vindt de aandacht voor duurzaamheid vanzelfsprekend. Privé, maar ook als docent. „Het is geen modegril. Heel basaal heeft duurzaamheid te maken met ons voortbestaan. Het gaat over vervuiling, CO2 uitstoot, maar ook over gezondheidsrisico’s, eerlijke verdeling, goed omgaan met arbeidskrachten, schonere auto’s. Het is aan de maatschappij en dus ook het onderwijs, om daar collectief iets aan te doen.”

De Hogeschool Rotterdam heeft zich verbonden aan het Climate Initiative, het klimaatprogramma van Rotterdam, waarmee de CO2-uitstoot van stad en haven in 2025 moet zijn gehalveerd ten opzichte van 1990. De Hogeschool had al diverse keuzevakken over duurzaam ondernemen of duurzame ontwikkeling, maar bedoeling is nu dat álle studenten worden overgoten met een duurzaam sausje. Zodat ze straks de wereld wat groener maken met slimme technische uitvindingen. Of als leidinggevenden duurzame beslissingen nemen.

In alle elf instituten van de Hogeschool Rotterdam wordt het onderwijsproces ’verduurzaamd’. Bedeker: „Leerlingen worden ondervraagd, vakken en modules bekeken, er wordt gecheckt of docenten genoeg bagage hebben en ook wat het beroepenveld vereist. Daarnaast worden de gebouwen zo veel mogelijk voorzien van dubbel glas, groene daken of een zuinig energiesysteem zoals warmte- en koudeopslag.

Bij het ene vak is duurzaamheid het beter in de passen dan bij het andere, weet Bedeker. „In het hbo kan het conceptueel en theoretisch, bij mbo’ers moet je duurzaamheid heel praktisch linken aan het beroep waarvoor ze leren. Bij productontwerp of internationale samenwerking is aandacht voor duurzaamheid vanzelfsprekend. Bij gezondheidswetenschappen kan de lesstof gaan over hergebruik van energie in ziekenhuizen, bij sociale opleidingen leren studenten hoe je gedragsverandering kunt bewerkstelligen. En de economische opleidingen besteden steeds meer aandacht aan ethiek. Ik ben nog geen docent tegengekomen die het onzin vindt.”

Sowieso stopt Bedeker ook tijd in een praktische aanpak. Het afgelopen half jaar leidde ze de ’Model United Nations’ een project waarbij wordt toegewerkt naar een VN-vergadering over duurzaamheid, compleet met resoluties en slotverklaringen. 350 studenten en scholieren van verschillende opleidingen deden mee. Bedeker: „Ze leren hoe de VN werken, maar moeten zich ook in een bepaald land verdiepen, lobbyen en strategisch samenwerken. Het is niet bedoeld als snelcursus tot diplomaat, maar toegepast op hun eigen beroep. Want al is duurzame ontwikkeling een groot begrip, uiteindelijk gaat het natuurlijk gewoon over mensen en over oplossingen.”

mailIcon print |