*

 

Ook wetenschap laat bewuste boer vallen

Frits van Beusekom, Veehouder − 19/06/09, 00:00

Oplossing ligt niet in technische hoogstandjes maar in de zoogkoe.

Louise Fresco, hoogleraar duurzame ontwikkeling, vindt dat intensieve landbouw nodig is en blijft om de wereldbevolking te voeden (Trouwkatern Lekker Groen, 30 mei). Wel moet die dan efficiënter worden, dat wil zeggen: minder vervuilend.

Dat is het probleem. De gangbare landbouw draait op basis van massale import van energie en grondstoffen: onder andere aardolie voor kunstmest, transport en machines en soja voor het veevoer.

En dat is maar één kant van de medaille. Stikstof en fosfaat hopen zich op in bodem en water, met ingrijpende gevolgen voor mens en natuur. De Nederlandse landbouw voldoet dan ook nog bij verre na niet aan de Europese milieurichtlijnen. Landbouwminister Verburg moet de Europese Commissie telkens weer om uitstel vragen.

Het Nederlandse antwoord op de problemen is sinds jaar en dag: meer efficiency. Ook Fresco zit op die lijn. Simpel gesteld betekent dat: gelijkmatig verspreiden van de vervuiling over het land en zoveel mogelijk afvangen ervan in gesloten systemen. Met de varkensflat als ultieme remedie. Fresco kon het niet duidelijker zeggen: „Dat is een serieuze optie, een hoog industriële en gesloten cyclus. Maar de Nederlandse consument accepteert dat niet. In China doen ze het ook, maar daar zijn ze minder teerhartig”.

De landbouw is zeker creatief en heeft al veel gedaan. Maar het komt allemaal neer op instand houden, zo niet verhogen, van de productie, met kunstgrepen en technologische hoogstandjes. Het Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij van het ministerie is uitermate complex en gaat handenvol geld kosten. Men hoeft geen pessimist te zijn om te vermoeden dat een ecologisch gezond platteland nog lang op zich zal laten wachten. „De nog af te leggen weg wordt steeds steiler”, zoals minister Verburg zelf zei in een recente brief aan de Tweede Kamer.

Bij dat alles blijft de optie productievermindering onderbelicht. Toch heeft dat voordelen. Als de hoog opgeschroefde productie onbetaalbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar wordt, kun je ook kiezen voor een lagere productie. Er komt dan weliswaar minder geld binnen uit de verkoop van producten, maar je vervuilt ook minder en hoeft dus minder te investeren in milieumaatregelen. Zo'n strategie sluit duidelijk veel beter aan op wat er thans in de maatschappij leeft met betrekking tot de ecologische en de economische crisis.

De boeren worden graag betaald voor hun maatschappelijke diensten voor natuur en milieu. Dat kan nieuwe kansen bieden. Bijvoorbeeld de zoogkoeienhouderij. De kalfjes blijven bij de moeder in de wei en de volwassen dieren zijn bestemd voor de slacht. De boer levert bij voorkeur niet aan de handel, maar rechtstreeks aan het grootwinkelbedrijf, aan de kwaliteitsslagerij of aan de klant. De voordelen zijn onder meer: minder koeien per hectare, dus minder mest, een minder dure en minder ingewikkelde bedrijfsuitrusting, minder geïmporteerd veevoer, een groot dierenwelzijn en een betere ecologische inpassing in het Nederlandse landschap.

Kortom, er zijn alternatieven die het verdienen serieus te worden bekeken. Dat gebeurt echter niet of nauwelijks.

Ook hoogleraar duurzaamheid Fresco laat ons in de kou staan. Is een niet-industriële landbouw zo utopisch dat zelfs de wetenschap het hoofd afwendt?

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />