*

 

CO-2 verzet door onduidelijkheid

Jurgen Ganzevles en Rinie van Est − 27/11/09, 00:00

Door het openlaten van alle energiescenario’s, schept de overheid onzekerheid. Zo komt er geen draagvlak.

Op zich zijn burgers niet tegen CO2-opslag, zo blijkt uit eerder onderzoek van het Rathenau Instituut. In het geval CO2 letterlijk onder je huis terecht komt, maken mensen zich wel zorgen over de veiligheid. Het werkelijke pijnpunt ligt echter op een ander niveau. De overheid maakt namelijk niet duidelijk welke rol CO2-opslag precies gaat spelen in de ontwikkeling van een echt duurzame energievoorziening. Dat levert de samenleving tal van vragen en onzekerheden op.

Om welke onzekerheden gaat het? Met ondergrondse opslag gaat de uitstoot van CO2 inderdaad naar beneden. Maar betekent dit dat de strooptocht naar eindige bronnen (olie, kolen, gas) minder wordt of toch gewoon doorgaat? Voorstanders prijzen kolencentrales met CO2-opslag aan als een noodzakelijke tussenstap naar een energievoorziening die draait op wind, zon, biomassa en aardwarmte. Maar het blijft onduidelijk of onze regeringsleiders dat ook zo zien en hoe lang zo’n tussenstap dan nodig is. Bovendien: dat ook kernenergie op het overheidsmenu staat, helpt niet om uit te leggen dat CO2 opslag – vooral nuttig voor kolencentrales – toch echt noodzakelijk is.

De overheid laat bewust ’alle opties open’. Daarover moet de markt maar beslissen. Maar blijkbaar beseft men niet dat die vrijblijvendheid het draagvlak voor individuele technologieën onderuit haalt. Waarom zou iemand bereid zijn een specifiek offer te brengen – CO2 onder je huis – als de bijdrage daarvan aan de toekomstige energievoorziening duister is? Zonder die helderheid blijft er aan de inzet van CO2-opslag een luchtje kleven. Geen wonder dat de Barendrechtse burgers zich afvragen waar de CO2-opslag goed voor is.

We kunnen uit deze impasse komen wanneer de Nederlandse politiek een helder plan voor een duurzame energievoorziening opstelt. Zo’n visie moet gebaseerd zijn op een reële kijk op duurzaamheid, aangeven voor welke energieopties Nederland kiest en daar dan ook flink in investeren.

Het valt de samenleving niet uit te leggen dat biomassa – terecht – met een vergrootglas bekeken wordt om aan de meest uiteenlopende duurzaamheidscriteria te voldoen, terwijl die criteria ontbreken voor steenkool, aardgas, aardolie en uranium. We moeten terug naar de basisdefinitie die de commissie Brundtland in 1987 voor duurzaamheid heeft opgesteld: ’een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in gevaar te brengen’. Het onder de grond stoppen van CO2 of het inzetten op kernenergie helpt de CO2-uitstoot wel naar beneden, maar daarmee is de honger naar olie, gas, steenkool en uranium niet gestild. Een reële kijk op duurzaamheid laat ook zien dat ook bij zogenaamde hernieuwbare energiebronnen er sprake is van grondstoffenhonger. Hoe zit het bijvoorbeeld met het silicium voor zonnecellen? Voorlopig is daar nog voldoende van, maar schaarste ligt op de loer als China het ‘zon’-land bij uitstek gaat worden.

In beginsel maakt het niet uit voor welke energiemix Nederland kiest. Elke energietechnologie heeft immers zijn eigen voor- en nadelen. Denk aan ruimtebeslag, lokale milieueffecten, veiligheidsrisico’s, overlast voor aanleg en horizonvervuiling voor dikkere transportleidingen. Maar het is belangrijk dat de overheid kiest. Nederland is letterlijk te klein voor alle energieopties tezamen. Te vaak beroepen beleidsmakers en andere deskundigen zich er op dat men zich niet wil vastpinnen op een ’foute’ oplossingsrichting. Daarbij vergeet men dat er ook zoiets bestaat als een zichzelf vervullende profetie Dus kies en zorg als de wiedeweerga dat de nadelen verminderen. Als je de bevolking kunt uitleggen dat er een helder plan ligt en er hard aan de duurzaamheid-in-brede-zin wordt gewerkt, dan heb je een verhaal. Of het nu gaat om omwonenden bij CO2-opslag, een kerncentrale, windparken of gasopslag voor een ’gasrotonde’.

Innovatie scoort hoog in de politiek. Maar de tijd is voorbij om van de ene naar de andere pilot te hollen. We moeten ons afvragen hoe succesvolle proefprojecten zich kunnen uitspreiden over heel Nederland. Te vaak is echter de subsidiepot onbetrouwbaar en snel leeg. Heldere keuzen in de energiemix kunnen de basis vormen voor een nieuwe vorm van ecologische industriepolitiek. Zo kan Nederland de transitie naar een gezonde energievoorziening gebruiken om een duurzame Nederlandse economie te bouwen.

Wij pleiten zeker niet voor een dichtgetimmerde blauwdruk. Maar alle opties openhouden en geen helderheid over duurzaamheid en volumebeleid komt op hetzelfde neer als géén scenario. En zonder scenario of visie geen maatschappelijk draagvlak. Op die manier is een duurzame energievoorziening verder weg dan ooit.

mailIcon print |