opinie In 1986 werden president Reagan en sovjetleider Gorbatsjov het tijdens de top van Reykjavik bijna over een kernwapenvrije wereld eens. Rusland zocht geld voor zijn economisch overleven; Reagan had een hartgrondige morele afkeer van massavernietigingswapens.
Het voorstel liep stuk op het woord ’laboratoria’. Testen ten behoeve van een toekomstig raketschild mocht van de sovjetleider alleen in laboratoria plaatsvinden, niet in de ruimte. Reagan dacht dat dit zijn plan voor een ruimteschild zou schaden en vetode daarom een historisch akkoord.
Nu, bijna 25 jaar later pleiten vier Nederlandse ministers van staat in navolging van hun collega’s in vele andere landen wederom voor een kernwapenvrije wereld. De tijd lijkt rijp. President Obama pleitte er in april in Praag voor en wist in september de VN achter een resolutie van die strekking te krijgen. De tijd lijkt ook rijp omdat begin volgende maand het verdrag inzake de beperking van strategische kernwapens tussen Amerika en Rusland afloopt zodat er nieuwe, lagere plafonds kunnen worden afgesproken. En ook omdat volgend jaar mei de herzieningsconferentie start voor het verdrag dat de proliferatie van kernwapens aan banden legt.
De argumentatie tegen kernwapens is al jaren dezelfde: kernwapens zijn immoreel, het zijn overblijfselen van de Koude Oorlog en geen enkele staat hoeft meer te worden afgeschrikt. En met een beetje pech vallen ze in handen van terroristen.
Ik wil graag van die wapens af, maar ik zie het er niet van komen. Landen als Israël, Pakistan en India voelen zich zonder kernwapens in hun voortbestaan bedreigd en zullen ze niet wegdoen als er geen gelijkwaardige veiligheidsgaranties komen. Die zijn er niet. En als andere landen ze willen houden, dan zullen ook Amerika en Rusland er een paar achter de hand willen houden. Bovendien hebben conflicten in het Midden Oosten aangetoond dat het concept van afschrikking niet dood is. Tijdens de eerste Golfoorlog in het begin van de jaren negentig, dreigde Israël met nucleaire vergelding als Saddam Hoessein dat land met chemische, biologische of kernwapens zou bestoken. Amerika deed hetzelfde. Een mogelijk nucleaire confrontatie met Israël is nu voor Iran een belangrijke reden om zelf kernwapenmogendheid te worden. In 2003 schrok Bush de mogelijke inzet door Saddam Hoessein van massavernietigingswapens af en na de inval in Afghanistan eind 2001 discussieerde het Pentagon over de mogelijkheid om nucleaire bommen tegen Al Qaida in hun holen in te zetten.
Mient Jan Faber werd in de jaren tachtig beroemd met de leuze ’de kernwapens de wereld uit, te beginnen uit Nederland’. Opmerkelijk is dat de vier ministers van staat daar niet voor pleiten. Geen van die landen waar Amerikaanse kernwapens liggen opgeslagen (behalve Nederland, België, Duitsland, Italië, Turkije en Engeland) durft die bommen te verbannen. Want daarmee toont men zich een slechte bondgenoot en het ontneemt men de Verenigde Staten de mogelijkheid om met de terugtrekking politiek te scoren, bijvoorbeeld als vertrouwenwekkende maatregel in het kader van het nieuwe strategische kernwapenakkoord.
Dat kernontwapening een utopie is, bleek afgelopen weekeinde weer eens tijdens de veiligheidsconferentie van Halifax. Steven Headly, oud-veiligheidsadviseur van President Bush noemde Obama’s initiatief niet realistisch omdat sommige landen er gewoon niet vanaf willen.
Ellen Taucher, Amerikaans onderminister van buitenlandse zaken voor wapenbeheersing, vond het voorstel van haar baas een stip op de horizon en een mooie aspiratie. Daar liet ze het bij. Gelijk heeft ze. Want ook zij weet dat moraliteit geen ingrediënt van de internationale betrekkingen is. Obama moet daar nog achter komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.