Supermarktreus Albert Heijn vindt dat de overheid een doorbraak moet forceren in de markt voor biologische en fairtradeproducten. Gebeurt dat niet, dan blijft duurzaamheid in voeding een marginaal verschijnsel.
Pogingen van de grote spelers in de supermarktwereld duurzaamheid op een hoger niveau te brengen zijn tot op heden gestrand. Volgens Albert Heijn kan de markt zelf niet voor een doorbraak zorgen. Zonder aanzienlijke initiatieven van de overheid gekoppeld aan afdwingbare regels zal duurzaamheid in voeding onvoldoende van de grond komen. Een supermarktconcern, hoe groot ook, lukt dat niet, zegt Simone Hertzberger, hoofd kwaliteit van Ahold Nederland. Ook supermarkten samen zullen volgens haar niet slagen om een echt grote stap naar duurzaamheid te zetten.
De oproep van AH is opmerkelijk omdat het bedrijfsleven niet happig is op meer regels. Internationaal gezien zijn grote supermarktconcerns als Ahold, Carrefour en Tesco onderling al jaren bezig om gezamenlijke regels op te stellen waaraan leveranciers – boeren en handel – moeten voldoen. Dan gaat het bijvoorbeeld om eerlijke handel, de inzet van steeds minder chemie, dierenwelzijn en minder en slimmer transport. Daar komt geen overheid aan te pas. Sterker nog, de overheden laten dit soort zaken graag aan ’de markt’ over.
AH heeft met zijn onlangs geïntroduceerde puur & eerlijk-etiket alle duurzame keurmerken onder één noemer gebracht, om de verwarring bij de consument door al die keurmerken weg te nemen. „Wij hebben daarmee het voortouw genomen om het de consument makkelijker te maken duurzame producten te kopen”, zegt Hertzberger. „Het blijft echter een druppel op de gloeiende plaat. Ons voorbeeld moet worden nagevolgd. Het onlangs gesloten convenant tussen supermarkten en overheid over duurzame voeding draagt daaraan bij, maar het blijft te weinig. Wil je een echte stap zetten en duurzaamheid uit de niche halen waarin ze nu toch zit, dan is er wetgeving nodig.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.